is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

MAZDEÏSME

Doch daarmede ontkomt men niet aan de straf, ook niet aan de doodstraf, maar deze redt de ziel van het slachtoffer. De reinigingen bestaan in exorcismen door magie. Sommige zonden zijn onverzoenlijk. Deze worden zonder vonnis terstond met den dood gestraft b.v. sodomie, struikrooverij, verbranden van een lijk, of wie het langer dan twee jaren in den grond laat liggen. Behalve deze bijzondere gevallen is de doodstraf zeldzaam b.v. een lijk in het water werpen, alleen een doode dragen, of als een priester onbevoegd exorcisme uitoefent. Voor andere overtredingen is er een tarief van lijfstraffen, die met geld kunnen worden afgekocht.

Is de magie, evenals bij de andere heidensche volken, in verband met de medische hulpmiddelen factor van groote beteekenis, op zichzelve beschouwd is deze in het Mazdeïsme bijkomstig. Van veel principiëeler beteekenis is de liturgie van den grooten cultus, ook al neemt deze in het Avesta maar een zeer ondergeschikte plaats in. Deze cultus was huis-cultus. Het huis was een tempel in het klein, doch veel is er niet van bekend. De eeredienst bestond uit gebeden. Het Mazdeïsme bezit formules van zeer korte gebeden, die dikwijls herhaald werden en waaraan bijzondere kracht werd toegeschreven. Een daarvan was die, welke Ahura Mazda gebruikt had bij de schepping, bij den eersten aanval van Ahriman. Dit bestaat uit 21 woorden, waaruit zouden zijn voortgekomen de 21 boeken van het Avesta. Zoo zijn er nog tal van andere liturgische gebeden.

De priesters droegen in het algemeen den naam van magu of athravan. Het priesterschap was erfelijk door geboorte uit of liever in de streng afgescheiden priestercaste. De priesters ondergingen een dubbele wijding. Tusschen den leeftijd van zeven jaar en drie maanden en vijftien jaar ondergingen zij een soort doopssacrament, een symbolisch bad, dat gepaard ging met het opzeggen van het patet, schuldbelijdenis, geloofsbelijdenis, gebeden enz. met de bekleeding met het priesterkleed en de gordel, die hij steeds moet dragen. Niet voor zijn veertiende jaar ontvangt de priesterzoon de laagste orde na eene proeve van bekwaamheid. Na eenige riten ondergaan te hebben, mag hij alle ceremonies van het Knor da-Avesta volbrengen (huwelijken, lijkverzorging). Nog later ontvangt hij de volle wijding, waarna hij alle groote cultische handelingen mag verrichten. Het voornaamste van den eeredienst is het offer. Ih het Avesta schijnt dit de strekking te hebben van godenspijs, opdat de godheid kracht zal hebben de booze vijanden af te weren. Hierin blijkt van een grof naturalisme. Goed gevoed stelt de god zich in dienst zijner vereerders. Het offer bestaat uit een vet deel der ingewanden, dat in het vuur geworpen wordt. Daarna wordt het offerdier in stukken gesneden, op gras gelegd, terwijl een priester de theogonie zingt, gebraden en daarna gegeten door den offeraar, maar hij kan het ook weggeven en voor de honden of roofvogels laten liggen. Het bloedig offer is echter afgeschaft. Slechts iets bleef er van over in het verbranden van een weinig vet van een schapenstaart. Het Mazdeïsme kent ook offergaven als b.v.

de parahaoma. Dit is een plantenvocht, dat gedronken wordt vermengd met gewijde melk en wijwater. Ook melk wordt geschonken. De toebereiding van al wat tot den dienst behoort, draagt den naam van Paragra. Alles gaat ook daarbij met gebeden gepaard, luide uitgesproken of zachtkens gemompeld.

De groote offers worden gebracht in den tempel van het vuur. Er zijn twee soorten van dergelijke tempels. De groote van het vuur Bahrdm, slechts enkelen in getal; en de kleine tempels zeer talrijk, een honderdtal in Bombay. Het vuur Bahrdm is een soort koning-vuur, dat geen ander naast zich duldt in het land, een troon met zes trappen, samengesteld uit zestien verschillende houtsoorten. De voorbereiding er van duurt een jaar. De kleinere tempels zijn naar hetzelfde model gebouwd: een rechthoek van het Westen naar het Oosten, tweemaal zoo lang als van het Noorden naar het Zuiden. Aan de Westzijde een ledige ruimte er voor, met hof en bijgebouwen, een put, boomen, enz. In het midden de ddarün of vuurkamer, gesloten naar het Westen, open naar het Oosten. Aan de Noorden Zuidzijde een venster. Het vuur troont er in een vaas op steenen voetstuk. Ook zijn er in het Oostelijk deel meerdere zalen voor gelijktijdige eerediensten. Maar in elke kapel is een vuur in een vaas op steenen voet. Alleen zijn deze bijvuren niet steeds brandend. Na den dienst wordt het gedoofd. De ddardn brandt echter steeds. Voor de steenen voet staat de steenen tafel, waarop het offergereedschap. Naast deze tafel staat de waterkuip en daarvoor de stoel voor den priester en zijne helpers. Als de priester den stoel nadert, doet hij handschoenen aan en bevestigt voor neus en mond een sluier, opdat zijn adem het heilige vuur niet bezoedele. De sluier, padan, draagt hij bij elke cultische handeling. Bij de Perzen is na de godheid zelve het vuur het meest eerbiedwaardig wezen en in den vuurcultus neemt het Haoma een plaats van beteekenis in. Haoma is niet maar een drank, doch een soort godheid. Bij den ingewikkelden cultus drinkt de priester daarvan. Het Mazdeïsme kent ook een cultus van het water, want dit is rein en zegenbrengend, waarbij de priester de godheid van het water aanroept, die wordt uitgenoodigd tot de offers der andere goden. Aan het slot van den dienst worden de AmeshaSpentas aangeroepen, beloften van heiligheid gedaan en een litanie aan alle goden opgezonden om onwillekeurige weglatingen te verzoenen. En ten slotte krijgt de offerende leek ook iets van den drank te genieten.

Elke dag en elk uur heeft in het Mazdeïsme religieuse beteekenis, maar er zijn toch ook feestdagen. Deze dragen de kenteekenen van het naturalisme. De zes scheppingsperioden wijzen op de zes deelen van het jaar. In het midden der lente, van den zomer, na den oogst, 30 dagen later, midden in den winter en in het voorjaar, 21 Maart, worden feesten gevierd, die met de jaargetijden saamhangen. Op het laatste feest worden de dooden gedacht. Dit is het feest der Fravashis, der voorouders.

Een eigenaardige en voorname plaats nemen de plichten tegen de afgestorvenen in. Het