is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

540

KUYPER

begon te Amsterdam de sinds lang smeulende kerkelijke strijd te ontbranden, die in 1886 in lichte laaie uitsloeg en de Doleantie ten gevolge had. In dezen strijd scherpte hij zijn wapens door vlugschrift na vlugschrift goedgedocumenteerd, ter perse te leggen. Door dezen strijd is de vrije kerk ontstaan, wel niet zooals Dr Kuyper had gewenscht door het wegvallen van de synodale organisatie, maar zij heeft zich naast de Nederlandsche Hervormde kerk toch krachtig gevestigd, ook zonder kerke-goed en officieele positie. Zij heeft zich spoedig van doleerende, d. i. recht-zoekende tot rechtmatige gemeenschap van de Gereformeerde kerken In Nederland ontwikkeld, en de geestkracht en invloed van Dr Kuyper zijn wel zelden krachtiger gebleken, dan toen het hem gelukte in 1892 de vereeniging ' der Gereformeerden uit de Doleantie van 1886 en uit de Afscheiding van 1834, zij het ook al niet zonder rest, tot stand te brengen. Nam zoo de kerkelijke strijd hem schier geheel in beslag, zijn belangstelling voor den politieken strijd verflauwde er niet door. Onafgebroken stond hij op de bres, en de op zijn initiatief tot stand gekomen coalitie met de Roomschen leidde tot een gemeenschappelijk front maken tegen het liberalisme van alle gading. Na een rusteloozeh strijd van Kuyper tegen het census-kiesrecht in zijn Standaard gevoerd, trad in 1888 het eerste rechtsche kabinet, het Ministerie-Mackay op. Dr Kuyper had geen zetel begeerd, maar steunde het kabinet, waar hij kon. De wet-Mackay erkende het bestaansrecht der vrije school en hielp haar finantiëel. In 1891 viel het ministerie over „Oorlog". Toen volgden opnieuw jaren van moeizamen strijd. De kiesrechtstrijd ontbrandde en werd in eigen gelederen oorzaak van meeningsverschil. Het ontwerp-Tak van Poortvliet kwam. Kuyper steunde het onder de leuze: „sturen in democratische richting". Lohman en de meer aristocratische groep van de antirevolutionairen was er tegen. Dit leidde tot een scheuring in de antirevolutionaire partij, waarbij een Lohmanniaansch smaldeel „in de bootjes" ging en haar verliet. Dr Kuyper trad, meer gedwongen dan van harte, in April 1894, als afgevaardigde voor Sliedrecht, weer de Tweede Kamer binnen, na een twintigjarige afwezigheid. Vanaf dittevoorschijnkomen uit zijn „bomvrije kazemat", ontwikkelde hij op practisch-staatkundig terrein zijn grootsten invloed. Nu begon de glorieuse periode van zijn parlementaire werkzaamheid, waarvan de statige reeks zijner Adviezen getuigenis aflegt. Iedere redevoering was scherp belijnd, bood nieuwe gezichtspunten en was gegoten in een vorm die tot luisteren dwong. Geduchte aanvallen richtte hij eerst op het oud-liberale kabinet Roëll—van Houten, toen op het vooruitstrevendliberale kabinet Pierson—Goeman Borgesius. In 1898 onderbrak hij zijn politieken arbeid door de reeds lang beloofde en telkens uitgestelde reis naar Amerika. De universiteit van Princeton, New Yersey, had hem n.1. uitgenoodigd om in enkele lezingen het Calvinisme uiteen te zetten. Deze sinds beroemd geworden Stone-lezingen waren het antwoord op het hem aangeboden eeredoctoraat. In de dagen van den Boerenoorlog gaf hij ook daadwerkelijk blijk van zijn warme

sympathie voor het goed recht onzer ZuidAfrikaansche stamverwanten. Als hij in 't late najaar van zijn Amerikaansche reis terugkeert, roept de politieke strijd hem weer, en zien we hoe de nieuwe verkiezingen voor 1901 reeds hun schaduw vooruit wierpen. In deze politiekeaera van 1894—1901 heeft Dr Kuyper een werkkracht ontwikkeld, die vriend en vijand versteld deed staan. We moeten dan ook niet vergeten, dat hij behalve voorzitter van het Centraal Comité ook voorzitter van de Antirevolutionaire Kamerclub, en voorvechter bij de verkiezingen — leider dus van de Antirevolutionaire partij in en buiten de Tweede Kamer — tevens redacteur was van Standaard en Heraut, en ook nog Hoogleeraar aan de Vrije Universiteit in twee Faculteiten: Theologie en Nederlandsche Letterkunde. De krachtsontwikkeling, noodig voor het volbrengen van zóó gewichtigen en zóó veelzijdigen arbeid in die zeven jaar grenst aan het ongelooflijke. In dit opzicht zijn die zeven jaren het hoogtepunt van Dr Kuypers leven geweest. Geoefend en gestaald in den strijd als geen ander, meester op alle wapenen, gerijpt in kennis en ervaring, door streng-gehandhaafde organisatie van zijn arbeidsuren, door een vlugheid van werken en styleeren als alleen door jarenlange, harde oefening verkregen wordt, door den innigen band van geloof en gebed, waarmee hij zich aan ons Christenvolk verbonden gevoelde, hebben die geweldige zeven jaren bijna tot een wonder gestempeld. En zoo, bij een steeds toenemend gezag zijner richting in den lande, wachtte hij met rustige kracht het tijdstip af, waarop hem de teugels van het bewind zouden worden toevertrouwd.

De kroon op die ongelooflijke krachtsinspanning was de schitterende uitslag der verkiezingen in 1901. De Roomschen onder Schaepman, de Christelijk-Historischen onder Lohman, hadden in tijdig-bewerkte, goed in elkaar gezette coalitie, zij aan zij met de Antirevolutionairen gestreden. De koningin gaf Dr Kuyper, die de leiding van den strijd had gehad, opdracht een kabinet te vormen. En van 3 Augustus 1901 tot 14 Augustus 1905 heeft Dr Kuyper als premier geresideerd in het Torentje. Kerndoel van dit ministerie was, volgens de Troonrede, voort te bouwen op de Christelijke grondslagen van ons volksleven. Onder moeilijke, zeer moeilijke omstandigheden heeft Dr Kuyper getracht dit te doen. Zijn bemiddeling werd ingeroepen in den oorlog tusschen Engeland en Zuid-Afrika, en leidde tot den vrede te Vereeniging 31 Mei 1902, maar niet dan als resultaat van harden extra-arbeid. Veel van de werkkracht van het kabinet eischte ook de Spoorwegstaking in het begin van 1903. Door de Stakingswetten toonde de premier hoe zijn principieele levenslijn de sociaal-democratische kruiste. In de Kamer stelde hij achtereenvolgens wijziging van het lager, middelbaar en hooger onderwijs aan de orde. De wijziging van het hooger onderwijs moest er toe leiden, dat aan de Vrije Universiteit de effectus civilis werd verleend. De doorvoering dezer wijziging stuitte aanvankelijk af op de Eerste Kamer, die toen door Dr Kuyper ontbonden werd. Verder dienen nog genoemd te worden een pensioenregeling