is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LATERAANSYNODEN — LATIJN

587

residentie der keizers, totdat keizer Constantijn 5- te"jeescnenke gaf aan paus Sylvester. Van dien tijd af tot de pauselijke ballingschap bleef het de residentie der pausen. Na de ballingschap trokken de pausen in het Vaticaan. Toen werd het Lateraansche paleis een museum van kunstvoorwerpen. Constantijn liet naast het Lateraansche paleis een kerk bouwen (Basilica Constantimana of aurea ecclesia Salvatoris) oorspronkelijk een basiliek met 5 schepen, door Sergius III in de tiende eeuw en door Innocentius in de zeventiende eeuw vernieuwd. Het opschrift van die Kerk luidt: Sacrosancto Lateranensis ecclesia omnium urbis et orbis ecclesiarum mater et caput JJeze kerk had, zooals men beweerde, de heiligheid van den Oud-Testamentischen tempel geërfd. Ieder nieuw-gekozen paus komt spoedig na zijn kroning in feestkleedij, om deze kerk voor zich in bezit te nemen. Zij bezit de meest-beteekenende reliquieën, zooals de hoofden van Paulus cn i j 8 en de tafel' waaraan het eerste avondmaal door Jezus gehouden werd. Evenzoo het houten altaar, waarop alle pausen tot op Sylvester de mis gelezen hebben. In haar omgeving vindt men het achthoekige doopvont van Johannes den Dooper (Baptisterium St. Johanntln Fonte), door Constantijn gebouwd. Men vindt daar ook de beide kanellpn van inhm.» j r>

Johannes den discipel des Heeren, gebouwd door paus Htlarius (452-468). Vijf trappen leiden van net kerkplein naar den hooger gelegen kapel St. Laurenti. De middelste daarvan, die scala sancta, zou afkomstig zijn uit het huis van Pilatus en heet dan ook Pilatus-trap. Deze mag alleen op de knieën bestegen worden en daaraan is een bijzondere verdienste verbonden [ 24

Lateraansynoden. Zoo heeten de synoden,' die gehouden zijn in de Basilica bij het Late^ raansch paleis. Deze synoden waren deels gewone deels Oecumenische. De eerste gewone Lateraansynode vond plaats in 487 onder paus Simplicius. Meer bekend is de Lateraansynode (ook een gewone) in 649 gehouden onder paus Martinus l tegen de Ektesis van keizer Heraclius en den strijd8 stans in den Monotheletischen

Oecumenisch zijn er vijf Lateraansynoden. Wanneer men van Lateraansynoden spreekt, worden deze doorgaans bedoeld.

De eerste Lateraansche synode, onder paus Calixtus II gehouden (1123), (dit was onder de Oecumenische concilies de negende) bekrachtigde het Concordaat van Worms, vernieuwde het verbod der simonie, en verbood opnieuw het priesterhuwelijk en het concubinaat der priesters.

De tweede Lateraansche synode, onder paus Innocentius II gehouden (1139), maakte een einde aan het schisma, door Anacletus ontstaan, veroordeelde Arnold van Brescia, Petrus van Bruys en Bannung Roger van Sicilië.

De derde Lateraansche synode, onder paus Alexander III gehouden (1179), veroordeelde de t-atharen en Albigenzen, regelde de keuze van een paus en verbood aan de geestelijken eiken geslacht " omgang met het vr°uwelijk

De vierde Lateraansche synode, onder paus

Innocentius III gehouden (1215), was de meest schitterende. Zij werd bijgewoond door 71 primaten, 412 bisschoppen, 800 abten, de patriarchen van Constantinopel en Jeruzalem, daarenboven door afgezanten van het Byzantijnsche hof en van andere Europeesche hoven. Op deze synode werd de transubstantiatieleer kerkelijk gesanctioneerd en werd aan alle leeken tot wet voorgeschreven, dat ze minstens éénmaal per jaar moeten biechten.

De vijfde Lateraansche synode, onder de pausen Julius II en Leo X gehouden (1512—1517), was bijna alleen door Italiaansche bisschoppen bezocht. Hier veroordeelde men de besluiten van het concilie van Pisa (1511), regelde men de rangorde der kardinalen, en de inrichting der provinciale synoden en schoof men in de plaats van de pragmatieke sanctie van Bourges, een concordaat, waardoor de rechten en vrijheden der Gallische kerk ingetrokken werden. Daarom heeft de Gallische kerk deze Synode nooit erkend als Oecumenisch.

Deze is de laatste der Oecumenische Lateraansynoden. Gewone zijn er na dien tijd nog wel gehouden. O.a. die van 1725 onder BenedictusXIII, op welke de Constitutio Unigenitus bekrachtigd werd. Het beste werk om deze Lateraan-synoden (ik bedoel de Oecumenische) te leeren kennen en te weten, wat daarop behandeld is, is het

.cvciiawciK. rwnziuengescnicnte door /. C. Hefele. (Zie artikel). [24.

Latijn is naar den naam de taal der Latini een volksstam in midden-Italië, inderdaad de taal van één der Latijnsche steden, Rome. Het Latijn behoort tot de groote groep der IndoGermaansche talen en is van, die talen in de eerste plaats met het Grieksch en met het Keltisch verwant. Naarmate de heerschappij van Rome zich uitbreidde, werd het Latijn over steeds grooter uitgestrektheid gesproken. Groote uitgestrektheid in absoluten zin verkreeg het Latijn echter eerst in den keizertijd. Het Grieksch was veel meer in zwang dan het Latijn, zelfs té Rome werd veel Grieksch gesproken in de eerste eeuwen na Christus.

Een taal, die zoo lang en door zoovelen gesproken is als het Latijn, heeft uit den aard der zaak een geschiedenis doorgemaakt. Het is hier niet de plaats daarover veel te schrijven Als bloeiperiode van het Latijn rekent men de eerste eeuw vóór en na Christus, den tijd, waarin prozaschrijvers als Caesar en Cicero, dichters als Vergihus, Horatius, Ovidius leefden. Toen het Latijn zich ging uitbreiden, boette het aan zuiverheid in. Elementen uit de volkstaal en uit de talen van vreemde volken drongen binnen en zoo zijn langzamerhand uit het Latijn de Romaansche talen onstaan. Het is van veel belang geweest, dat verschillende Westersche kerkvaders we noemen Tertullianus, Minucius Felix, Cyprianus, Augustinus, in de Latijnsche taal hebben geschreven. Mede daaraan is het te danken dat net Latijn in het Westen kerktaal is geworden (zie artikel KerklnHin\ nr,ir >i. +»oi j~

wetenschap, de diplomaten enz. Vooral de humanisten hebben veel gedaan, om, toen in kerk en school het Latijn weer verbasteren ging h« kunstmatig te vernieuwen. In de Roomsche