is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368

NIJL — NIMBUS

Nïjl. De Nijl is de rivier van Egypte en Egypte is, naar het woord van Herodotus een geschenk van die rivier. Daarom was het een zwaar oordeel, als de profeten uitroepen, dat de rivier zal verzijpen en verdrogen (Jes. 19 : 5), dat de Heere de rivieren tot droogte maken zal (Ezechiël 30 : 12). Immers de Nijl is de hartader van Egypte.

Het gebied van den Nijl omvat het dal ende delta. Het dal breekt van Khartoem tot Kaïro door een woestijntafel, die Noordelijk uit kalksteen, van Assoean stroomopwaarts uit graniet bestaat, waarin de rivier een reeks stroomversnellingen of cataracten vormt. Beneden Kaïro begint de Nijldelta, vroeger BenedenEgypte genoemd, tegenover Boven-Egypte in het Zuiden. De oppervlakte van de Nijldelta bedraagt 22000 K.M. (= 2/3 van Nederland). De hoofdarmen zijn thans die van Rosette en Damiette. De lengte van den Nijl-Kagera is 6500 K.M.; van de hoofdrivier alleen 5500 K.M.

De twee groote raadselen, die de Nijl aan de aardrijkskundigen stelde, zijn opgelost. Het eerste was omtrent den oorsprong van de rivier: door • ontdekkingsreizigers als Pedro Paez en later o.m. Beke werd gevonden, hoe de rivier als Kagera in het Victoria Nyanza valt en dit als Nijl verlaat. Het tweede was de hooge Waterstand van den Nijl, welke in den nazomer begint: deze wordt veroorzaakt door de sterke voorzomerregens in Abessynië en Oost-Soedan. Van het hooge water is daardoor 85% afkomstig uit deze gebieden en niet uit het merengebied, waar de Nijl zijn oorsprong neemt. [ 39.

Nijverheidsonderwijs. Dit heeft ten doel op den grondslag en met voortzetting van het algemeen vormend onderwijs op te leiden voor ambacht, nijverheid, scheepvaart, huishouden, landbou whuishouden en vrouwelijke handwerken. Het is geregeld bij de Nijverheidsonderwijswet van 4 October 1919, die later nog eenige wijzigingen en aanvullingen heeft ondergaan. Het handelsonderwijs valt niet onder deze wet.

Vóór de wet op het nijverheidsonderwijs tot stand kwam bestonden er wel allerlei vakscholen, als ambachts-, industrie-, kook-, huishoud-, zeevaart-, machinistenscholen, maar deze waren niet wettelijk geregeld, ze stonden buiten de zorg van de overheid, en dankten haar bestaan aan het particulier initiatief, soms met soms zonder steun van de overheid. Voorzoover er sprake was van een regeling van het vakonderwijs, zooals dat vertegenwoordigd was b.v. door de burgeravondscholen, was die verborgen in de wet op het middelbaar onderwijs. Ook was er van een behoorlijke regeling van de bevoegdheid der leeraren en leeraressen aan die verschillende, niet bij de wet vastgelegde vakscholen geen sprake.

Het nijverheidsonderwijs wordt gegeven öf op scholen öf volgens het leerlingstelsel. Dit laatste, dat dient om aanvullend te werken voor die gevallen en plaatsen, waar schoolonderwijs niet te verkrijgen is, berust op leerovereenkomsten, die gesloten worden tusschen patroons en wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen. Het wordt van Rijkswege gesubsidieerd tot een bedrag, overeenkomende met 70 pCt van de nettokosten, terwijl de overige 30 pCt wordt bijgedragen door de

gemeenten, waaruit de leerlingen afkomstig zijn.

Het nijverheidsonderwijs, dat op de scholen gegeven wordt, wordt onderscheiden in lager en middelbaar onderwijs, en wordt verstrekt op dag- en avondscholen. Het lager onderwijs is bestemd voor hen, die daarin de practische en theoretische opleiding zoeken als gezel in ambacht of handwerk. Het sluit zich aan bij het onderwijs, dat op de lagere scholen genoten is en wordt gegeven o.a. op ambachtsscholen, nijverheidsavondscholen, op verschillende vakscholen voor kleermakers, schoenmakers, op scholen voor het visschersbedrijf en de binnenscheepvaart, op kook-, huishoud-, industriescholen enz.

Het middelbaar nijverheidsonderwijs verschaft de kennis voor patroons, bedrijfsleiders, opzichters en dergelijken. Het sluit zich bij het onderwijs op de hoogere burgerscholen aan en wordt gegeven o.a. op academies, middelbare technische scholen, kunstnijverheids-, mijn-, zeevaartscholen enz. Een scherpe grenslijn tusschen lager en middelbaar vakonderwijs is moeilijk te trekken. Bij geschil beslist de minister tot welke groep een school behoort.

De nijverheidsscholen worden voorts onderscheiden in bijzondere, uitgaande van particuliere vereenigingen, en openbare, die worden opgericht en onderhouden door de gemeente of het Rijk. De scholen, die niet van het Rijk uitgaan, kunnen een subsidie genieten van het Rijk, de provincie en de gemeente. De Rijkssubsidie bedraagt voor het lager nijverheidsonderwijs in den regel 70 pCt en voor het middelbaar 75 pCt. van de netto-uitgaven.

Het toezicht op het nijverheidsonderwijs is opgedragen aan een inspecteur-generaal en aan inspecteurs, zoo noodig bijgestaan door adjunctinspecteurs, terwijl gemeentelijke scholen bovendien onder het toezicht staan van een of meer plaatselijke commissies, die door den gemeenteraad worden benoemd. [ 33.

Nilus. I. Nilus, de Sinaiet, beroemde Grieksche monnik, uit het einde van de 4e en het begin van de 5e eeuw. Hij bekleedde een hoog staatsambt in Constantinopel, was gehuwd en had 2 kinderen. Met goedvinden van zijn vrouw, die non werd, werd hij kluizenaar bij den Sinai. Hij is bekend door verschillende geschriften van zijn hand over de monnikenmoraal. Hij liet ook een groot aantal brieven na, die getuigenis afleggen van diepgaande geestelijke ervaring. De adressen dezer brieven bewijzen duidelijk, welk een invloed deze man gehad heeft bij voornamen en eenvoudigen. Hij stierf in 426.

II. Nilus van Rossano, zoo genoemd naar zijn geboorteplaats in Calabrië, een monnik, die het met de ascese zeer nauw nam. Hij leefde in de 10e eeuw. Hij was zielverzorger in een tijd van diep geestelijk en zedelijk verval. Hij trad tegen zijn vriend Johan van Piacensa, een tegenpaus, en tegen keizer Otto III waarschuwend op, niemand sparende, maar vrijmoedig en ernstig den eisch Gods aan de consciëntie leggende. Hij stierf in 1005. [ 24.

Nimbus. Hieronder verstaat men een ring of ronde schijf om het hoofd van een persoonsvoorstelling. Hij is een teeken van waardigheid, dat bij de meeste beschaafde oude volken in zwang