is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MORTIER — MOT

269

het Oude Testament telde 21 dikke deelen) getuigt van een wonderlijke werkkracht, van veel volharding en geloof. Zijn grootste literaire werk is geweest het samenstellen van een Chineesch Woordenboek, dat op kosten van de OostIndische Compagnie in 1821 werd uitgegeven (de kosten bedroegen bijna f 200.000). In 1826 na een tweejarig verlof teruggekeerd (in Engeland was hij als een groot zendeling ontvangen en geëerd), heeft hij nog een negental jaren mogen arbeiden in de verspreiding van het Evangelie. Het was vooral door het drukken en verspreiden van Christelijke lectuur, dat hij het Evangelie wist te brengen in het overigens zoo gesloten Chineesche Rijk. Hij stierf na ruim 25-jarigen arbeid te Kanton, maar zijn naam en zijn werk blijft bekend als van grondslagleggende beteekenis van al het tegenwoordige Zendingswerk in China. [ 48.

Mortier, Num. 11:8, Spr. 27 : 22, vijzel.

Morus (Thomas), geboren 1478, onthoofd 1535, Engelsch kanselier. In 1517 verscheen zijn Utopia. Het bevatte de schildering van een denkbeeldigen staat. Zooals in de oudheid Plato zijn Republiek, de door Aristoteles genoemde Hippodamus en Phallas van Chalcedon hun model-gouvernementen, Theopompus van Chios de merkwaardigheden zijner Thaumasia, Euhemerus zijn Panchaia had beschreven, zoo construeerde Thomas Morus zijn staatsroman, een kritiek op de staatkundige en kerkelijke verhoudingen in Engeland, en een fantastische schildering van een ideaal-staat op communistischen grondslag. Het geschrift is verdeeld in twee boeken. Het eerste boek is een breede inleiding; het tweede bevat het sociale programma zelf: het eigenlijk beeld van het eiland Utopia. Van de tolerantie aller godsdiensten, die hij in dat boek predikte, vinden we later bij hem geen sporen. Fel en'bitter waren zijn pamfletten tegen Luther en diens beweging. Eerst bij het einde van zijn leven, in zijn gevangenis, bij zijn gang naar het schavot, zien wij den Thomas Morus der Utopia in hem herleven. Intusschen konden de arme klassen in Engeland hem dankbaar wezen voor twee zaken: vooreerst dat hij zorgde, dat het hoogste gerechtshof zoo snel mogelijk werkte, zóó zelfs, dat opéén dag, toen hij ter zitting kwam, er geen enkele zaak onafgedaan was-, en ten andere, dat hij het vraagstuk der eerlijke armoede, die buiten schuld, door de wending en plooi der maatschappelijke omstandigheden, niet genoeg verdienen kon, aan de orde heeft gesteld. [ 30.

Moshelm (J. L. von), 1694—1755, Luthersch theoloog van grooten naam, was reeds in 1723 hoogleeraar te Helmstadt, terwijl hij tevens met hooge kerkelijke posten werd vereerd, waaraan aanzienlijke inkomsten verbonden waren. In een tijdsverloop van vele jaren wees hij tal van eervolle benoemingen af, maar toen de glans van Helmstadt begon te verbleeken, meende hij in 1747 de herhaalde benoeming tot eersten hoogleeraar in de theologie te Göttingen te moeten opvolgen, in welke betrekking hij nog acht jaar onvermoeid heeft gearbeid. Mosheim wordt geacht een der geleerdste theologen en een der voortreffelijkste Duitsche auteurs van zijn tijd

te zijn geweest. Tientallen werken verschenen van zijn hand. Meerdere zijn in onze taal overgezet, o.a. zijn hoofdwerken over de Zedekunde der Heilige Schrift, alsmede commentaren op Nieuwtestamentische Brieven. Mosheim was een geloovig man, van groote beslistheid, met heel zijn hart de Luthersche belijdenis toegedaan. [ 20.

Moskee, Mohammedaansch bedehuis van den tweeden rang, in onderscheiding van de hoofdmoskee, die Madsidoe-d-djami, meestal kortweg Ad-sjami genoemd wordt.

Moslem World (The). Het door Dr.S.M. Zwemer uitgegeven Zendingstijdschrift, dat overzichten biedt van „de gebeurtenissen, litteratuur en ideeën onder de Mohammedanen, en van de Zendingsactie in de landen der Mohammedanen". Verschijnt driemaandelijks. Adres: Missionary Review Publishing Company, 156 Fifth Avenne, New York City. [ 35.

Moslim. Islam beteekent onderwerping (aan Allah); moslim is elk, die zich onderwerpt. (Zoo: iman — geloof, en moe'min = hij, die gelooft). Naar den profeet heeten de belijders van den Islam Mohammedanen, doch naar den Islam zelf mosüms. Het adjectief is moslimsch, b.v. moslimsche vrouw, moslimsche staat. [ 35.

Most, druivensap, ongegist of nog in gisting, in de druiven, Richt. 9 : 13, Jes. 24 : 7, 65 : 8, in de wijnpers, Spr. 3 : 10, Joël 2 : 24. Komt ook overdrachtelijk voor, voor wijn, jer. 31 :12, 1 Hos. 2 : 21, 7 : 14, Zach. 9 : 17.

Mosterdzaad. Tot de groote plantenfamilie der kruisbloemigen (cruciferae) behoort ook de geie mosterd (sinapis alba), die hier gekweekt en verwilderd voorkomt. Tevens wordt hier verbouwd en in 't wild gevonden de grootere zwarte of bruine mosterd (brassica nigra), die meer dan een meter hoogte bereikt. De vrucht dezer beide geelbloemige mosterdplanten is een hauw, die verschillende kleine zaden bevat, waarvan de bekende specerij gemaakt wordt. Van bruine mosterd worden ook de mosterdpleisters bereid. Brassica nigra hoort thuis in het Middellandsche zeegebied en kan in Syrië en Palestina een hoogte van 3 meter bereiken (Matth. 13:31 en 32). Uit de zaden der Sarepta-mosterd (brassica lanceolata) en der Indische mosterd (brassica juncea), die vooral in het nabije Oosten aangekweekt worden, verkrijgt men door destillatie de aetherische mosterdolie. [ 31.

Mot. De motten (tineTdae) vormen een familie van de orde der vlinders of schubvleugeligen (lepidoptera) en wei van de onderorde der kleinvlinders (microlepidoptera). Het zijn ook werkelijk kleine, teere, maar sierlijke vlinders, wier rupsjes of larven echter heel wat schade kunnen aanrichten in kleeren en tapijten en ook in koren. De korenmot (tinea granella), die een vlucht heeft van ongeveer een centimeter, legt des nachts haar eitjes op de korrels van graan (tarwe, rogge, gerst), dat op korenzolders bewaard wordt. De in Juli uit de eieren ontstane rupsen of „witte wormen" voeden zich met de graankorrels, totdat ze zich, eerst in het voorjaar, verpoppen. De larve der pelsmot (tinea pellionella) leeft in en van pelswerk, veeren, wollen goed, enz. en die der kleedermot (tineola biselliella) in allerhande kleedingstoffen. Van vezels en haren maken