is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PALESTINA

501

De ligging van Palestina is trouwens een zeer

ÜÏT "<»'i «ci is n« Lana aes neeren. Ofl betoondet, Heere, een welgevallen aan Uw

j ,v W1H nu r-aiestina net land is

des Heeren, heeft het een bijzondere ligging; in de Psalmen wordt dit aangeduid door dé

unuiuKKiug : nei miaaen aer aarde.

Toch is (lort miin KVmino nn/»Js n:„

lossingen Wrocht miriripn nn He oorrlo /Do

74 : 12). Die zeer bijzondere ligging dankt

• airauua <un uous vennezing: uns koos Hij ons erfdeel uit f"Ps. 47 : 51

Die voorstelling, dat Palestina en met name Jeruzalem ligt in het midden der aarde, is zeer karakteristiek voor dien tijd: de bewoonde

ïvciciu wcru geuacni ais een ronde schijf, om-

siuicu uuur aen anes omringenden Oceaan. Zooals de Oceaan de wereld omgeeft, zoo omsluiten de landen der volkeren het land Israëls. De uitdrukking: in het midden op de aarde, wijst dus op een bijzondere ligging, een van

Een blik on de kaart tn/W nno hna

ligt op de grens van drie werelddeelen. Hier

.cmcu ocui, ^uam en japnet eiKanoer de hand Hier is de F.uvntisrhp niitim, «ok» a* d.i

Ionische toegankelijk. Van hieruit stralen de wegen uit het Heilige Land, van hieruit kon het Evan¬

gelie iijn iriumnocni Deginnen over de wereld. In dezen zin is het een geheel eenig land. De wijnstok, door den Heere in Kanaan geplant (Ps. 80 : 9 v.v.) kreeg zulk een groeikracht, dat de ideale Wester- en Oostergrenzen konden worden bereikt en Israël eenerzijds kon afdalen in de vruchtbare en vooral voor de handelsbeweging van die dagen zoo belangrijke kustvlakte aan het strand der Middellandsche Zee en die kon beheerschen, anderzijds zich uit kon breiden tot den Eufraat en daardoor in onmiddellijk contact kon komen met die overoude volken, welke de cultuur van West-Azië beheerschten; de dichter spreekt van dien wijnstok: Zijn takken strekte hij uit tot de zee, Zijn loten naar de rivier (Ps. 80 : 12).

Evenwel — is Palestina dus een land, in het midden der aarde, toch is het anderzijds een afgezonderd land. Aan zee is een zandige havenlooze duinkust. In het Oosten en Zuiden zijn de woestijnen een grenszoom. In het Noorden vormen de gebergten een dam tegen de opdringende golven van volksverhuizingen. En toch liepen de wegen der groote wereld er vlak langs. Het Westelijke vlakke kustland aan de zee is alle eeuwen een doorgang geweest en van de dagen der oude Farao's tot op den wereldoorlog zijn legerscharen door de kust| vlakte getogen: Egyptenaars en Assyriërs, Uneken en Romeinen, Kruisvaarders en Saracenen, Turken en Engelschen.

Het is deze zeldzame vereeniging van isolement en centrale ligging, welke zoo kenmerkend is voor Palestina. Dat maakt Palestina tot een bijzonder land voor het verkoren volk. De geschiedenis van Israël is niet in een ander land te denken. Zoo is er dus een diepere samenhang tusschen de aardrijkskundige gesteldheid van het Heilige Land en het bijzondere van Israëls roeping.

3. Grenzen. Beginnen wij met de Zuidergrens. Volgens Jozua 11 : 17 en 12 : 7 was de gladde of kale berg het Zuidelijke grenspunt van het land, onmiddellijk bij de grens van Seïr. Alois Musil geeft in zijn werk Arabia Petrea een levendige beschrijving, hoe hij dien „kalen berg' (Dsjebel Halak) gevonden heeft: een zwarte, kale heuvelrug ten Noorden van den Wadi-elMarra.

Als ideale grens in het Zuiden gold de beek van Egypte (1 Kon. 8 : 65; Jes. 27 : 12), zeer waarschijnlijk de Wady el Arisj (de Rhinocorura van de Septuaginta). Het land bij deze Zuidelijke grens is Negeb, hetZuiderland(Num. 24 : 21; Ps. 126 : 4). Geen groote weg leidt nu of heeft ooit geleid door dit district, maar de heirwegen, uit Egypte, Sinaï of Arabië loopen of Oostwaarts door de Araba (dit is de laagte ten Zuiden van de Doode Zee) öf Westwaarts door de kustvlakte. Geen invallende macht waagde zich op deze woeste en steile kammen van Negeb, als zij wist, dat ze aan dejudeesche grens op tegenstand zou stuiten. Daarom vinden wij bijna nergens in de historie een geval, dat men van het Zuiden in Palesina viel. Israël zelf werd teruggeworpen, toen het van deze zijde het Beloofde Land wilde binnendringen (Deut. 1 : 43. 44: Num. 14 -AC, AK\ 7alfo

wier hoofddoel toch de stad Jeruzalem was, verdeelden zich Westwaarts en Oostwaarts, sommigen over Gaza, anderen over de Jordaan, maar zii trokken niet on rinnr het 7<,iHe«

wel de weg over Hebron de naaste was. '

uciucdie wesigrens was ae Middellandsche zee. Aangaande de landnale van het We=ten h,„ „oi

u de groote zee de landpale zijn (Num. 34 : 6).

Maar de kustvlakte was den meesten tijd met in handen van het Joodsche volk (alleen nu en dan in de dacen van He M3»/>ah»a«t n.

eigenlijke Westgrens was, althans voor Judea,

de Siefela. het doortrroefdp heifvellonri

de kustvlakte en het gebergte.

De Oostfrens viel nnoretreer o-imp„ ™«+ a„„

tegenwoordigen spoorweg van Damascus in de richting van Medina (Hedsjaslijn).

De Noordgrens van het land in den grootsten omvang was de rivier Eufraat (1 Kon. 4 : 21).

4. Grootte. In verhand met He wiccelenHo

grenzen in de ÉresrhipHenis ie He nnnomloUo

in onderscheiden tijdperken verschillend. Als gemiddelde grootte heeft men berekend dat de oppervlakte bedroeg 495 vierkante geografische mijlen of ruim 27000 K.M zrMeHerianH'Miwiu' m 2\

Palestina was dus een klein land. „Evenwel hoe kleiner het land was, des te luisterrijker schittert de zegenende macht des Heeren Hia Hen Ho.;„o„

zaadkorrel doet opwassen tot een grooten boom. Maar de natuurlijke mensch heeft geen oog voor de Almacht, wanneer zij zich hult in het kleed der geringheid" (K. von Raumer, Palestina blz. 35).

Volgens de opgaven der Britsche administratie is de onnervlakte van 'Palestina thans r..;m onnn

vierkante Engelsche mijlen (ongeveer 23300 K.M.2).

5. Handelswegen. De verkeerswegen waren in de oudheid van nosr «rrnnter he+eeb-enic „/in¬

den handel, als thans de spoorwegen!

ZOO SChriift L. Hpryfplri in ,»n Unnrtnlorm

schichte der Juden des Altertums.