is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MUG — MUIDERKRING

275

slaan op het schoone land dat zijn volk ten erve zou toevallen, maar waarin hij om zijn zonde geen voet zetten mocht; en daarna stierf hij, en werd door God zelf begraven, zoodat niemand ooit zijn graf heeft geweten (Deut. 34 : 1—6). Honderd en twintig jaar was Mozes toen; maar geen gebogen, zwakke gestalte; hoog opgericht en krachtig was nog zijn gang en zijn oog had niets van zijn scherpte verloren (Deut. 34 : 7). Dertig dagen lang droegen de Israëlieten rouw over hun grooten leidsman (Deut. 34 : 8), den Middelaar des Ouden Verbonds, voorbeeld en type bij uitnemendheid van Jezus Christus, den waarachtigen Middelaar; die telkens voor zijn volk als het gezondigd had in de bres sprong (Ex. 32 : 11 v.v.; 33 : 12 v.v.; Num.

14 : 13 v.v.), en zichzelf aanbood om de strafte ondergaan, die zijn volk had verdiend (Ex. 32:32).

Geen wonder dat we ook in de overige boeken der Heilige Schrift herhaaldelijk den naam van Mozes vinden genoemd. Voor Jozua is Mozes het voorbeeld: de Heere zal met hem zijn, zooals Hij met Mozes geweest is (Joz. 1 : 5; 3 : 7); en in Profeten en Psalmen wordt meermalen naar hem heengewezen (Jes. 63:11,12; Jer. 15:1} Micha 6 : 4; Ps. 77 : 21; 99:6; 103:7; 105:26; 106 : 16, 23, 32). Ook in het Nieuwe Testament vinden we herinneringen aan de groote daden die hij in Gods kracht heeft gedaan (Joh. 6:31, 32; Hand. 7 : 20 v.v.; 1 Cor. 10 : 1—4; 2 Cor. 3 : 7; 2 Tim. 3 : 8; Hebr. 3 : 2 v.v.; 3 : 16; 8 : 5; 11 : 23 v.v.; Jud. : 9; Openb. 15:3). Nog veel talrijker zijn, gelijk in den aard der zaak ligt, de verwijzingen naar de wet van Mozes, zoowel in het Oude (Joz. 1 : 7; 8:31,32; 23:5; 23 : 6; 1 Kon. 2 : 3; 2Kon.l4:6;21 :8;23:25; 2 Kron. 23 : 18; 25 : 4; 30 : 16; 34:14; 35:12; Ezra 3:2; 6 : 18; 7:6; Neh. 8:2; 13 : 1; Dan. 9:11, 13; Mal. 4 : 4) als in het Nieuwe Testament (Joh. 1 : 17; 7 : 19, 23; 8 :5; Hand.

15 : 5; 28 : 23; 1 Cor. 9 : 9; Hebr. 9 : 19). In het boek der Psalmen is er één, die den naam van Mozes draagt (Ps. 90); terwijl in het Nieuwe Testament de naam „Mozes" dient om de eerste vijf Bijbelboeken (den z.g. Pentateuch) aan te duiden (b.v. Hand. 15:21) en in verband daarmee „Mozes en de Profeten" de naam is voor het geheele Oude Testament (Luc. 16 : 31; 24 : 27; Hand. 26 : 22). [ 10.

Mug. Muggen (nematocera) zijn wereldburgers. Bijna het geheele jaar door maken ze het ons lastig. Bovendien zijn sommige ook schadelijk als vernielers van planten en als overbrengers van gevaarlijke ziekten. Zij vormen een onderorde van de orde der tweevïeugelige insecten (diptera), en worden in een aantal familiën verdeeld, waarvan de voornaamste zijn: steekmuggen (culicidae), langpootmuggen (tipulidae), galmuggen (cecidomyidae) en kriebelmuggen (simuliidae). Alle zijn eierleggend en hebben een volkomen gedaanteverwisseling; de larven zijn maden. Belangrijke soorten zijn: Gewone Steekmug (culex pipiens) met 14-ledige sprieten en lange pooten, alleen de wijfjes steken, ze leggen haar eieren in zoet, stilstaand water; Malariamug (anopheles maculipennis), is overbrengster der malariaparasiet, en is daaraan te herkennen, dat, als het dier rust, het schuin

