is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MATERIALISME

103

cessen te herleiden tot functies van de stof. De wijsgeer de Lamettrie (1709—1751) heeft zich groote bekendheid verworven, maar heeft bovenal een uiterst invloedrijke propaganda gevoerd voor het materialisme door zijn boek: 'I Homme machine. Even bekend maar minder aantrekkelijk geschreven was het in 1770 verschenen werk Système de la nature (schrijver Baron Holbach onder 't pseudoniem Mirabaud). De Encyclopaedlsten (Diderot en d' Alembert) stonden sterk onder materialistischen invloed — en zij hebben niet weinig meegewerkt tot het populariseeren van de materialistische beschouwingen. In het midden van de vorige eeuw brak in Duitschland de materialistische richting krachtiger door. Karl Volgt was de vader van de overbekende zin, dat de gedachten zich verhouden tot de hersenen op dezelfde wijze als de gal tot de lever en de urine tot de nieren. (In zijn Köhlerglaube and Wissenschaft, Göttingen 1854.) Van beteekenis voor de verdere doordringing der materialistische gedachte is verder geweest het optreden van J. Moleschott en Ludwig Büchner, welke laatste in zijn Kraft und Stoff (1855, 20e druk 1917) een boek gaf, dat in vele talen vertaald werd, en meermalen „de bijbel van de sociaal-democratie" werd genoemd. Voorzichtiger, en minder fanatiek zeker, zijn Ludwig Feuerbach en David Friedrlch Strausz (Der alte und neue Glaube, 18e dr. 1923), waarvan de laatste ook sterk onder den invloed van Hegel staat. Bescheiden dient zich aan Du BoisReymond, met zijn Ueber die Grenzen des Naturerkenneng in 1872 en Die Steben Weltratsel in 1882. Hij erkent, in het laatste werk vooral, de zwakheden der materialistische beschouwing. Groot opzien baarde aanvankelijk Ernst Haeckel met zijn Die Weltrüthsel (le dr. 1899); spoedig evenwel bleek de grenzelooze oppervlakkigheid van dezen zeker ónbescheiden schrijver. (Zie: G. Wisse, De Wereldraadselen, H. Bavinck, Christelijke Wereldbeschouwing 37 v.v.).

Dit zuiver monistisch materialisme ging in de laatste jaren veelal gepaard met een consequent aanvaarden van de evolutie-theorie of liever -hypothese. Naar mate evenwel de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek de hypothesen van deze theorie op zijn zachtst gezegd uitent twijfelachtig maken (zie: Oscar Hertwig, Die Entwicklung der Biologie lm 19. Jahrhundert) moet ook het materialisme en de materialistische verklaring der dingen aan invloed boeten.

Intusschen mogen we niet voorbijzien, dat er ook op andere wijze op materialistisch erf nog wel degelijk verscheidenheid van inzicht mogelijk is.

Immers in den regel bedient zich het materialisme van een mechanische verklaring der dingen en des levens. Toch waren er ook scholen, die een organische opvatting voorstaan. De Stoici b.v. hielden het er voor, dat in deze wereld alles uitnemend is geordend, en dat het vuur, dat immers mede de grondstof en de ordenende kracht voor deze wereld vormde, een zekere bewuste „leiding" aan de dingen gaf; immers dit vuur is ook de „ratio" zelf, de „logos" der wereld. In den nieuweren tijd evenwel is er in materialistische kringen voor zulk een min of

meer organische opvatting geen plaats. Het jongere materialisme beproeft bij monde van de atomistiek de wereld uit een mechaniek van onveranderlijke, stoffelijke en ziellooze atomen te verklaren. „Vrucht niet van exact onderzoek maar van wijsgeerig nadenken, kwam zij (n.l. deze atomistiek) in de oudheid reeds voor en werd ze, vooral sedert het midden der vorige eeuw, als de solutie van het wereldprobleem aangeprezen. Verschillende oorzaken, zooals de reactie tegen de speculatieve filosofie, de bloei der natuur-wetenschap en de materieele welvaart, hebben haar geruimen tijd de heerschappij over de geesten verschaft. Anders ware het haast niet te begrijpen, dat zulk een wereldbeschouwing bij verstandige menschen ingang heeft kunnen vinden. Nog altijd geldt daartegen het afdoend bezwaar, dat een toevallige worp van duizenden letten nooit een Ilias voortbrengt." (H. Bavinck, a.w. 38).

Trouwens de berekeningen uit de mechanica zelf, moeten ons de overtuiging schenken, dat deze mechanische beschouwing onhoudbaar is. Een enkel voorbeeld in verband met de waarschijnlijkheidsrekening moge dit duidelijk maken. Stel, er zijn voor het ontstaan van een levend lichaam of een bepaalde situatie noodig een honderdtal elementen in een bepaalde orde en een bepaalde verhouding. Stel daarbij, dat er in het heelal, in den chaos der atomen voorkomen duizend onderscheiden elementen, dan kunnen deze voorkomen in een aantal volgordes gelijk aan het product van een som = 1000 X 999 X 998 X 997 X 996 X 995 X 994 X 993....enz.

X 5 X 4 X 3 X 2 X 1. Dit product nadert

reeds het onberekenbare. Maar stel nu dat toevallig (wat nooit is te veronderstellen) deze elementen b.v. in groepen van 10 in de juiste orde voorkwamen, welke is dan de kans, dat de elementen of omstandigheden zich op de juiste wijze samenvoegen? Tot recht ventand diene de volgende teekening:

. . . enzoovoorts.

Stel het is noodig voor het in het leven roepen van de bepaalde situatie (object, levensomstandigheid en dergelijke), dat telkens het derde element uit iedere rij moet optreden en met de voorgaande en de volgende moet worden gecombineerd. De kans dat uit de eerste rij het juiste element wordt verkregen — Vio- Voor de volgende rij is die kans wéér '/io- Edoch deze 3e punt der tweede rij kan wel worden geraakt, maar de mogelijkheid is dat ze geraakt wordt in combinatie met eik der 10 punten uit de eente rij. Zoo is dus de mogelijkheid dat in beide rijen de derde punt wordt geraakt '/io op Vio = Vio2 = ViooBij de derde rij wordt de kans om dezelfde reden Viooo, bij de vierde '/ioooo enz., bij de 100ste "j Viooooo • ■ • enz., volgt een getal met den teller 1 en een noemer 1 met honderd nullen er achter. In het onmogelijke geval van een toevallige goede ordening der elementen blijft de kans, dat de mecha-