is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344

NEOPHYTEN

zedelijke kracht op ander terrein van het leven — en wie in zijn sexueele leven zich laat gaan zonder de spanning van zelibeheersching, die zal tot zijn schade de verslapping van kracht ook elders ondervinden. Hoe meer aan den eisch van het vleesch wordt toegegeven, hoe meer het zal verzwakken en tegelijk zal gebieden.

Van het Neo-Malthusianisme met zijn z.g. wettelijke voorbehoedmiddelen tot uitleving is maar één schrede naar de afdrijving van de ongeboren vrucht bij toch ingetreden zwangerschap, naar de vergoelijking der zonde van Sodom, naar de aanprijzing van de bevrediging van de „polygame", op meer dan één vrouw aangelegde natuur van den man, naar den eisch van gemakkelijke echtscheidingen enz. En hoe ontelbaar vele malen is die stap gedaan 1

Het blijkt altijd weer: Wie in het vleesch zaait, zal uit het vleesch verderfenis maaien, maar wie in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien. Lichaam en ziel zijn tempelen des Heiligen Geestes, die onberispelijk bewaard moeten worden voor des Heeren toekomst. En wanneer de liefde tegenover anderen van den Christen beperking vraagt, dan heeft hij in zijn geloof de kracht, om inplaats van den eisch van het zedelijke in te korten met het oog op het natuurlijke leven, het natuurlijke op te heffen tot de hoogte, waarop hij met lijdzaamheid, d.i. met volharding, loopt de loopbaan, die hem is voorgesteld. Want Christus' genade raakt het natuurlijke aan, en brengt het in den dood, maar door dien dood leidt Hij het tot een nieuw en heerlijk leven.

De diepste grond van onze principiëele bestrijding van het Neo-Malthusianisme is daarin gelegen, dat wij tegenover het streven om als God te zijn plaatsen de belijdenis: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

immers in het verwekken van het leven, dat voor den mensch een mysterie is, ziet de Christen met eerbied de daad van den God des levens. En al weet hij, dat hij een levenwekkende macht kan vernietigen, dat hij de bevruchting na de geslachtsgemeenschap kan verhinderen, hij ziet in het verband tusschen beide een beschikking, niet als het Neo-Malthusianisme van menschelijk vermogen, maar van Goddelijke Voorzienigheid.

Houdt de mensch zich hier binnen de grenzen, die hem gesteld zijn, dan zal hij wèl vragen: Mag ik mij geslachtsgemeenschap veroorloven ? Maar dan zal hij niet bewerken, dat na de geslachtsgemeenschap geen bevruchting volgen zal. Want dan zou hij zich willen stellen in de plaats van God.

Daarmee is voor ons de hoofdzaak onherroepelijk beslist. Maar ook de nadeelen van de toepassing der Neo-Malthusiaansche middelen achten wij niet gering voor individu, gezin en samenleving.

Voor het individu zijn er nadeelen van lichamelijken en geestelijken aard.

In het gezin lijdt of verdwijnt de eerbied en de liefde die de echtelieden elkander behooren toe te dragen; de opvoeding der kinderen verbeterter gewoonlijk niet op, wanneer het aantal zeer gering is; het veelal slechte voorbeeld van luiheid

en genotzucht Werkt bedervend; als de kinderen de praktijken van vader en moeder achterhalen, zijn de gevolgen onberekenbaar.

De samenleving wordt met ondergang bedreigd. Men zie naar Frankrijk met zijn bevolkingsvermindering. Men zie, hoe de besmettelijke ziekte van het Neo-Malthusianisme ook hier te lande niet alleen zeer vele gehuwden aantast, maar ook ongehuwden, zelfs half huwbaren.

Een vrijzinnige grenspaal wordt altijd verzet. En de sexueele ellende, die thans reeds uit den afgrond opstijgt, is wel nog maar een begin, maar voor wie niet ziende blind en hoorende doof is, een onfeilbaar teeken van wat volgen zal.

Opmerkelijk is het dat de Neo-Malthusiaansche praktijken het eerst toepassing vonden bij de rijken, voor wie ze in het algemeen, naar de theorie althans, het minst bestemd waren.

Maar naar het oordeel van Prof. H. Treub, reeds voor vele jaren geuit, is later de bourgeoisie begonnen „zich den nek te breken over het Neo-Malthusianisme". Datzelfde Neo-Malthusianisme raadde hij evenwel kalmweg den arbeiders aan door de woorden: „Degenen, die de beperking van het aantal kinderen te weinig toepassen, dat zijn over het algemeen de werklieden. Voor de meer ontwikkelden onder hen geldt deze opmerking allengs hoe langer hoe minder, maar voor de minder ontwikkelden volkomen". We vreezen, dat deze hooggeleerde thans vele werklieden meer „ontwikkeld" zou noemen, maar nu weer te laat hen voor nekbreken zou waarschuwen.

Wij brengen daarom liever hulde aan hen, die in den arbeid der „Vereeniging tot bestrijding van het Nieuw-Malthusianisme" een werkzaam aandeel namen, die door woord en geschrift getuigden tegen dit kwaad, of zich wijdden aan het werk der barmhartigheid ter waarschuwing of oprichting van de slachtoffers van deze „sexueele pest". En we hopen, dat alle Christenen, 't zij ze werkiieden of middenstanders of rijken zijn, niet een ontwikkeling in een verkeerden zin zullen doormaken, om te doen dingen die niet betamen, maar zich verre zullen houden van alle NeoMalthusianisme en zoowel voor als in het huwelijk aan den Goddelijken eisch van kuischheid en ingetogenheid in Gods kracht zullen gehoorzamen.

Zien wij aan de eene zijde het: „Die vuil is, dat hij nog vuil worde" schrikkelijk vervuld, is er een van diepte in al dieper verderf zinken als van des duivels drang, er is door Gods genade ook een gaan van heerlijkheid tot heerlijkheid als van des Heeren Geest. In het nieuw Jeruzalem zal niet inkomen iets, dat ontreinigt en gruwelijkheid doet. Maar zalig zijn zij, die zijne geboden doen, opdat hunne macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stadl [ 47.

Neopbyten of nieuw-geplanten. Zoo noemde men in den ouden tijd hen, die pas in een geheim verbond, bijv. de mysteriën van Elcuris, waren opgenomen. In den eersten Christelijken tijd gaf men in de gemeente den naam Neophyt aan een pas-gedoopte; ook wel aan een jeugdigen Christen, die nog maar kort bij de gemeente behoorde (1 Tim. 3 : 6). Het beeld Neophyt is ontleend aan Job 14 : 9, Ps. 144:12,