is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MALLINCKRODT — MALTHUS

43

voor de waarheid der goddelijke openbaring in Christus hanteerde hij met goed gevolg eik eerlijk wapen, ook dat van humor en satyre. Hij heeft daarover de smaadheid van Christus gedragen, maar ook in alles de liefde van Christus genoten. [ 30.

Malllnckrodt (Willem), geboren 1844 te Driel, werd in 1869 predikant bij de Nederlandsch Hervormde kerk, deed van 1872 tot 1892 dienst in Nederlandsch Oost-Indie, van 1892 tot 1902 weer in Nederland, en was van 1902 tot 1915 kerkelijk hoogleeraar te Groningen voor dogmatiek, kerkrechten vaderlandsche kerkgeschiedenis. Hij was een der laatste vertegenwoordigers van de z.g. Evangelische richting of Groninger School, en als zoodanig mederedacteur van het tijdschrift Geloof en Vrijheid. [ 30.

Malot (Hector), geboren in 1830 in een plaatsje bij Rouen, gestorven in 1910 te Parijs. Zestig jaren geleden een gevierd en veelgelezen schrijver, zou Malot nu totaal vergeten zijn zonder zijn Sans Familie (vertaald als Alleen op de werela) en Romatn Kalbrls, die nog altijd tot de meest geliefde lectuur van twaalf-jarigen behooren. f 50.

Maltbezer Ridders. Bij dezen naam worden sedert het jaar 1530 de leden van de Orde der Johannieters genoemd, wijl Karei V hun toen het eiland Malta als verblijfoord schonk, nadat hun vroegere woonplaats Rhodus door de Turken veroverd was. De Malthezer Ridders hebben zich vooral op het gebied der liefdadigheid verdienstelijk gemaakt en tal van ziekenhuizen en hospitalen in het leven geroepen. Nog heden ten dage worden er in verschillende landen, ook in Nederland, onderdeelen van deze Ridderorde gevonden, waarvan alleen adellijke personen, die behooren tot de Roomsch-Catholieke kerk, lid kunnen zijn. [ 42.

Malthus (Thomas Robert), werd 14 Februari 1766 geboren, studeerde van 1784 tot 1797 te Cambridge, waar hij zich vooral op geschiedenis, taal en letterkunde toelegde. In 1797 predikant te Albury geworden, zou hij wellicht geheel in zijn ambtelijken arbeid zijn opgegaan, indien niet een bijzondere gebeurtenis aan zijn leven een geheel andere richting had gegeven.

Godwin, een voorlooper van het nieuwere anarchisme, had eenige werken in het licht gegegeven, waarin hij leerde, dat door de steeds voortschrijdende overwinning van de rede over den hartstocht, de menschen ten slotte ook zonder regeering naast elkander zouden kunnen leven. Dan zou er komen gelijkmatige verdeeling van den rijkdom, beperking tot vervulling van noodzakelijke behoeften, minder arbeid, meer geestelijk leven. Een gestadige vermeerdering van de bevolking, die een spaak in het wiel zou kunnen steken, behoefde men niet te vreezen, daar de rede dwaze begeerten in toom zou houden.

Malthus gevoelde zich nu (1798) gedrongen zijn tegenovergestelde meening, zij het anoniem, te openbaren. Hij achtte het niet waarschijnlijk, dat de geslachtsdrift langzamerhand zou afsterven. Integendeel, de verbetering van de levensvoorwaarden zou een steeds sterkere vermeerdering der bevolking ten gevolge hebben, die de uitbreiding der bestaansmogelijkheden straks zou

overtreffen. Want de goederen voortbrenging heeft de neiging, om volgens een rekenkundige reeks (1, 2, 3, 4 etc.) toe te nemen, de bevolking volgens een meetkundige reeks (1, 2, 4, 8 etc). Als desondanks het bevolkingscijfer de bestaansmogelijkheid niet te boven ging, dan was dit toe te schrijven aan machtige tegenwerkende factoren. Ellende met als gevolg de dood en de vrees daarvoor, niet de rede, bewerken de feitelijke aanpassing van het bevolkingscijfer aan de bestaansmogelijkheid. En daarom moest men ook in de staatkunde alles vermijden, wat de vermeerdering der bevolking in de hand zou werken.

Het opzien, dat zijn reeds na een jaar uitverkocht geschrift baarde, meer nog de uitgebrachte kritiek brachten Malthus er toe, zijn theoretische en praktische kennis van het bevolkingsvraagstuk te vermeerderen. Een reis door Duitschland, Zweden, Noorwegen, Finland, Rusland, Frankrijk en Zwitserland en diepgaande studie van werken over bevolkingsleer en statistiek, alsook berichten van talrijke onderzoekers, verschaften hem uitgebreid materiaal voor zijn bevolkingstheorie. Zoo was zijn in 1803 onder den titel Een proeve over het bevolkingsbegtnsel of een blik op zijn beteekenis voor het menscheUjk geluk In verleden en heden verschenen boek eigenlijk een geheel nieuw werk, dat, voortdurend bijgewerkt, nog bij het leven van den schrijver in 4 nieuwe drukken verscheen en, in vele talen vertaald, hem een wereldnaam bezorgde.

De belangrijkste aanvulling in het werk van 1803 bestond hierin, dat aan de bovengenoemde tegenwerkende factoren nog een derde, de zedelijke zelfbeperking, werd toegevoegd. Deze zedelijke zelfbeperking noemt Malthus het eenige middel voor de massa, om te ontkomen aan zonde en ellende, de vreeselijke gevolgen van overbevolking, die door maatregelen van welvaartspolitiek tevergeefs bestreden worden.

Meer dan andere groote meesters der klassieke school ging Malthus te rade met de werkelijkheid der dingen. Maar ook zijn fout was, dat hij ten slotte toch, zij het uit feiten van verleden en heden, ten aanzien van het bevolkingsvraagstuk een te algemeene en absolute gevolgtrekking maakte voor de toekomst. De vervanging van het handwerk door de machinale industrie, een verkeerd stelsel van armenzorg, dat de zorgeloosheid bevorderde, en enkele jaren misgewas riepen tijdelijk een wanverhouding in het leven tusschen bevolking en bestaansmogelijkheid en wettigden den eisch van „zedelijke zelfbeperking". Maar nu werd met miskenning van de abnormaliteit der economische omstandigheden, met verwaarloozing van de bijzondere gesteldheid van plaats en tijd, door Malthus een altijd en overal geldende, onverbiddelijke natuurwet opgesteld in aansluiting aan hetgeen door hem in zijn hoofdwerk geschreven werd, dat „alles wat gedaan kan worden, is, te werk te gaan als in de natuurwetenschap". Geen wonder, dat zijn boek op Darwin zulk een diepen indruk maakte, dat hij eerst na de lezing meende den juisten weg voor zich te zien.

Het fatalistisch karakter van zijn bevolkingsleer bewerkte, tegen Malthus' bedoeling, dat