is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

754 LYDDA

rijk der Seleuciden, werd in 188 v. Chr. door de Romeinen aan Antiochus den Groote ontnomen, en aan Rhodes gegeven, maar in 168 vrij gemaakt. Toen kwam een tijd van voorspoed. Omstreeks 138 v. Chr. zonden de Romeinen ook aan Lycië brieven ten gunste van de joden (1 Macc. 15, 23), die dus ook hier woonden. Er zouden een 70 steden in gelegen hebben. Zelfs zijn bijna honderd plaatsen bekend, die munten sloegen. Cassius heeft in 43 v. Chr. de schoone stad Xanthus verwoest, en het land zeer gekweld. Plinius kende in zijn tijd maar 36 steden. Claudius heeft in 43 n. Chr. Lycië, om de oneenigheid harer steden, tot een- Romeinsche provincie gemaakt, en in 74 werd deze verbonden met Pamfylië tot de dubbele provincie Lycia-Pamfylia.

De Steden van Lycië waren vroeger verbonden tot een eenheid, „het Lyciscbe Systeem". Later hadden slechts 23 stem in de vergadering, die „to koinon Synedrion" genaamd werd, sommige met drie, andere met twee, de overigen met één stem. Toen Lycië haar vrijheid verloren had, werd het oude systeem omgevormd tot een Koinon Lykioon, voor de keizerculte, onder voorzitterschap van den Lyciarch.

In het Nieuwe Testament worden van de steden in Lycië genoemd Patara, Hand. 21 : 1, waar de apostel Paulus en zijn reisgezellen aanleiden op zijn derde zendingreis, toen hij naar Jeruzalem ging; en Myra, Hand. 27 : 5, dat aangedaan werd door het schip, waarop hij naar Rome zou varen..

Het Evangelie schijnt niet spoedig ingang gevonden te hebben in Lycië. De apostel Petras noemt in zijn eersten brief, 1 : 1, Lycië niet En in lateren tijd vroegen, volgens een inscriptie, de Lyciërs en de Pamfyliërs aan Galerius, een einde te maken aan de secte der Christenen. [ 7.

Lydda, naam van een stad die niet ver van Joppe gelegen was (Handelingen 9 : 38); in 't Oude Testament: Lod (1 Kron. 9 : 12). Hier vormde zich reeds vroeg een Christelijke gemeente. Petras genas hier een man met name Aeneas, die acht jaren geraakt te bed gelegen had, hetgeen leidde tot een algemeene bekeering van de inwoners van Lydda en Sarona. In de Joodsche oorlogen door Cestius verwoest, werd de stad weder opgebouwd, en onder den naam Diospolis bloeide zij op tot een stad van beteekenis. Volgens de legende is hier de heilige Georg die in Nicomedië den marteldood stierf, geboren en begraven. [ 28.

Lydia. Op zijn tweede zendingsreis maakt de apostel Paulus te Filippi in Macedonië kennis met „een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, in de stad Thyatire, die God diende" (Hand. 16 : 14).

De naam Lydia was een algemeen-voorkomende vrouwennaam in den tijd in welken zij leefde; maar in dit bijzondere geval was het misschien een bijzondere aanduiding van haar herkomst: dé Lydische, aangezien zij uit Thyatire (vgl. Openb. 2 : 18), een stad in de Klein-Aziatische provincie Lydië, geboortig was (gelijk bij ons zoovele geslachtsnamen aan een bepaalde plaats van herkomst herinneren). De purperververij,

— LYDIË

waarnaar zij purperverkoopster, handelaarster in purper, bijgenaamd wordt, werd, behalve in Fenicië, Juist in Lydië als ambacht beoefend; een te Thyatire gevonden opschrift maakt van de verfkunst daar tot hoogen trap opgevoerd, gewag. Wat de Schrift van haar meedeelt (Hand. 16 : 12—15), is dogmatisch vooral om twee redenen van belang. Vooreerst daar hier met nadruk op den voorgrond wordt gesteld dat de Heere haar hart opende om op te merken op het door Paulus verkondigde Evangelie; de Heere was dus de eerste; des Heeren het hart openende daad ging aan haar hooren en gehoorzaam zich overgeven vooraf; wat in dit bijzondere geval feit was, moet dus ook wel, vergelijk trouwens de doorioopende voorstellingswijs van heel de Schrift, algemeene regel zijn. Wat de Heere hier doet moet Hij doen, zal het bij een mensch komen tot de gehoorzaamheid des geloofs. En het tweede belangrijke is dat zij nu gedoopt werd, en haar huis; derhalve degenen die öf met haar mede geloofden öf in haar begrepen werden geacht. De onderstelling van Renan, met verwijzing naar Filipp. 4 : 3 (medgezel als echtgenoot opgevat) dat Lydia, die misschien weduwe was, later de vrouw van Paulus is geworden, al vindt zij gedeeltelijk steun bij Eusebius (vgl. Barde, Comm. op de Hand. derApp., vertaald door Dr. Keizer, bl. 347), is niet meer dan een vracht van verbeelding. [ 41.

Lydië was het Westelijk deel van Klein-Azië, een zeer. schoon en rijk landschap, ten Noorden begrensd door Frygië, ten Zuiden door Carië, en ten Westen door de Aegeïsche Zee. In vroeger eeuwen heette het Maeonië. Lange bergketens, die zich van het centraalgebergte in Klein-Azië Westwaarts uitstrekten, Messogis, Tmolus, Temnus, verdeelden het in breede vruchtbare valleien, door welke de Maeander en de Cayster en de Hermus met hun zijrivieren stroomden. In het Tmolusgebergte waren mijnen. Doch Lydië's rijkdom kwam vooral van den handel. De groote handelsweg tusschen het Oosten, Azië, en het Westen, Griekenland, Rome, liep er door over Sardes, de oude koningstad. Vijf van de in Openb. 2 en 3 genoemde steden lagen er in: Efeze, Smyrna, Thyatire, Sardes, Filadelfia. Voorts nog Tralies, Colophon, Magnesia, e.a.

Volgens het Oude Testament stamt Lydië's oorspronkelijke bevolking van Lud (Gen. 10:22; 1 Kron. 1 : 17; Jes. 66 : 19; Ezech. 30 : 5), en was dus Semietisch. Grieksche schrijvers spreken van Thracische orgine. Reeds spoedig is zij gemengd geworden, en hebben Grieksche gebruiken en wetten grooten invloed gekregen.

De religie der Lydiërs, de vereering van Cybele, was een zinnelijke natuuraanbidding. Hun muziek was wellustig. De prostitutie bij de tempels deed den naamjLydisch een slechte beteekenis krijgen. Vele joden woonden in Lydië (Hand. 18:19; 19:8; Openb. 2:9; 3:9e.a.). Misschien hebben in de groote steden ook véle heidenen zich bij de Joden aangesloten. Lydia, die van Thyatire afkomstig was, had zich althans aangesloten bij de Joodsche Godsvereering (Hand. 16:14).

Van de geschiedenis van Lydië uit den zeer ouden tijd is weinig bekend.

754