is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496

PACTUM SALUTIS — PADDAN-ARAM

graaf was woedend. Luther en Melanchton, hoe- i wel van de echtheid van het opschrift overtuigd, maanden tot voorzichtigheid. In elk geval moest men zich wachten voor een aanval. Alleen verdedigen was geoorloofd. (In dezen tijd schijnt „ein feste Burg enz." gedicht te zijn door Luther.) De landgraaf viel ondanks de vermaning in het gebied van zijn buren. Maar toen bleek de geheele zaak één groot bedrog. De bond was nooit gesloten. De zaak der Protestanten werd door deze geschiedenis zeer geschaad. De Catholieken zagen er uit, waartoe de tegenpartij in staat zou zijn, en bereidden zich nu tot den aanval voor. Von Pack moest zich verantwoorden. Hij hield vol het oorspronkelijke stuk gezien te hebben. Hij moest een jaar gevangenisstraf ondergaan. Nadat hij vrijgelaten was, zwierf hij in Engeland, Frankrijk en Nederland. Daar werd hij in 1536 weer gevangen gezet. Hertog George van Saksen bracht de zaak van het bewuste document weer ter sprake. Op de pijnbank bekende Von Pack, dat hij het afschrift zelf gemaakt had. Daarna werd hij veroordeeld en in 1537 te Brussel onthoofd. [ 24.

Pactum salutis is de Latijnsche naam voor het verbond der verlossing, dat in de Gereformeerde theologie door sommigen wordt onderscheiden van jen ten grondslag gelegd aan het verbond der genade. In het eerste wordt dan gezien het verbond tusschen God Drieëenig en Christus Jezus, waarin deze als Borg de schuld der uitverkorenen op zich neemt en instaat voor volkomen voldoening. En in het tweede wordt gezien het verbond dat God Drieëenig In Christus als Middelaar en op grond van zijn verdiensten met Zijn volk heeft. In het eerste verbond gaat het dan om de verwerving, in het tweede om de toepassing des heils. Anderen spreken liever van het ééne genadeverbond waarvan Christus Jezus Hoofd èn Middelaar is, en maken daarin de onderscheiding tusschen de verwerving en de toepassing van het heil. Het is betrekkelijk onverschillig of men eerst een „verbond van verlossing" met Christus stelt op den grondslag van het recht en dan een „verbond der genade' met Aa „ih«,i,/,Mn«i nn Hpn crrnnrislap van vriie ge¬

nade, dan wel één enkel verbond met Christus

èn zijn zaad op den grondslag van genaae aoor oio moür hn in hpt vprhond der verlossing

èn in het verbond der genade Christus nooit

los van de ultvericorenen geaacm worm, num als Borg noch als Middelaar, en men meer doelt op een onderscheiding van verwerving en toepassing des heils, dan op een scheiding van die twee verbonden.

Dat velen prijs stellen op de onderscheiding tusschen „verbond der verlossing" en „verbond der genade" vloeit hieruit voort dat in het eerste verbond Christus door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid alle schuld heeft moeten voldoen en de eeuwige zaligheid heeft moeten verdienen, en in het tweede alle heil uit vrije genadé geschonken wordt aan de geloovigen, terwijl in het verbond der genade van den bondeling geloof en bekeering geëischt wordt, en Christus dit toch niet voor ons en in onze plaats heeft gedaan. Maar anderen zien de noodzakelijkheid niet om vanwege de onderscheiding van ver¬

werving en toepassing des heils twee verbonden i

te stellen en zijn van ooroeei aar ineen geiiducverbond die onderscheiding zeer wel tot haar recht komt. De Middelaar is niet Middelaar van éénen, maar God is één (Gal. 3:20). Er is j

één Middelaar Uoas en aer menscnen \i i im. 2 : 5), en die ééne Middelaar heeft het werk der voldoening aan God volbracht en draagt zorg voor de zaliging der uitverkorenen. Voorts dient

opgemerkt te worden aat net vemonu uer v«-

lossing wel een recntsnanaei tusscnen vjuu ™ den Borg is, maar toch op genade berust en uit genade voortvloeit, want het is niets dan genade dat God Drieenig den Borg en Middelaar verordineerd heeft en het is niets dan genade dat zijne verdiensten den uitverkorenen ten goede . komen. ,

En voorts hebben de voorstanders van de leer van het ééne genadeverbond er op gewezen dat Christus de Tweede Adam is (Rom. 5:14; 1 Cor. 15 : 45). Ook de eerste Adam stond voor een dubbele taak, ten eerste had hij voor God de wet te volbrengen en het eeuwige leven te verdienen, maar ten tweede had hij een roeping voor de menschheid die In hem besloten lag en in hem begrepen was. Het feit echter dat eenerzijds Adam het eeuwige leven te verdienen had en anderzijds het zijn nakroost geschonken zou worden, heeft nooit van twee afzonderlijke verbonden met Adam doen spreken, en nooit bezwaar in den weg gelegd om één Werkverbond te leeren. En overmits nu Christus als Tweede Adam, èn organisch als Wortel, èn foederaal als Hoofd der herboren menschheid optreedt, spreken zij ook bij Hem van het ééne verbond der genade waarin Hij de schuld betaalt, de zaligheid verdient èn dit alles schenkt en toepast aan de uitverkorenen. Voert men hiertegen aan dat Christus niet voor ons geloofd en niet in onze plaats zich bekeerd heeft, dan wordt geantwoord dat Christus door geloof en bekeering te schenken, het genadeverbond uitwerkt in deaitverkorenen, en voorts de vraag gesteld hoe dan ln het eerste verbond met Adam, stel het ware door hem volbracht, de verdiensten in de bondelingen zouden zijn gerealiseerd. [16.

Paddan-Aram heet op een aantal plaatsen in Genesis de streek, waar Bethuël en Labanjj woonden, waar Rebekka vandaan kwam (25:20MI

k_ Io/.f,h Hnnr Irak werd gezonden

(28 : 1—9), waar bijna al zijne kinderen werden 1 geboren (35 : 26 en 46 : 15), waar hij een rijk veebezit verwierf (31 : 18), en vanwaar hij naar < Kanaan terugkeerde (33 : 18 en 35 : 9). In Gen, 48 • 7 vinden we den korteren naam Paddan. En Hosea zegt (12 : 13), dat Jacob vluchtte naar Sedé-Aram, d. 1. het veld van Aram. Ook PaddanAram wordt wel vertaald: Veld van Aram, of van de Arameërs (Staten-Vertaling: Syriërs). In de geschiedenis der aartsvaders hangt PaddanAram heel nauw samen met Haran, dat eveneens meermalen genoemd wordt als woonplaats van Laban (zie het artikel: Haran I). Mogelijk zijn de namen Haran en Paddan eigenlijk twee Assyrische woorden, die beide „weg" beteekenen. De stad Haran lag namelijk op een kruispunt van belangrijke verkeerswegen. Sommige schrijvers maken melding van een dorp Paddana, bij