is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

598 LAYNEZ DIËQO —

Cyprus aan Engeland werd afgestaan. Daarop werd hij in den ridderstand opgenomen. In 1880 keerde hij naar Engeland terug. Hij overleed in 1897. Behalve de reeds genoemde boeken schreef hij Discoveries at Ninevé and researches at BabyIon (1853) en Early adventures in Persia Suziana and Babylonia, 2 dln. (1887). Hij was ook beoefenaar der kunstgeschiedenis. Ih 1887 schreef hij Handbook of Painting, The Italian Schools. [ 24.

Laynez Dïëyo, medeoprichter van de orde der jezuïeten, opsteller van de statuten dezer orde, werd geboren in 1512 te Almancario in Castilië. Hij studeerde te Alcala en te Parijs, waar hij Ignatius Loyola ontmoette en zich aan dezen verbond. In 1539 werd naar de door hem gemaakte statuten de orde der Jezuïeten gesticht, die in 1540 door paus Paulus III bekrachtigd werd. Op aandringen van Laynez werd Loyola de eerste generaal der orde. Laynez maakte vele reizen in net belang der orde en hij toonde zijn ijver bijzonder op het concilie van Trente. Paus Paulus lil bood hem den kardinaalshoed aan, maar hij weigerde dezen te ontvangen. In 1556 werd hij na den dood van Loyola diens opvolger. Hij was dus de tweede generaal der orde. Laynez was van de zeven oprichters der orde (zie art. Ignatius Loyola) de meest geleerde. Hij bezat een uitgebreide kennis en hij was een zeldzaam redenaar. In 1561 ging hij met kardinaal Ferrara naar Frankrijk, om zorg te dragen voor de uitroeiing der ketters. Het gevolg van die reis was de toelating van de orde der Jezuïeten in Frankrijk. Laynez keerde daarop naar Rome terug, arbeidde onafgebroken voor den bloei zijner orde en overleed te Rome in 1565. [ 24.

LazarettI, volgelingen van David Lazaretti, een gewezen voerman, die te Toscane geboren was. In 1872 trad hij op met de bewering, dat hij een afstammeling was van Karei den Groote en dat hij van Petrus de opdracht ontvangen had, om de wereldlijke macht van den paus te herstellen. In het Vaticaan vertrouwde men hem niet recht, maar men liet hem om het goede doei, dat hij beoogde, begaan. Weldra had hij een grooten aanhang, men zegt van wel 40.000 lieden, meestal uit den boerenstand. Zijn volgelingen noemden hem den heiligen David. Als een profeet werd hij door hen begroet. Men bouwde voor hem op den Monte Labro een kerk met een hoogen Davidstoren. Hij stelde twee priesters aan, maar deze werden door den bisschop geëxcommuniceerd, omdat zij veranderingen in den cultus gebracht hadden op last van den profeet. Lazaretti ontpopte zich weldra als een aanhanger van communistische ideeën. Zijn aanhangers moesten hun goederen aan hem afstaan als vertegenwoordiger van de gemeenschap. Hij verzekerde, dat met 1 Januari 1891 de gemeenschap van goederen in Italië zou worden ingevoerd en dat daarna de and.ere landen zouden volgen. Voor dien tijd stierf hij echter, want, toen hij een inval deed in zijn geboorteplaats, 18 Augustus 1890, om daar zijn doel al vast te bereiken, vond hij den dood. Stervende voorspelde hij, dat hij na drie dagen weder zou opstaan, en, toen dit natuurlijk niet geschiedde, ontwaakten zijn volgelingen uit hun droom en de secte verliep. [ 24.

LAZARUSORDEN

Lazaristen. In 1624 werd te Parijs opgericht het genootschap der Lazaristen. Dit genootschap werd gesticht door de in de geschiedenis om zijn arbeid op het gebied der barmhartigheid bekende Vincentius da Paula. Als huisgeestelijke op het landgoed van de gravin de Gondy had hij kennis gemaakt voornamelijk door de biecht met den droeven geestelijken toestand van de boerenbevolking. Daarom stichtte hij een gezelschap van priesters, die zich als doel stelden door zendingsarbeid onder de boeren het Christelijk en kerkelijk leven te verheffen, maar altoos met medewerking van de bestaande geestelijkheid. Deze priesters werden daarom wel genoemd zendingspriesters. Het gezelschap had zijn zetel te Parijs in S. Lazarus. Vandaar de naam Lazaristen. Uit dezen kring kwam er, voornamelijk door oefening der Jezuïtische excercitiën, een nieuw leven onder de Fransche geestelijkheid en een opleving van het kerkelijk leven onder de leeken. Het genootschap bloeide vooral onder den generaal Etienne (1873—1874). In 1873 werd het uit Duitschland verbannen, omdat het in betrekking stond tot de Jezuïeten. [ 24.

Lazarus. I. Lazarus = Eleazar of God helpt, broeder van Martha en Maria van Bethanië, door Jezus opgewekt. Deze opwekking (zie Joh. 11) veroorzaakte de gevangenneming van den Heiland. Kajafas zeide in den Raad, die naar aanleiding van die opwekking saamgeroepen was: „het is ons nut, dat één mensch sterve voor het volk en het geheele volk niet verloren ga" (Joh. 11:50). Volgens de overlevering moet Lazarus na zijn opstanding nog 30 jaren geleefd hebben en moet hij later in Galilea het Evangelie gepredikt hebben. Deze overlevering mist echter genoegzamen grond.

II. Lazarus, de arme man uit de gelijkenis (Luc. 16). Jezus wilde door deze gelijkenis het misbruik van den rijkdom in het licht stellen en tevens waarschuwen voor een blind vertrouwen op de vleeschelijke afkomst uit Abraham. De naam Lazarus is karakterizeerend voor den man, die schier aan alles gebrek had (God helpt). Dat hij de eenige man is, wiens naam in een gelijkenis genoemd wordt, geeft o. i. nog geen recht om daaruit met zekerheid te constateeren, zooals Calvijn doet, dat Lazarus waarlijk geleefd heeft. Van Lazarus is afgeleid het woord Lazaret. [ 24.

Lazarusorden. In de Middeleeuwen waren de Lazaristen (anderen dan de reeds behandelde Lazaristen) een orde, die zich ten doel gesteld had de verpleging van melaatschen. Het moederhuis van de orde, die tot symbool gekozen had een gouden kruis en een palmboom, was het melaatschen-huis S. Lazarus te Jeruzalem. Zij bestond al in 1150. De orde werd een ridderorde en sinds de verdrijving uit het heilige land vestigde zij zich in Thüringen, Zwitserland en bijzonder in Frankrijk. De verpleging der melaatschen ging geregeld door. Tot 1253 stond steeds een melaatsche aan het hoofd der orde, maar zij bleef aan haar doel niet getrouw. Toen in de 15e eeuw de melaatschheid in het Westen niet meer voorkwam, zonk de orde in;, haar hospitalen werden door de steden in bezit genomen en de orde zelve werd door den paus in 1489 opgeheven. [ 24.

598