naar boven geheven achterlijf en de zuigslurf in eikaars verlengde liggen; Gewone Langpootmug (tipula oleracea), steekt niet, maar is zeer schadelijk, doordien haar in wei- en bouwland levende larven, emelten of kwatwormen geheeten, wortels van planten afvreten; Hessische Gal mug (cecidomyia destructor), slechts 3 millimeter lang, doet veel nadeel aan het koren; Gewone Kriebelmugje (simulia marginata), slechts 2 millimeter lang, ook bekend onder de namen van knuit, knazen, gnop, meziken, meurzen, meizen, dondervliegen, turken, grieken, waarvan men bij onweer in den zomer soms duizenden te gelijk ziet en voelt. In Matth. 23 : 24 spreekt Jezus van het uitzijgen of uitziften der mug (culex). [ 31.

Muiderkrlng (De), was het vriendengezelschap, dat de dichter P. C. Hooft (geboren 1581) vereenigde op het „Hooghe Huys te Muyden", van 1609 af, toen hij zich als Drost van Muiden en Baljuw van het Gooi op het Muiderslot vestigde, tot bijna aan zijn dood, in 1647, toe. In overeenstemming met Hoofts libertijnsche gezindheid, waarbij verdraagzaamheid als hoogste ideaal gold, behoorden tot den Mulderkring zoo goed Roomschen als Calvinisten en „half-heidensche" Renaissancisten en in de omgeving van den man, die „omnibus idem" (= voor allen dezelfde) tot levensdevies had en van humanistischstoïsch standpunt het leven beschouwde, leerde men elkander waardeeren. De Muiderkring omvatte vele menschen, die om beurten eenige dagen op het slot doorbrachten. Soms waren het enkelen, de hoogleeraar Vossius, Daniël Mostart, de geleerde stadssecretaris van Amsterdam, Joost Baeck, Lourens Reael, Cornelis Plemp, de beroemde advocaat, en dan vertoefde men in Hoofts studeerkamer, verdiept in geleerde gesprekken. Vaak ook kwamen dichters en kunstenaars, Sam. Coster, Vondel, Jan Vos, Brandt, Anna Roemers Visscher en dan wijdde mea ziek aan de bestudeering en beoefening der literaire kunst, 't Meest echter (en met name na 1626, tijdens Hoofts tweede huwelijk) werden door den gastheer, die een groot liefhebber was van muziek, orgelisten en zangeressen genood: Dirk Sweelinc, Ban, Dusart, Jac. v. Gordt, Maria Tesselschade, Francisca Duarte, Ultricia Ogle, Anna Blois van Treslong, en dan kwamen Brosterhuizen en Van der Burgh, Nic. Tulp en Van Baerle om van de muziek te genieten. Ook werden vaak kamer- of tafelspelen vertoond, door een der aanwezigen, dikwijls door den gastheer zelf, ontworpen. Bij de gezellige (maar sobere) maaltijden en op tochtjes door het Gooi of over de Zuiderzee vond men dan de gelegenheid tot vriendschappelijk verkeer, dat mede tot de aantrekkelijkheden van den Muiderkring behoorde.

De beteeke nis van den Muiderkring is alzoo drieërlei. De Muiderkring is geweest de school voor het 17e eeuwsch classicisme, waar de grondslag is gelegd voor den rijken opbloei van het classicisme, dat de geheele gouden eeuw heeft beheerscht en gestempeld: Hooft, kunstenaar en geleerde tegelijk, was daarbij de bezielende leider. Verder is de Muiderkring geweest centrum voor de 17e eeuwsche muziekbeoefening, niet slechts doordat steeds vocale- en instrumentale concerten werden gegeven, maar ook door de