is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LICHTVAARDIG - LICINIUS

659

die gelegenheid bracht Maria haar reinigingsoffer bestaande uit een paar tortelduiven, waarvan een diende tot zondoffer en de andere tot brandoffer. Daarna had de voorstelling plaats door den priester. De mis, die dan bediend wordt, heet Lichtmis van wege het groot aantal waskaarsen, dat gebrand wordt. Dat is een symbolische voorstelling van „het licht tot verlichting der Heidenen" (Luc. 2:32). In de Grieksche kerk werd het feest ingesteld in 542 door keizer Justinianus en daar heet het Hypanie, d. w. z. ontmoeting, omdat men denkt aan de ontmoeting van Simeon met het kindeken Jezus, f 24. Lichtvaardig, onberaden, ondoordacht. De

Schrift snreekt O.a. van lirhtvaardirre mannon Hof

uiciistnen aie zonaer ernstige levensopvatting te hebben, tot alles in staat zijn (Richteren 9 : 4), en van lichtvaardige profeten, die het volk

VOOreaan met woorden die het nn een di»ool_

spoor brengen, omdat zij niet spreken wat God

ucvu.cu neen, en aaarom nun naam onwaardig

, M,uu ^cidujd j : q,). uok noemt ae schrift als eigenschap van de liefde dat -Hi niet i;,.ht.,oo.-H:~

handelt, maar ernstig en nauwgezet van levens-

wpvaunig ia, voor ues naasten weizijn niet onverI schillig is, en niet gemakkelijk daarvoor het oor en oog toesluiten kan. [ 28. Lichtvrienden. In de Evangelische kerk

vun uunscniana gevoeiae men den invloed van het Rationalisme. In het begin van 1840 had de

Maagdenburger nredikant U/ n fUnfonio 'I7ru

1859) in een kranten-artikel het bidden tot

^imsius ais goasiasterujk Bijgeloof bestreden.

Het Consistorium kwam tnssr-henheido on u~i

scheen, alsof Sintenis afgezet zou worden, maar

iiju vneiiuen wenaaen zien tot aen Minister van eeredienst en nu kwam Sintenis met een berisping vrij. Door dit geval bleek, dat de leervrijheid in de Evangelische kerk gevaar liep, enL «u stichtten de vrijzinnige predikanten Uhlich (1797—1872) en König een vereeniging van Protestantsche vrienden, die al spoedig Lichtvrienden genoemd werden. Dat geschiedde 29 Juni 1841. Zestien theologen traden als leden toe. Men beleed te gelooven aan het eenvoudige evangelische Christendom zooals dat uitgesproken was in Joh. 17 : 3. Men stelde het recht vast tot vrij onderzoek en verklaarde zich tegen ketterjagerij. Men wilde door woord en geschrift arbeiden voor het rijk van Jezus en men besloot zich tegen alle geestelijke voogdij te verzetten. Er werden verschillende samenkomsten gehouden, te Köthen (1842—1845). die door duizenden werden bezocht. Op een dezer vergaderingen hield de predikant G. A. Wiscilenus (1803—1875) van Halle aan de Saaie een toespraak over de vraag: „Ob Schrift, ob Geist". Daarin verklaarde hij, dat de menschelijke geest de norm moet zijn van het Protestantsche beginsel en niet de Heilige Schrift. De vergadering, in 1845 te Köthen gehouden, en die bezocht werd door twee a drie duizend menschen, verklaarde zich in beginsel eens met Wiscilenus. Een kerkelijk proces begon en dat proces eindigde met de afzetting van Wiscilenus „wegens zware overtreding der voor de liturgie en leer bestaande verordeningen in de Evangelische landskerk" (28 April 1846). De koning, die de zijde der orthodoxen koos, had

inmiddels alle openbare en geheime vergaderingen der Lichtvrienden verboden.

Vóór Wiscilenus was al afgezet de garnizoenspredikant Dr Jut. Rupp (1809—1884) te Köningsbergen. Uhlich kon het nog een paar jaar in de kerk uithouden. Toen ging hij eigener beweging heen, nadat hij in Maagdenburg gesuspendeerd was wegens zware overtredingen der kerkenorde. Zoo deden ook de predikanten W. E. Baltzer te Delitsch en A. T. Wiscilenus te Bedra, broeder van den reeds genoemden.

Nu begon men vrije gemeenten te stichten. Rupp was de eerste, die te Koningsbergen er een organiseerde (16 Januari 1846). Een Jood, die verklaarde Christen te willen worden, en tot

ucze gemeente wenscnte te komen, behoefde niet gedoopt te worden. Men wilde vrij zijn in ieder opzicht. Ouders, die met hun kinderen ten doop kwamen, konden zelve de doopsformule kiezen in overleg met den predikant. Rupp doopte meest met de formule: „Ik bespreng u in den naam van Jezus van Nazareth". De tweede gemeente werd gesticht te Halle. De Bijbel werd met meer als regel des geloofs erkend. Men preekte ook over woorden van Schiller en Uhland. In Nordhausen trad Baltzer op als stichter van een vrije gemeente en te Marburg A. T. Wiscilenus. Ook Uhlich stichtte er een te Maagdenburg. Hoe weinig ernstig deze gemeenten waren, blijkt uit de mededeelingen van een Lichtvriend uit Breslau, die beweerde, dat de Hamburgsche gemeente o.a. bestond uit louter godloochenaars. De Revolutie van 1848 vond in deze kringen grooten bijval. De Duitsch-Catholieken vonden in deze gemeenten ook veel sympathie. Men vereenigde zich in 1859 onder leiding van Uhlich tot een Bond van vrije godsdienstige gemeenten in Duitschland. Het aantal aangesloten vereenigingen bedroeg ongeveer 50 en het ledental over geheel Duitschland circa 20.000. Elke gemeente had het recht om haar eigen bepalingen te maken in godsdienstige aangelegenheden. Op dezelfde lijn lag de vrije gemeente van Dr Ph. R. Hugenholtz (f 1889) en Ds P. H. Hugenholtz Jr te Amsterdam. [ 24.

Licinius f Pi>>>!:•■*. i e.....o ;

omstreeks 263 na Christus in Dacië geboren en

ui o*rj gcsiurven, was oorspronkelijk een boer, maar doorlien als soldaat ai de .«1.» «„+

leger en klom uit een zeer eenvoudige positie tot de hoogste ambten op. Zelfs werd hij met den

Steun van kei 7 er ninelatlanuo dn». /"I-I !.._

te Carnuntum tot Augustus benoemd (11 November 307). In 311 vaardigde Galerius een door

keizer Constantiin en i in'm'»ctnarlo.nn/i.rf..i, 1

edict ten bate der Christenen uit, dat echter

weinig uitwerking had. Ten eerste was de toon

Van het Stuk VOOr de Christenen nitorct hotol.-ll..

vrijheid werd hun slechts gegund, omdat zij toch maar hardnekkig vasthielden aan hun dwa-

ling. Maar hnvendien liet rooHc. -Qo ~~ i

i . —— - ...... ito iiiaaiiu.cu

later keizer Maximinus de Christenen opnieuw vervolgen (Dr F. Pijper). Werkelijk groote verandering kwam eerst tnen Pr.nctontUn \t.

overwonnen had (312). Samen met Licinius vaardigde hij weldra een edikt uit (313), dat voor de aanhangers van versrhiiionHo ^.«...t..

bepaalde vrijheden behelsde. In elk geval ieder