is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

302

NABLOES — NABOPOLASSAR

èn op „de danckbaerheijt die wij schuldich sijn", gewezen moesten worden; maar 's namiddags zou men gewoon met de Catechismusprediking doorgaan, blijkbaar om in een jaar rond te komen, artt. 79—80; evenzoo de synode van Dordrecht, 1578, cap. IV : 16. En wel besloot de synode van Middelburg, 1581, dat het in de vrijheid zou zijn op den Avondmaalsdag 's namiddags met de Catechismusprediking voort te gaan, of een dankzeggingspredikatie te houden, maar zij sprak toch uit: „Het laetste kan wel nuttelijck geschieden", waaruit blijkt, dat zij het wel nuttig achtte, al liet zij 't vrij. In onzen tijd heerscht tweeërlei gebruik. Sommige predikanten houden een afzonderlijke dankzeggingspredikatie; anderen gaan voort met den Catechismus, „hetgeen als vaste regel niet aan te bevelen is, daar niet elke afdeeling van den Catechismus geschikte stof biedt voor nabetrachting?'. Zie Dr. T. Hoekstra, Gereformeerde Homiletiek, blzz. 270, 273—275. [11.

Nabloes is een Arabische verbastering van de tweede helft van het Latijnsche FlaviaNeépolis, welken naam de Romeinen in 68 n. Chr. gegeven hebben aan hun „nieuwe stad" (= Neapolis), die zij Westwaarts van het oude Sichem hadden gebouwd. Al heeft Nabloes nu een bevolking van ongeveer 30.000 inwoners, een stad in onzen zin is het eigenlijk niet. Het is louter een wirwar van stegen en sloppen, een comglomeraat van woningen, in onbegrijpelijke wanorde naast en door elkander geplaatst Door de aardbeving in 1926 heeft de stad veel geleden en zijn tal van oude gebouwen ernstig beschadigd.

De bevolking is overwegend Mohammedaansch. Behalve 158 Samaritanen wonen hier nog slechts 356 „Christenen", onder wie een honderdtal Protestanten, vrucht van den arbeid der Engelsche zending, die hier een school en een hospitaal heeft. De Samaritanen wonen apart in het ZuidWesten der stad, vlak bij hun synagoge. De Mohammedanen zijn hier erg fanatiek. Een Jood dulden ze niet in hun stad, Christenen ter nauwernood. Hun hoofdmoskee is een oude Christelijke kerk uit den tijd der kruisvaarders. Zie verder Sichem. [ 3.

Nabonassar. Naboe-nasir of, gelijk hij gewoonlijk heet, Nabonassar (747—734) was een van de laatste koningen der z.g. tweede Babylonische dynastie, die van 1049—731 over Babel regeerde. Hij was echter niet meer dan een schijnkoning en hing geheel af van den Assyrischen koning Tiglath-Pileser IV (745—727). Zijn regeering was een periode van literarischen arbeid, die zich vooral richtte op geschiedenis en tijdrekenkunde. Met hem begint de beroemde canon van Ptoleméüs, den bekenden Egyptischen geograaf en wiskundige uit de 2de eeuw na Chr., een lijst van Babylonische, Perzische en Grieksche koningen tot op Alexander den Groote. [ 3.

Nabonédus. Naboe-naïd of Nabonédus, een man van Babylonischen bloede, werd in 556 koning van Babel, nadat zijn- voorganger na een regeering van drie maanden door de Babylonische priesterschap was vermoord. Hij is de archeoloog op Babels troon, die zijn levenswerk zocht in het bouwen en restaureeren van tempels. Daarbij trachtte hij altijd in de fundamenten

den hoeksteen te vinden van den eersten bouwer, wat leidde tot nadere bestudeering van Babylonië's oudste geschiedenis. Zoo leerde men aan zijn hof den datum kennen van de belangrijkste gebeurtenissen der oudheid, wat weer in geschriften werd neergelegd, die in de nieuwe tempels werden ingemetseld. Zoo werd Nabonédus een beschermer van letteren en historie, aan wien wij veel dank verschuldigd zijn.

Maar zijn koningstaak vervulde hij niet of slecht. Zelfs hield hij geen verblijf in Babel, maar in het verder niet bekende Téma. Het staatsbestuur liet hij over aan zijn zoon Belsazar (zie aldaar). Zelfs kwam hij niet in Babel om Mardoek eer te bewijzen. Hij was dan ook ten eenenmale onvoorbereid, toen Cyrus, na in 546 Croesus verslagen en het Lydische rijk vernietigd te hebben, zich tegen Babel begon te richten. Hij liet Belsazar zoo goed en zoo kwaad dat ging zich verdedigen. En toen de stad in 538 viel, bleef er voor Nabonédus niet anders over dan zich over te geven. Cyrus heeft hem toen maar bij zijn archeologische studiën gelaten in stille vergetelheid. [ 3.

Nabootsen. Wel te onderscheiden van „navolgen", dat zelfstandig denken vereischt. Nabootsen wordt door M. Tarde en W. James e.a. tot de instincten gerekend. Bij menschen en dieren worden handelingen en bewegingen van het eene individu door het andere gecopiëerd uit een instinctieve drang. Later onderzoek heeft aan het licht gebracht, dat we hierbij te doen hebben met vijf verschillende soorten van aangeboren disposities, a. Sympathie of het overslaan van emoties, b.v. de angst van de klokhen op de kuikens, b. Ideomotorische beweging, b.v. een kind raakt verdiept in de beweging en geluiden van een locomotief en doet die onwillekeurig na. c. Vrijwillig nadoen in spraak, kleeding enz. van een persoon, die als model beschouwd wordt. d. Het nadoen van een handeling om de gevolgen, b.v. een kind ziet hoe een lucifer brandt en zoekt hoe het een lucifer zal aansteken, e. Toevallige bewegingen, b.v. het uitsteken van de tong, nadat een kind dit gezien heeft bij anderen.

Nabootsing is dus niet zelf een instinct maar een aanpassing van de instinctieve dispositie door het zien van het instinctief gedrag van anderen. Bij iemand, die geen behoefte gevoelt om te geeuwen, kan het zien geeuwen van een ander de drang tot geeuwen opwekken. Niet de prikkel, maar de situatie wekt het instinctief gedrag op. Als een kind, dat uit bedeesdheid niet wil spelen met anderen, in een omgeving-van spelende kinderen aan zijn lot wordt overgelaten, begint het later van zelf mee te doen. [ 13.

Nabopolassar. Toen Assurbanipal van Assyrië in 626 stierf, wist de Chaldeër Naboeaploe-oesoer of Nabopolassar onderkoning te worden van Babel onder Assyrische suzereiniteit, waartegen hij echter pl.m. 616 in verzet komt, waarna hij tracht Babel aan Assyrië te ontrukken. Met hem begint het Nieuw-BabyIonische of Chaldeesche rijk, dat vooral onder Nebukadnezar zulk een omvang kreeg, totdat het in 538 roemloos onderging onderging onder de slagen van Cyrus (zie Nabonaïd en Belsazar).