is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KNERSING DER TANDEN - KNIBBE

457

Wat hij echter te Leiden zag beantwoordde aan dat ideaal geenszins en daardoor kwam hij er toe, de misstanden, die aan de Academie heerschten, in wijden kring bekend te maken „aan allen, die het wel meenen met de Leidsche Hoogeschool, aan ouders en voogden" zooals hij in den „Opdracht" zegt, ten einde alzoo tot verbetering mede te werken. Uit deze bedoeling is de naam, die hij zich als Auteur koos: Klikspaan, te verklaren, is ook duidelijk, waarom hij vrijwel alleen typen van minderwaardige of verachtelijke studenten teekent en in zijn uitbeelding en woordgebruik zoo realistisch is. De literaire waarde van deze schetsen wordt, ook thans nog, algemeen erkend en is gelegen in de kracht der typeering, het vernuft, de rijpheid van oordeel, de treffende

« uitbeelding van allerlei bijzonderheden, die vaak tot groote dramatische aanschouwelijkheid leidt, niet het minst ook in de frissche, oorspronkelijke

'- slfll- Ook past het werk geheel in het kader van den tijd, die (naar Engelsche mode) in het be-

| schrijven van typen en vertegenwoordigers van

: zekere standen haar kracht zocht. Alszoodanig kan Kneppelhouts werk met Beets' „Camera Obscura" vergeleken worden, al staat het ook met op de hoogte van dat boek (dat meer algemeen-menschelijk en minder realistisch is). De zwakke punten in deze schetsen zijn de specifiek didactische gedeelten, waarin de schrijver met zijn ideeën en voorstellen tot verandering in het systeem van Hooger Onderwijs voor den dag komt en hij, mede door te scherpe scheiding van Universiteit en maatschappij, zich waagt aan een beoordeelen van quaesties waarover hij niet oordeelen kan. Bij het ontwerpen van zijn schetsenbundel,

I die een levensafbeelding geeft in den geest van

jon olcci] cu orcucro, wera kneppelhout geholpen door een drietal vrienden: Snellen van Vollen[ hoven, Thierry de Blaauw en Riehm (die ook ieder een bijdrage leverden), terwijl „Overalbij" I (=st Alexander Verhuell) voor geestige en passende illustratie zorgde.

Kneppelhouts werk is in 1860—1862 verzameld uitgegeven in twaalf deelen, die, behalve de genoemde geschriften, omvatten twee bundels Verhalen en Schetsen op Reis, een deel Reisverhalen Gemeenzame Brieven uit Engeland, Wales en Schotland en voorts Mengelschriften. Bij zijn tijdgenooten, Potgieter en later Busken Huet l vond Kneppelhouts literaire arbeid groote waarI deering. [ 45.

Knersing der tanden. Deze uitdrukking komt in sommige uitspraken der Heilige Schrift voor als aanduiding van een zekere lichamelijke j functioneering die den innerlijken haat vergezelt i Vg. Job 16 : 9: „Hij knerst over mij met zijn . tanden." Zoo Psalm 35:16, Klaagliederen 2:16. I ln Marcus 9 : 18 wordt het gezien bij den jongen Imet den boozen geest, en in Hand. 7 : 54 bij de vijanden van Stefanus. In al deze plaatsen drukt het tandengekners uit den vreeselijksten haat.

Nu wordt door Christus gezegd van de eeuwige rampzaligheid dat daarin zal zijn: knersing der tanden (Matth. 8:12; Matth. 13:42; Matth 22 -13-

?*J ?U 25 : 30; Luc- 13 : ^ Maar daar het in het Nieuwe Testament voorkomt in vereeniging

met „weening", dus droefheidsbetoon, hebben wij hier zeker te denken aan de innerlijke wroeging die de verlorenen verteren zal. Maar wellicht behoeven we bij deze telkens terugkeerende uitdrukking niet uit te schakelen de gedachte van haat, zooals die in het Oude Testament klaarblijkelijk daarin tot uiting komt. [ 28.

Knibbe (David) werd den 13den Juli 1639 te Middelburg geboren. Hij was de zoon van David Knibbe en Petronella Radermacher. In 1663 proponent geworden, werd hij in dat jaar predikant te Barsingerhorn, in 1667 predikant te Purmerend en in 1668 te Leiden, waar hij 33 jaren stond en den 8sten November 1701 aan een beroerte overleed. Hij was gehuwd met Magdalena Vergenst, uit een geslacht van aanzienlijke kooplieden te Leiden. In 1671 bedankte hij voor een beroep naar Amsterdam.

David Knibbe gold voor een van de uitnemendste predikers van zijn tijd. Zelfs gaf hij den Leidschen studenten in zijn huis lessen in de homiletiek. In de Boekzaal der geleerde Waerelt van 1748, heet het van hem: „Van wien de Akademie-Zonen van dien ttjdt voornamentlijk wegens de Predik Order, groot en nuttig gebruik maakten". Vermaard is zijn boek: Manuductlo ad oratorium Rnmmt Anrtnrnm

praeceptis, exemplis perpetuis et 'concionibus

yuiuuauum pur uuigmaiicis concmnata et ülustrata,

dat tal van herdrukken hplppfH» In Ai* «..k

toont hij zich een geestelijken zoon van Voetius. Professor T. Hoekstra noemt het een goede homiletische handleiding. Knibbe heeft de werken van Erasmus, Keckermann, Hoornbeek en Martinus gebruikt en de hoofdzaken in eenvoudigen, overzichtelijken vorm samengesteld. Het boek is' voornamelijk bestemd voor studenten in de theologie en is voortgekomen uit Knibbe's homiletische colleges. Hij legt er bizonderen nadruk op, dat de preek is bediening van Gods Woord en de explicatio niets anders moet zijn dan een zuivere vertolking van de gedachten der Heilige Schrift. De Heilige Schrift moet naar haar eigen aard uitgelegd worden. Hij is wars van alle inlegkunde. Breed handelt hij over de toepassing, die krachtig en gevoelvol moet zijn. Knibbe's werk is een van de beste practische Gereformeerde homiletieken uit de zeventiende eeuw. Van zijn boek is in de kringen der Voetiaansche theologen langen tijd een krachtige invloed uit-

sv.Saau —Jwiici op ue preaiKanten ais op hen, die zich aan de hoogeschool voor het ambt voorbereidden (Dr T. Hoekstra, Gereformeerde Homiletiek, bl. 122 v.v.). Een wijze raad van Knibbe is: sumat studiosus in initio textus faciliores (de student neme in den aanvang de meer gemakkelijke teksten). In het Nederlandsch is deze homiletiek van Knibbe niet verschenen maar wel heeft hij enkele hoofdpunten opgenomen in zijn: Kort Onderwijs om een predikatie met order te kunnen hooren en in de huisgezinnen of bijzondere bijeenkomsten te herhalen, afgedrukt achter zijn verklaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Beroemd is Knibbe geworden door zijn Heidelbergsche Katechismus verklaard in 2 deelen en door zijn Katechisatie over het Kort Begrip der Christelijke Gereformeerde Religie, getrokken