is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

416

ONDERWIJS

en uitgaat van de gedachte, dat de samenleving enkel de ontwikkeling van lager naar hooger heeft gekend, en alsof niet devolutie, ontaarding, eerst ware ingetreden. Het bestaan van muziekinstrumenten toch in den tijd vóór den zondvloed (om maar niet méér voorbeelden te noemen) impliceert, evengoed als tentenbouw en metaalbewerking, het bestaan van een onderricht, betreffende de hanteering van het bestaande object (Gen. 4 : 20—22). Daarmede is het ontstaan van het onderwijs gehaald uit de sfeer van het „doen tot levensbehoud", immers de muziek is geen absolute levensvoorwaarde. Wel is het juist.dat de meest primitieve vormen van onderwijs, die wij kennen, de daareven genoemde zijn.

Met de ontwikkeling van het cultuurleven gaat gepaard een opkomen van de behoefte om het onderwijs méér te doen zijn, dan het gezin, in zijn meest voorkomende samenstelling en met zijn velerlei bindingen, geven kan. Doordien dan enkele menschen speciaal met het geven van onderwijs worden belast, ontstaat zóó als vanzelf een schoolwezen. Hierbij is dan een bijna oneindige variatie mogelijk. Zoo was bij de Indiërs het onderwijs in 't algemeen in handen van de deftige Brahmanen, bij de Egyptenaren waren het de priesters die hier naar voren traden, evenals in het oude Mexico, terwijl in Griekenland en vooral ook in het oude Rome een slaaf met het onderwijs der kinderen werd

Zoodra er evenwel een bepaald schoolwezen ontstaat, blijkt het ook, dat er allerlei variatie mogelijk is In het doel en In den geest van het onderwijs. In Voor-Indië was het doel van het ondervrijs in verband met den typischen mystieken aanleg van de Oostersche volkeren, tweeledig: het eerste doel was het weten als kind om te kunnen doen als man; het meer verwijderde doel: te kunnen doen als man, om geschikt te zijn tot comtemplatie als grijsaard, die in zelfkennis en wereld-verstaan, mediteerend terneer zit. Bij de Egyptenaren daarentegen was het doel van het onderwijs veel meer practisch: techniek en historie, astronomie en geografie nemen een breede plaats in, juist met het oog op de behoeften van het practische leven. In Griekenland was het onderwijs in de eerste plaats gericht op het belang van den staat, evenals in Mexico, waar evenwel de belangen van het godsdienstig leven mede den nadruk ontvingen. Deze voorbeelden mogen dienen om de variatie in het onderwijs te illustreeren.

Hieruit blijkt immers voldoende, dat de vorm van onderwijs, dat het punt, waarop bij het onderwijs de nadruk valt, veelal wordt bepaald door factoren van algemeen psychologischen en sociologischen aard, terwijl principieele beschouwingen hun invloed doen gelden. Onderwijs, ook afgedacht van de opzettelijke paedagogische strekkingen en afgedacht van de vraag wat onderwezen wordt, kan dus ook enkel reeds om 't feit, dat in de methode een beginsel spreekt, nimmer neutraal zijn. Reeds hij, die „didactiek" zegt, zegt één naar een bepaald beginsel opgesteld werkprogram. En tevens aanvaardt hij een bepaalde, zielkunde en een bepaalde beschouwing omtrent de sociologische vragen.

Bij de organisatie van het onderwas in den zin van „schoolwezen" komen verder allerlei belangrijke historische invloeden een woord medespreken. Geen enkel land heeft een onderwijs-organisatie, die verstaan kan worden zonder historische studiën omtrent de ontwikkeling van dat schoolwezen. Daarom is de studie omtrent het schoolwezen dan ook een afzonderlijke tak van dat deel van de paedagogische wetenschap, dat zich met het „onderwijs" bezig houdt. Een en ander blijkt reeds duidelijk uit betgeen men heeft aan onderscheiding tusschen „Hooger", „Middelbaar" en „Lager-Onderwijs". Tegenwoordig toch is hier „hooger" synoniem met «meer" en met „meer wetenschappelijk" geworden. Naar analogie daarvan is men dan gaan spreken van „lagere" scholen, „(meer) uitgebreid lager onderwijs", „middelbaar"- en „voorbereidend hooger onderwijs". Van „lager" tot „hooger" zijn dat dan alle gradaties van „minder" tot „meer". Oorspronkelijk isechter een hoogeschool „hoog" om een heel andere reden. De keizerlijke (resp. koninklijke) hoogheid, die zulk een school beschermde, gaf haar den naam, en natuurlijk kan er ia dat geval van „lager"- en „middelbaar" onderwijs niet gesproken worden. (Zie verder art Schoolwezen.)

Vooral in de laatste jaren is er een levendige discussie, soms zelfs een heftige strijd, gaande, over de vraag, welke de beste methode voor het onderwijs is. Individualisme en Socialisme kampen hier om den voorrang. Het zou ons te ver voeren, al deze richtingen de revue te laten passeeren. (Zie hierover o.a.: De Hovre, Paedagogische Wijsbegeerte; l. Waterink, Berekening of constructie; Otto Willmann, Didaktlk als Bildungslehre; de handboeken der paedagogiek b.v. van Wirtz, Van Wijk, Laarman, Douwes, e.a. Een uitnemende methodiek [„Leerplan" voor onderscheiden vakken] voor de Christelijke school schreef H. Lankamp. Ook A. Jonkman behandelde deze kwestie in De School met den Bijbel 1927—1928: „Christelijke eenheidspaedagogiek".) Voor de vraag naar de beste methode gaven Dr. J. Woltjer en Dr. H. Bavinck in den loop der jaren vele uitnemende wenken. (Zie Dr. J. Woltjer, Wat is het doel van Christelijk nationaal Schoolonderwijs? en Ut cognoscantte en Dr. H. Bavinck, Paedagogische Beginselen.)

Voor de Christelijke .onderwijsteer zal het vast moeten staan, dat elke methodiek en didactiek, die, op welke wijze dan ook, ordinantiën Gods geweld aandoet, verwerpelijk is. Deze ordinantiën Gods liggen zoowel op het terrein van de algemeene als op dat van de bizondere openbaring. Deswege zal het onderwijs zich organisch moeten aansluiten aan het leven, en zullen de beste en eenig juiste onderwijsvormen die zijn, in welke de organische eenheid van het leven uitkomt, en in welke tevens de wijze waarop God met zijn bizondere genade organisch in het leven onder een vloek ingrijpt tot haar recht komt. Waar nu in het leven de organische eenheid tusschen individu en gemeenschap door ons wordt erkend, bevorderd en als ideaal gesteld, kan menige tegenstelling door de moderne onderwijsleer gemaakt door ons niet worden aanvaard. Dit zal dan ook voor