is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KUYPER

547

die van zijn loon met God en met eere door het leven moest kunnen komen, en die aanspraak op achting van de zijde der werkgevers mocht maken. Hij wees de patroons op hun verplichtingen tegenover de werklieden. Ook drong hij reeds in het begin van zijn parlementaire periode aan op het samenstellen van een wetboek van arbeid en van wettelijk geregelde bedrijfsorganisatie. De sociale kwestie stelde hij van meetaf aan de orde als een kwestie niet van particulieren, maar van publieken aard; niet van barmhartigheid, maar van recht. „In den strijd tusschen het Kapitaal en den Arbeid mogen we niet aflaten van den eisch, dat aan elk burger van Nederland, die goed wil, een menschelijke, ja wat meer zegt, een Christelijke existentie verzekerd worde; mits niet door staatsvoogdij, wat straks de veerkracht van den werkman breken zou; maar door ook aan den arbeid het recht te geven tot staatsrechtelijke organisatie; om zoo door rechtsstrijd te verzoenen, wat straks dreigt uit te loopen op een worsteling van macht tegen geweld." Hij pleitte daarom naast de politieke vertegenwoordiging, ook voor een sociale, en dacht zelfs aan herstel van het gildewezen en aan corporatieve naast de politieke staten. Zóó werd hij de strijder voor sociale rechtvaardigheid en voor sociale organisatie onder eigen banier. Wat ons als belijders van den Christus te doen staat met het oog op de sociale nooden van onzen tijd, dat was de vraag, die hij bij de opening van het Sociaal Congres aan de orde stelde met zijn rede over het sociale vraagstuk en de Christelijke Religie. Voorts getuigen brochures als: Christus en de Sociale nooden en Democratische klippen, Handenarbeid, Pensioenregeling, Ongevallenwet, Verplichte verzekering, en vooral zijn drie deelen: Sociale Hervormingen van zijn groote beteekenis ook als socioloog. Merkwaardig is verder, dat hij nog in zijn laatste Deputatenrede, aansluitend aan wat hij reeds in 1874 verdedigd had, de aanvatting van het sociale vraagstuk in antirevolutionairen zin als de naastliggende taak zijner partij aanwees.

Wat de antirevolutionaire partij geworden is, dankt ze naast .God aan Kuyper. Bij „politiek testament" had Groen hem den veldheersstaf in handen gelegd. Met Wallenstein had hij echter deze groote overeenkomst, dat hij als generaal zonder leger optrad en zichzelf een leger scheppen moest. Maar als met een tooverslag rees dat leger uit den grond op, toen hij in 1877 de organisatie der partij ter hand nam, door als middelpunt, als banier waaraan allen trouw zwoeren, het Program van beginselen tot Shibboleth te verheffen. Heel het land werd nu overdekt met een reuzennet van kiesvereenigingen, waarvan alle draden saamliepen op de Deputatenvergadering in het hart des lands, waar — ongekend schouwspel in Nederland! — heel een partij in haar afgevaardigden saamkwam, om ze» over haar gedragslijn in programma's van actie uitspraak te doen. Aldus vormde Kuyper de Christenen in Nederland tot een in engeren zin niet godsdienstige, veel minder nog een kerkelijke, maar een zelfstandige politieke partij en als zoodanig bevestigde en versterkte hij ze een halve eeuw lang. Hij onderwees de recruten;

gaf het kader les; leidde de manoeuvres; bracht de troepen in 't vuur; koos de positie; vond het juiste woord, als de vrees opkwam of de geestdrift verflauwde; voerde ter overwinning of dekte den aftocht. En bij dat alles spaarde hij zichzelf niet, maar was te vinden, waar het vaandel wapperde; in 't heetst van den strijd. Bewonderenswaardig was wel allermeest het tactisch talent, waarmee de veldheer zijn leger op het slagveld in nederlaag en overwinning wist te leiden. Dat talent schitterde het meest in de dagen der verkiezingscampagne, wanneer zijn strijdkracht vertienvoudigde. Dan werdén zijn leadingartikels mitrailleuses, zijn asterisken wierpen bommen en granaten. Het klavier der volksconscientie bespeelde hij als ware het een klokkenspel, met ijzeren vuist, zoodat hoog in de lucht uitbeierden de forsche tonen van zijn oorlogszang. Op elk punt van de linie scheen hij tegenwoordig; hier om de slapenden wakker te schudden; daar om een verraderlijken aanval te keeren, ginds om een vijandelijken stoot op te vangen op zijn metalen schild. Alle kogels van den vijand werden op hem gericht, maar het scheen wel, of hem de gave der onkwetsbaarheid was verleend. Spelend ving Hij ze op, om ze straks met dubbele kracht op de tegenpartij terug te werpen. Wie het waagde in tweegevecht hem uit te dagen, keerde nooit zonder bluts of bult in eigen wapenrusting weer. En al mocht, naar het oordeel van Dr Schaepman, het een gunst zijn te achten, zóó te worden verslagen, wie ooit de scherpte ondervond van zijn zwaard had geen reden om van zielsgenieting te spreken. De beweeglijkheid, waarmee zijn leger van front wist te veranderen, al naarmate de aanval naar links of naar rechts moest geschieden, werd bijna spreekwoordelijk. Beurtelings streed hij met Roomsch en Conservatief, of Radicaal en Liberaal, waar de constellatie van het politieke schaakbord het eischte, niet schroomend de bondgenooten van gister, morgen als slagvaardig vijand te ontmoeten op voet van oorlog, wanneer het beginsel, dat in geding kwam deze frontverandering eischte. Kuyper was als partijleider een Napoleontische figuur. Er is veel gesproken van de fascineerende werking zijner persoonlijkheid. Men heeft hem een biologeerende macht toegeschreven en hem verweten, dat hij van zijn volgelingen marionetten maakte, waarvan hij de draden in handen hield om ze te laten dansen en springen naar believen. Maar hun die hem dit toedichtten, voegde hij kortaf toe: „Probeer het dan zelf maar eens met onze Calvinisten, of gij er marionetten van maken kunt!" Neen, het was geen marionettenspel; maar dit was Kuypers geheim, dat wat met minder klare bewustheid in ons antirevolutionaire volk leefde, door den van God gegeven leider in klare en heldere taal vertolkt werd. Hun leven was zijn leven, en één ademtocht der ziel was hun saam gemeen. Hij vermocht de Calvinisten in eenheid van inzicht en overtuiging te vereenigen, omdat hij, onder de beademing van het gebed, met hen leefde uit eenzelfde beginsel. In het mysterie van zijn persoon berustte een macht, die de wereld niet kent, maar waarin juist de mystieke kracht schuilt van 's Heeren volk. Van de bezieling op de