is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

748

LUTHERSCHE ZENDING

geschiedenis van Fillps ontbonden echt, werd nog geroepen tot een strijd tegen Agricola, wijdde Amsdorf nog tot bisschop van Neurenberg, welke daad hij verdedigde in zijn schrift: Exempel einen Christlichen Blsschof zu weihen (1542), schreef nog eens over het avondmaal Kurze Bekenntnis Dr Maarten Luthers vom heiligen Sacrament (1545) en zond zijn laatste geschrift de wereld in: Wider das Papstthum zu Rom vom Teufel gesttftet (1545). Dat was zijn testament.

Door zijn onvermoeiden arbeid, die soms een reuzenarbeid geleek, begonnen Luthers krachten te verminderen. Hij had al dikwerf smarten te doorstaan gehad. Meer dan eens was hij den dood nabij. Zijn vijanden verlangden naar zijn dood. In 1545 kwam hem nog een geschrift in handen, in het Italiaansch gesteld, waarin verhaald werd, dat Luther was gestorven, en dat hij nog voor zijn dood geboden had zijn lijk op een altaar te zetten en te aanbidden. Zijn graf werd later ledig gevonden. Men had een ontzettende zwavellucht bemerkt in de omgeving. Ongetwijfeld had de duivel het weggehaald. Luther las dit boek en zei, dat het zijn vroolijkheid opgewekt had.

In Januari 1546 maakte hij een reis om een twist tusschen de graven van Mansfeld te beslechten. Hij werd krank te Eisleben en op 18 Februari 1546 stierf hij reeds. Zijn lijk werd onder ontzaglijke belangstelling naar Wittenberg gevoerd op 22 Februari. Bugenhagen predikte over 1 Thess. 4 : 13 en Melanchton hield de lijkrede. In de kerk, aan welker deur hij eens de 95 stellingen aansloeg, werd hij begraven, dicht bij den . kansel, van welke hij zijn doordringende en ernstige prediking zoo vaak had doen hooren. Zijn vriend Justus Jonas had hem nog fluisterend voor ■ zijn sterven gevraagd: Eerwaarde vader, wilt gij aan Christus en aan de leer, welke gij gepredikt hebt, vasthouden ? Deze vraag werd door hem met ja beantwoord (Mathesius).

Luther is de man geweest, die met heldenmoed den reuzenstrij d gewaagd heeft tegen de RoomschCatholieke kerk, die den band verscheurd heeft, waardoor het geweten van het arme volk gebonden lag aan de uitspraken van pausen en conciliën, die weer teruggeroepen heeft naar het loutere Woord des Heeren. Hij heeft gewandeld op de fel-bewogen golven van de levenszee met het lied des geloofs op de lippen: Ein feste Burg ist unser Gort. Calvijn heeft hooger gemikt dan Luther. De Geneefsche reformator heeft de eere Gods gezocht op alle terrein van het leven, van het weten en willen, het kennen en kunnen, maar Luther heeft meer de verlossing van den zondaar op het oog gehad. Calvijn was meer theologisch in zijn beschouwingen, Luther meer soteriologisch; maar Luther is toch de man geweest, die de wereld heeft doen daveren door de prediking van het woord: de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Ongetwijfeld was hij soms fel, al te fel vooral in zijn polemiek. Daardoor heeft hij aan zijn volgelingen geen goed voorbeeld gegeven, maar men moet den tijd aanmerken, waarin hij leefde, „toen vorsten elkander vaak aanspraken zooals de boeren in de herberg doen" (Thiersch) en men mag niet vergeten, dat Luther vaak belaagd is op grove wijze, dat men hem belasterde,

dat men hem griefde tot in het diepst zijnet ziel. Dat verontschuldigt hem niet, maar dat verklaart menig scherp woord. Men moet echter ook een oog hebben voor de schoone zijde, waarop hij het volk toesprak in woord en geschrift. Hij, de zoon uit het volk, kende zijn volk. 'Hij kende de taal des volks. Hij wist het hart des volks te raken. Heeft hij zelf bij zijn bijbelvertaling niet geschreven: „hoe men vertalen moet, moet men niet aan de letters in het Latijn vragen. Dat moet men aan de moeders in huis, aan de kinderen op straat, aan den gemeenen man op de markt vragen" (Kawerau). In die echte volkstaal heeft hij gesproken en geschreven en als de held des geloofs spreekt hij nog en zal hij blijven spreken,' nadat hij gestorven is. Een boven allen uitstekend geleerde is hij niet geweest, maar hij beeft wel zijn volle ziel uitgegoten in zijn woord en hij heeft de gewetens machtig aangegrepen, opdat alle menschenwoord zou zwijgen en opdat alleen groot zou zijn het Woord des Heeren, waaromtrent hij met geestdrift getuigde, zijn heele leven door: das Wort sollen sie stehen lassen.

Uitgaven van Luthers werken:De Wittenbergsche 1539—58, 12 Duitsche, 8 Latijnsche banden, de Jenasche 1555—58, 8 Duitsche, 4 Latijnsche banden, de Altenburgsche 1661—64, 10 Duitsche banden, de Leipzigsche 1729—40, 23 Duitsche banden, de Walchsche 1740—43, 24 Duitsche banden, de Erlanger 67 Duitsche, 38 Latijnsche banden.

Levensbeschrijvingen van M. Luther. Van Melanchton (Latijn) 1546. J. Mathesius 1565. Meur er, Luthers Leb en 1870. De meest beteekenende zijn J. Kóstlin, Marten Luther 1875, Th. Kolde, Marten Luthers Biografie 1875, A. Hausrath, Luthers Leben 1884. [ 24.

Luthersche Zending. Gaat uit van het Nederlandsch Luthersch Genootschap voor Inen Uitwendige Zending, dat, in 1852 opgericht, in 1872 in zijn tegenwoordige gedaante is overgegaan, en dat, onafhankelijk van de officiëele Luthersche kerk arbeidende, thans 32 Afdeelingen en 13 Correspondentschappen telt, waardoor het zoowel hier te lande als in Nederlandsch OostIndië zijn werk in dienst van het koninkrijk Gods verricht.

Tot het zelfstandig uitzenden van zendelingen werd in 1880 besloten; na eenig aarzelen (er werd eerst gedacht over Enggano en over Pasoemah Oeloe Mana op Sumatra) viel de keuze op de Batoe-eilanden bij Nias. Daar werd in 1889 het Zendingswerk aangevat

Van de zendelingen is vooral te noemen C. W. Frickenschmidt, die, na 32-jarigen arbeid, zijn emeritaat verkreeg in 1922.

Het zendingswerk bleek zeer moeilijk; toch werden op de twee eilanden Poeloe Tello en Sigata langzamerhand twee gemeenten gesticht; ook tot de andere eilanden breidde zich de arbeid uit, terwijl men het ideaal in het oog hield, om alle bewoonde eilanden binnen zendingsinvloed te brengen; de schooldienst en de medische dienst kwamen gestadig tot ontwikkeling.

In 1916 besloot het Hoofdbestuur het zendingswerk te centraliseeren, en wel zóó, dat Sigata