is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

550

KWAKKEL — KWEEKSCHOOL

vloed van de Kwakers stond, was daarvan de rijpe vrucht.

Geschiedenis der secte. Door den dood van de hoofden Fox en Penn, de kwakermoeder Margaretha Fox en den theoloog der secte Robert Barclay leed de secte een zwaar verlies. Er kwamen lauwe elementen in de secte en de wereldgelijkvormigheid vertoonde zich op onrustbarende wijze.

Het Methodisme liet zijn invloed gevoelen. Het Deïsme vond in de leer van het inwendige licht een aanknoopingspunt. Er kwamen zeer radicale elementen in de secte. Hanna Barnard en Elias Hicks loochenden de inspiratie der Heilige Schrift en zelfs de godheid van Christus. Hicks werd geëxcommuniceerd door de synodes van Londen en Filadelfia 1829. Daardoor ontstond een afscheiding in den boezem der secte. De Hicksieten (23.000) traden uit. Er waren toen ongeveer 8.000 oud-geloovigen. Er zijn ook afscheidingen geweest onder Gurney en Wilbur.

Kwakers vond men behalve in Pensylvanië, in Engeland, Madagascar en in enkele losstaande gemeenten op het vasteland van Europa (Embden, Hamburg, Altona, Danzig). Sinds 1786 vindt men in Duitschland een gemeente te Pyrmont.

Leer der secte. De leer der Kwakers volgens Barclay's Theologiae vere Christianae apologia gaat uit van de grondstelling van het inwendige licht. Door den zondeval is dat licht verduisterd, maar door den Geest van Christus wordt het weder verhelderd. Dat inwendige licht komt wel overeen met de openbaring Gods in de Heilige Schrift, maar het gaat er ook boven uit. Het is feitelijk de bron van de kennis der geestelijke dingen. De Heilige Schrift is goed, maar niet onmisbaar voor de Godskennis. Zij krijgt alleen waarde, omdat door haar het inwendige woord opgewekt wordt.

Het is niet te verwonderen, dat bij deze ultrasubjectieve richting de meeste leerstukken verzwakt werden. De leer der praedestinatie werd verworpen. De verzoening door Jezus Christus kwam op den achtergrond te staan en maakte plaats voor de verlichting. De zoendood maakte plaats voor een geboren worden van Christus in het hart. Kennis van Jezus' leven was niet strikt noodzakelijk tot de zaligheid. Dat bewijzen enkele vrome Heidenen. In de plaats van de rechtvaardiging kwam de heiliging te staan en deze heiligmaking kon hier op aarde tot volkomenheid leiden. Uiterlijke godsdienstinstellingen waren niet noodig. Prediking en gebed waren overbodig. De doop werd geheel afgeschaft. Men had alleen een geestesdoop van noode. Het avondmaal was een herinneringsmaaltijd, welke de uit den Geest geborenen niet meer behoeven. Eigenaardig is het, dat in den strijd tegen de Hicksiets door de evangelische vrienden van Manchester, in afwijking van Barclays beschouwing, werd vastgesteld, dat de openbaring Gods in de Heilige Schrift boven de openbaring door het inwendige licht staat (1837).

Gemeenteleven. Een ambt kennen de Kwakers niet. In hun vergaderingen spreekt, wie zich door den Geest gedreven gevoelt, hetzij man hetzij vróuw. Wordt niemand door den Geest aan¬

gevuurd dan zitten allen stil bijeen (süent meetings) en dan gaan de leden soms, zonder iets gedaan te hebben, uit elkander. Kerkelijke vormen zijn onder hen verboden. Maandelijks worden vergaderingen gehouden van gemeenteleden, vier in het jaar van gedeputeerden uit een kring van gemeenten en eenmaal per jaar een synode, waar de kerkelijke aangelegenheden geregeld worden.

DagelUksch leven. In het huiselijke en maatschappelijke leven toonen de Kwakers grooten waarheidszin, stillen vlijt en eenvoudige zeden. Zij genoten altoos groot vertrouwen. De oude kleederdracht is niet meer algemeen. Zij toonen een grooten zedelijken ernst in het mijden van wereldsche vermaken. Zij verbieden den eed, den staats- en krijgsdienst. Spelen worden niet toegelaten. Weeldeartikelen zijn onbekend. De Kwakers zijn ultra-democratisch. Zij spreken altoos van „jij" en „jou". Dat houden ze zelfs tegenover anderen vol. Bijzondere beleefdheid betoonen ze niet. Titels kennen zij niet. Hoedafnemen is bij hen contrabande.

Men kan van de Kwakers zeggen, wanneer men ziet op hun leven, dat ze een zekere bewuste en eigenzinnige zelfstandigheid willen bewaren, en dat, hoe hoog ze ook zedelijk staan, de zucht naar het curieuse hen vaak parten speelt. In menig opzicht zijn ze echter anderen tot een voorbeeld. [ 24.

Kwakkel of wachtel, een soort van patrijs, die zeer vet kan worden. Kwakkels zijn trekvogels, die in het voorjaar in ontelbare scharen uit Egypte naar Syrië trekken, en dan soms, als zij vermoeid neerstrijken, met de hand gegrepen kunnen worden (Ex. 16 : 13; Num. 11 : 31, 32; Psalm 105 : 40; Boek der Wijsheid 16:2). De kwakkel loopt zijn gansche leven. Zelfs wanneer hij over de Middellandsche zee vliegt, van de straat van Gibraltar tot aan de kust van Syrië, dan loopt hij eer over het water dan dat hij er over vliegt. Bij zijn doortrek maakt hij in de landen om de Oude Wereldzee een deel uit van het volksvoedsel. [ 8.

Kweekschool. Verschillende opleidingsinrichtingen dragen den naam van kweekschool. Men heeft b.v. in ons land twee kweekscholen voor de Zeevaart n.1. te Leiden en op Ameland, waar de toekomstige officieren en gezagvoerders voor onze handelsvloot worden opgeleid.

Daarnaast treft men in ons land een tweetal kweekscholen voor vroedvrouwen aan n.1. te Rotterdam en te Heerlen. De laatste draagt een overwegend Roomsch-Catholiek karakter en wordt van Rijkswege gesubsidiëerd. Toekomstige vroedvrouwen ontvangen hier theoretische en practische opleiding, doordat in de bij die kweekscholen behoorende ziekeninrichtingen een groot aantal kraamvrouwen wordt verpleegd.

Wij willen echter onze aandacht inzonderheid wijden aan de kweekscholen ter opleiding van onderwijzers en onderwijzeressen.

Vergeleken met omliggende landen staat ons lager onderwijs op een be'hoorlijk peil. Om echter dat peil te handhaven en het onderwijs te doen beantwoorden aan de eischen, die elke bepaalde tijd stelt, is steeds duidelijker de behoefte gevoeld aan goed-onderlegde en behoor-