is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAZAREEËRS — NAZARETH

319

Door Th. a Kempis is „de navolging van Jezus" een vaststaande term geworden voor het positieve deel der heiligmaking, de opstanding van den nieuwen mensch. Zijn boek is na den Bijbel het meest verspreid geworden in de vorige eeuwen. Men leze hieromtrent de brochure van prof. H. Bavinck: De navolging van Christus en het Moderne leven. [ 13.

Nazareeërs, oorspronkelijk de naam van de Christenen in het algemeen. Men sprak van een secte der Nazareeën (Hand. 24 : 5). In de synagoge werden ze onder dezen naam eiken dag driemaal vervloekt. In de tweede plaats komt deze naam voor in den Dialoog van Jason en Papiscus voor Christenen -uit de Joden. In de derde plaats werd de naam Nazareeërs gegeven aan een secte uit de Joden-Christenen, Hieronymus (ad Aug. 89), Augustinus (c. Faust 19, 18) en Eplfantus (N. 30). Deze waren zeer Judaïstisch, echter niet zoo zeer als de Ebionieten. Ze traden veel gematigder op. Ze erkenden, dat Jezus uit Maria geboren was en dat het Woord vleesch geworden was. Zij erkenden ook Paulus als den Apostel der Heidenen. Zij achtten zichzelve gebonden aan de ceremoniëele wet, maar zij legden die aan de Christenen uit de Heidenen niet op. Langzamerhand scheidden de Nazareeërs zich van de kerk af. Ze bleven voortbestaan tot in de 5e eeuw, vooral in Palestina en Syrië. [ 24.

Nazarcnen-kerk. Een kerkengroep in Noord-Amerika, met omtrent 60.000 leden; 1500 kerken; 3000 predikanten. Tegen het einde van de 19de eeuw verspreidde zich in verschillende streken in Noord-Amerika een beweging om wederom, als in de dagen van het „Wesleyan Revival", nadruk te leggen op de heiligmaking, een beweging die uitliep op de organisatie der „Pentecostal Church of the Nazarenes". Vier bewegingen, één in New England, één in New York City, één in California, en één in de Zuidelijke staten, organiseerden zich omtrent denzelfden tijd, op denzelfden grondslag, omtrent het jaar 1894. In 1915 sloten zich ook enkele „Pentecostal"-kerken van Schotland en Engeland bij de Noord-Amerikaansche groepen aan en vormden de „Pentecostal Church of the Nazarenes". De algemeene vergadering van 1919 liet het eerste woord vallen, zoodat de officieele naam thans is Church of the Nazarenes.

In leer is deze groep in accoord met de Methodist Episcopal kerk q.v., en tracht te handhaven de Apostolische zuiverheid van leer, de oorspronkelijke eenvoudigheid in bediening, en de pinksterkracht der Oude Christelijke kerk.

Zij gaat uit van de idee dat Jezus Christus de geloovigen doopt met den Heiligen Geest en reinigt van alle zonden, hen in staat stellende om te getuigen van de genade Oods. Lidmaatschap in deze kerk rust op het feit van de wedergeboorte. Hoewel de naam „Pentecostal" doet vermoeden dat deze kerkengroep het spreken van talen voorstaat (zie Pentecostal Church), is dat toch geenszins het geval. Veeleer wordt er tegen getuigd. De leer der kerk sluit in de leerstukken der Drieëenheid, de Goddelijke inspiratie van den Bijbel, de val des menschen, en de algemeene verzoening door Christus, voor het gansche menschelijk geslacht. Die boetvaardig

is en gelooft in den Heere Jezus Christus, wordt gerechtvaardigd, wedergeboren, en verlost van de heerschappij der zonde. Geloovigen moeten geheiligd worden na hun bekeering, door geloof in Jezus Christus. De Heilige Geest getuigt betreffende de nieuwe geboorte en de algeheele heiligmaking van geloovigen. Voorts bevat deze belijdenis de leer van de wederkomst van Christus, de opstanding der dooden en het laatste oordeel.

De kerkelijke organisatie is representief, tusschen de uitersten van Episcopalisme en Congregationalisme doorgaande. Er is een algemeene vergadering die elke vier jaar te samen komt en een generalen superintendent en algemeene commissie kiest. Er zijn 42 districten, welke jaarlijks vergaderen, den district-superintendent en district-commissies benoemen, en predikanten ordenen, zoowel als evangelisten uitzenden. De plaatselijke kerk is onder de leiding van den predikant. Deze kerk ijvert in zendingswerk zoowel tehuis als in het buitenland. Haar weekblad Herald of Holtness wordt uitgegeven te Kansas City, Mo. [ 34.

Nazareth, nu En-NSsfra genoemd, ligt vlak ten Noorden van de groote vlakte van Jizreël tegen de Zuidelijke helling van den Dsjébel esSich, of liever in een dalkom daarvan, die naar alle zijden door heuvelen is omgeven en alleen naar het Zuiden open is. Het huidige stadje, dat ongeveer ter plaatse ligt van het oude en gebouwd is rondom de z.g. Mariabron, de eenige in de gansche omgeving, ligt van 350—450 M. boven de zee en bestaat uit drie wijken: die der Latijnen, der Grieken en der Mohammedanen. Deze laatsten maken ternauwernood V3 van de bevolking (in 1922 : 9510 inwoners) uit.

Alles leeft hier van het verleden. Onder de kerk van Maria-Boodschap wordt de woning van Maria's ouders getoond en de z.g. heilige grot, waarin een inschrift: „Hier is het Woord Vleesch geworden". In een andere kerk wordt getoond de werkplaats van Jozef. Maar voor wie zich herinnert, dat Nazareth tot in de dagen van Constantijn den Groote uitsluitend door Joden werd bewoond, dat we eerst in de 5de eeuw hier van Christenen hooren en dat er eerst toen een kerk werd gebouwd boven het z.g. huis van Maria, heeft dit alles geen waarde. Alleen van de Maria-bron kan gezegd worden, dat ook Maria en haar gezin hiervan het water heeft gedronken.

We vinden den naam Nazareth alleen in het Nieuwe Testament, dus in zijn Griekschen vorm (Matth. 2 : 23; 4 : 13 e. e.). Wat zijn Joodsche vorm was weten we niet. De reeds dikwijls weerlegde afleiding van het Hebreeuwsche nésèr (— scheut, Jes. 11:1) heeft slechts de waarde van een kinderlijke speling, al gaat ze dan ook op Hieronymus terug.

Van Nazareth is afgeleid Nazarener, als hoedanig de Heere Jezus steeds wordt aangeduid, niet in het Nieuwe Testament, waar uitsluitend gesproken wordt van Jezus van Nazareth, maar wel in den Talmoed. Daar vinden we ook zijn volgelingen aangeduid als „Nazarenen". Dat dit Joodsche gebruik al spoedig opkwam, leert Hand. 24 : 5. [ 3.