is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEERDICHT - LEERQESCHIL

611

Leerdicht is de belangrijkste uiting van didactische poëzie, die in dichterlijken vorm godsdienstige, wijsgeerige of wetenschappelijke waarheden leeren wil. In den eigenlijken zin behoort ae didactische poëzie en dus ook het leerdicht niet tot de literaire kunst, omdat wat kunst is steeds uit aesthetische aandoeningen geboren wordt, uiting is van de menschenziel en spreekt tot de menschenziel, terwijl leeren een verstandelijke daad is en het leerdicht dus ook meer intellectueel dan emotioneel: aan anderen te leeren, wat naar de meening van den dichter waar goed of noodig is, dat is de bedoeling van het leerdicht (Maerlant, Cats). Intusschen kan toch ook het leerdicht kunst zijn, in zooverre aesthetische aandoening, emotie, aanleiding kan zijn tot de behoefte van den dichter om te „leeren' (Maerlant); ook is het mogelijk, dat door de dichterlijke eigenschappen van den maker het aesthetische in zijn werk over het didactische domineert (in de Reinaert is dat b.v

«cv<«v- uaarom worat net leerdicht, in'talgemeen de didactiek, gerekend tot de literaire kunst, zu het dan, dat gewoonlijk van „bastaardkunst gesproken wordt. Uit deze positie volgt dat *t didactische niet een opzichzelfstaande kunstvorm is. Het behoort als onderdeel bij de lyrische, epische of dramatische poëzie, al naar het karakter van de stof: lyrisch-didactisch zijn ui ■5?tuxeP,gram <kort- zinriik gedicht) en het hekeldicht (uiting van verontwaardiging); dramatisch-didactisch zijn de middeleeuwsche moraliteiten (zie art. Geestelijke poëzie), episch-didacI Va- Ï5n .fabeL Parabel, autobiografie en ook leerdicht. Mede in aansluiting bij onzen volksaard is het leerdicht zeer veelvuldig in ónze letterkunde, behoort het nob- w „n„ •_.«__

der literatuur. Maerlant en zijn school vertegenwoordigen het middeleeuwsche leerdicht; in de 17e eeuw komt het voor bij Vondel, Cats, Huygens in de 18e eeuw bij Feith, Wolff Deken/in dé r6,6"™ bfl Bilderdtfk, de Lannoy, ten Kate e.a. Ue 80er poëzie kent, krachtens haar karakter, het leerdichiniet. Tegenover de andere soorten van didactiek kenmerkt zich het leerdicht door zijn uitvoerige behandeling der stof. f 45

Leeren komt in twee beteekenissen voor, n 1 van doen weten, onderwijzen, onderrichten • en van zich oefenen in, zich bekend maken met , studeeren. '

De eerste beteekenis komt in de Schrift voor van God en dan met en zonder vermelding van hetgeen waarin Hij ons onderwijst, bijv. Ex

zult PseM(Iki. hLU leere? watM S« «preken* i ps-: * ■ Heere,.... leer mij uwe paden; m$ ia uwe waarheid en leer mH • van Christus bijv. Matth. 4 : 2: En Hij omging geheel Qalilea, leerende in hunne Synagogen! Mattn. 5 : 2: En Zijn mond geopend hebbende leerde Hij hen, zeggende; Matth. 7 : 29: Want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden; van den Heiligen Geest, ï uor. z : ij; maar met (woorden), die de Heilige Geest leert; van menschen bijv. van Johannes

3h!J?0r?pe- VUC- ll:iJ 8eI«k ook johannes zijnen discipelen geleerd heeft; van Petrus en Johannes, die het volk leerden en verkondigden in Jezus de opstanding uit de dooden (Hand

4.2); van Paulus, 1 Cor. 4 : 17: gelijkerwljs k alom in gemeenten leer, enz. In deze beteekenis komt het ook voor in den titel: Catechismus of onderwijzing in de Christelijke leer. die in de Nederlandsche Gereformeerde kerken en scholen geleerd wordt; en in het antwoord op

VoaagM:«Patoo,eeiï ons ^stus in eene hoofdsom Matth. 22 : 37-40 enz.; en voorts in uitdrukkingen en spreekwoorden: de tijd zal het leeren; nood leert bidden enz.

De tweede beteekenis van zich oefenen in studeeren, komt voor in de Schrift, bijv. Deut! 14 : zj: opdat gij den Heere uwen God leert vreezen alle dagen; Matth. 11:29: en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; voorts op godsdienstig gebied: een catechisant, die zijn vragen leert; een student, die voor predikant leert; in het algemeen, bijv. in het rijmpje: mijn spelen is leeren; mijn leeren is spelen; en waarom zou mij dan het leeren vervelen ? en in verschillende spreekwoorden: al doende leert men; een mensch is nooit te

leeren, enz? [ Tl. Cen eeren' een gedicht Leergeschil. Het woord leergeschil kan ruimer en enger genomen worden.

In ruimeren zin vallen er onder de extraconfessioneele controversen, d.i. de geschillen d e buiten de belijdenis der kerk liggen, zooals bijvoorbeeld het verschil inzake de Avondmaalsleer tusschen de Roomschen, Lutherschen en ?n\T, Am Drden; en de vilf verschilpunten tusschen de Remonstranten en de Gereformeerden ?h ,de verkiezing is uit voorgezien geloof of oM?°f,i de y°ld°ening van Christus a%emee„ of particulier; de wil des menschen vrij of gebonden: het werlr des Heil;™,, rï_—J*J J»c

„,.„ j„,.,. . —~ ■«..■.stu uccsics weaer-

standeiijk of onwederstandelijk; en de genade verliesbaar of onveriiesbaar is zie: „De Vat der mL? tegen de Remonstranten ofte oordeel der Nationale synode der Gereformeerde kerken van de vereenigde Nederlanden, gehouden binnen

16i8 en 1619 over de bekende vijf hoofdstukken der Leere, daarover in de Gerefor-

3 ge^nlT VereCnigde N6derlanden In engeren zin verstaan wij er onder de intraconfessioneele geschillen d.i. de geschillen, die binnen de grenzen der belijdenis liggen en vóórts de geschillen waarin de kerken, zonder dat zij er zich in de belijdenis uitdrukkelijk over hebben uitgesproken, elkander dulden en dragen; zooals de vroegere verschillen tusschen infra-en supraapsaristen over de verhouding van Gods raad tot de zonde en het daaruit voortvloeiend verschil in de orde der raadsbesluiten Gods; zie korte omschrijving van dit geschil in het artikel: tuf ra- en Supralapsarisme; en Dr K Diik Om t eeuwig welbehagen, blzz. 399—412 '• en de' hatere Ieergeschillen binnen den boezem der Gereformeerde kerken over het infra- en supralapsarisme. de eeuwige r^h».,o,.^,'. ,., F J.

onmiddellijke wedergeboorte en de onderstelde nt^S6' WMrtïï» «« op de synode van

Utrecht. 1905. een verlrlarino *tlc,Ar.J

partijen bevredigde en voor het rechte inzicht m deze Ieergeschillen en voor de rust in de Gereformeerde kerken tot rijken zegen is ge-