is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOORD-AFRIKA-ZENDING — NOORDTZIJ

379

determineerd (bepaald) door een blinde, duistere, willooze en onredelijke macht, die met de wereld samenvalt en alles met blinde noodzakelijkheid bepaalt. Tegen den ijzeren wil van het noodlot baat geen verzet. Hij, die er mee in overeenstemming leeft, er zich gelaten aan onderwerpt en van alle affecten zich tracht vrij te maken, is alleen gelukkig. Dr. T. Hoekstra, Geschiedenis der Philosophie I blz. 158 v.v. Ook Spinoza in de 17e eeuw is wijsgeerig fatalist, maar omgekeerd, in pantheïstisch idealistischen zin n.1. dat de wereld in god opgaat. Hij gaat uit van één grondbeginsel, dat als een axioma voor hem vaststaat n.1. de substantie (zelfstandigheid); en die is bij hem god, die maakt het wezen aller dingen uit, en vereenigt al het zijnde in zich. God en wereld zijn een en hetzelfde. De vele schepselen zijn niet anders dan zoovele verschijningen (modi) der ééne substantie. En al het gebeuren wordt ook bij hem beheerscht door een blinde noodlotsmacht, die met de wereld samenvalt.

Bij het Mohammedanisme, dat in de 7e eeuw na Chr. van uit Arabië in het Oosten tot heerschappij kwam, treffen wij diezelfde noodlotsleer aan op religieus terrein. Wel belijdt het Mohammedanisme een persoonlijk god: „er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet", die met bewustzijn en wil de wereld regeert. Wel was het de bedoeling van Mohammed de Arabische stammen van het polytheïsme (veelgodendom) tot het monotheïsme (geloof in één god) op te heffen. En toch ligt er in het Mohammedaansche godsbegrip een noodlotsgedachte, want de souvereiniteit gods is niets dan „de souvereiniteit van een Oostersch despoot, die naar zijn grillen de wereld regeert; Gods wil is een blinde alogische wil, een blinde kracht, zuivere willekeur. De almacht Gods is onbeperkt; God kan alles wat Hij wil en kan ook alles willen; God kan het goede kwaad noemen en het kwade goed; de gerechtigheid en de heiligheid Gods worden op den achtergrond gedrongen." Dr F. L. Bakker, De verhouding tusschen de almacht Gods en de zedelijke verantwoordelijkheid van den mensch in den Islam", blz. 192. Ook het materialistisch monisme van Ernst Haeckel, en het deterministisch monisme van Scholten zijn van deze noodlotsgedachte doortrokken.

De noodlotsleer is met het Christelijk Godsbegrip en met heel de Christelijke wereldbeschouwing in lijnrechten strijd. Wij gelooven in den eenigen, waarachtigen God, die naar zijn liefderijken en almachtigen wil alles met wijsheid regeert, terwijl volgens de noodlotsleer alle dingen door een blinde en duistere macht worden beheerscht. Voorts gelooven wij met Paulus, dat God ons uitverkoren heeft in Christus, opdat wij zouden heilig, en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde, terwijl het fatalisme de dood is voor de religie, omdat de mensch gedrongen wordt te handelen zooals hij doet. Zie artt. Fatalisme en Fatum in Christelijke Encyclopaedie II blz. 150. Dr. H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek 2II blz. 644—645. Dr. K. Dijk, Om 't eeuwig Welbehagen, blz. 421 v.v. Dr. W. Geesink, Van 'sHeeren Ordinantiën2 I blz. 108 v.v. [11.

Noord-Afrika-Zending. Na den val van

het Fransche Keizerrijk werd door de Fransche Republiek .ook voor Noord-Afrika de godsdienstvrijheid afgekondigd. Het duurde echter tot 1881 eer de zending haar arbeid op dit uiterst moeilijke terrein kon beginnen. Niet alleen de Islam, maar ook het Fransche Bestuur werkte de Engelsche Zending tegen. Daar directe Evangelisatie hier niet wel mogelijk was, heeft de arbeid, uitgaande van de „Noord-Afrika-Zending" in Londen gevestigd, meer het karakter van de Engelsche Y. M. C. A. Zij is dan ook inter-kerkelijk en bij haar arbeid, daar school en hospitaal slechts weinig dienst kunnen doen, staat colportage en huisbezoek op den voorgrond, meer in stilte, dan publiekelijk werkende. Het zendingsterrein strekt zich uit over Marokko, Algiers, Tunis en Tripoli en de arbeid gaat uit niet slechts tot de inheemsche bevolking (de Berbers), maar ook tot Islamieten, evenzoo onder Europeanen en Joden. Een zeer groot gedeelte der zendelingen zijn vrouwen, noodig voor het bijzondere werk van huisbezoek. In vele opzichten is de arbeid hier te vergelijken met de Zenana-Zending in Engelsch-Indië.

Na den wereldoorlog is dit terrein veel meer toegankelijk geworden, ook voor onderwijs. Er worden nu gevonden 9 kerken met 245 gedoopten (in Marokko niet één). [ 48.

Noordtzij (Maarten), geboren 19 October 1840 te Rotterdam, overleden 9 Februari 1915 te Kampen, ging reeds van zijn prilste jeugd met zijn ouders op onder de prediking van Ds C. van den Oever, leeraar bij de „Gemeente onder het Kruis" in Rotterdam. Wel was hij den 15den November 1840 in de Oosterkerk te Rotterdam gedoopt door Ds M. A. de Jongh. Maar de overlevering vertelt dat de vader niet kon besluiten het kind bij Ds van den Oever te laten doopen, omdat hij de doopsbeschouwing niet deelde, die door dezen leeraar werd gehuldigd. Bij den doop echter in de Hervormde Kerk stelde hij de voorwaarde om op de doopvragen niet te hoeven antwoorden, aangezien hij het niet eens was met de leer „alhier geleerd". Vader Ary Noordtzij met zijn vrouw, hoewel hij als lid der Hervormde Kerk te Rotterdam bleef ingeschreven, zoolang zij daar woonden, verkeerde veel in de kringen der „Kruisgezinden". Ds Buddingh was een huisvriend der familie. De vader was een der eersten, die zijn jongen zond naar de Christelijke School te Rotterdam, waar Maarten met acht medescholieren in een kamer lager onderwijs ontving. De familie Noordtzij was een geslacht van schippers en visschers. In één nacht had de zee aan vader Ary Noordtzij zes broers met den vader ontroofd. Toen Maarten elf jaar was, vertrok de familie naar Vlissingen, waar zijn vader de betrekking van schipper ontving op een kotter voor het transportvervoer ten behoeve van het Marineétablissement naar Hellevoetsluis of het NieuweDiep. Onder leiding van Ds C. van den Oever kwam nu ook te Vlissingen een gemeente onder het Kruis tot openbaring, en werden de ambten ingesteld. Vader Ary Noordtzij bekleedde hier het ambt van ouderling. De jonge Maarten ging ter catechisatie bij den eersten leeraar dezer