is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

516

PAPIAMENTO - PAPYRUS

ook andere onderwerpen behandelde hij. Zoo bevat de kerk S. Sebastiano te Venetië, waarin de groote meester begraven is, een reeks historische schilderstukken, waarvan de gang van den heiligen Sebastiaan naar het schavot wel het voornaamste is. Verder beschilderde hij de wanden en zolderingen van het Dogenpaleis te Venetië met voorstellingen aan de mythologie en aan de ongewijde geschiedenis ontleend. Het voornaamste stuk van laatstgenoemden aard stelt voor de familie van Darius voor Alexander, dat zich thans te Londen bevindt. [ 33.

Papiamento of Papamiento is de taal, üie door de lagere volksklassen op de eilanden van Nederlandsch-West-Indië algemeen gesproken wordt Het is een mengsel van Spaansch, Caribisch enz. Het is eigenlijk een bastaard-Spaansch. Voor 90 % bestaat het uit Spaansche woorden, voor het overige uit Nederlandsche en Caribische (Indiaansche) woorden. Het is eigenaardig, dat de spelling op zijn Hollandsch geschiedt bijv. oe voor o enz. [24. ...„,.

Papias, bisschop te Hierapolis m Kleinr. :« i xj. Aa o» op,mr Hii wnrdt gerekend

onder de apostolische vaders. Hij wordt een | toehoorder van Johannes" genoemd. Irenaeus noemt hem een .leerling van Johannes , en Hieronymus een „vriend van Polycarpus . ritj schreef volgens Eusebius (III, 39) eene verklaring van de redenen des Heeren, verzameld uit mondelinge overleveringen. Hij schreef in zijn inleiding: „Trof ik iemand aan, die met de ouden omgang gehad had, dan vroeg ik hem : wat heeft Andreas, of Petrus of Filippus of Thomas of lacobus of Johannes of Mattheus of een ander discipel des Heeren gezegd ? Of wat hebben Aristion of de presbyter Johannes, jongeren des Heeren gezegd? Want ik meende uit de boeken niet zooveel nuttigs te kunnen putten als uit de levende stemmen van nog in leven zijnde menschen." Eusebius meent, dat Papias zelf geen oor- en ooggetuige geweest is van de apostelen. Aristion en Johannes, de presbyter leefden in zijn tijd nog, maar de apostelen waren al gestorven. Dat was zoo, toen Papias schreef, maar het Is mogelijk, dat hij in zijn Jeugd wel aan de voeten van Johannes gezeten heeft, zooals Irenaeus en ook Eusebius in zijn Chronicon zegt Van zijn boeken zijn slechts fragmenten behouden gebleven n.m. verhalen over de dochters van Filippus, over Justus Barnabas, een schilderij van de fabelachtige vruchtbaarheid van de aarde in het 1000-jarig rijk en een schildering van Judas. Papias was een ijverig voorstander van de leer van het Chiliasme. Volgens een mededeeling in Chronicon Alexandrinum moet hij onder Marcus Aurelius in 163 als martelaar te Pergamus gestorven zijn. [ 24.

Papoea's. De bewoners van Nieuw-üuinee worden Papoea's genoemd, hoewel zij zelve dien naam nergens kennen. Deze is misschien ontstaan uit een samentrekking van het Maleische poea-poea d.i. kroesharig, meer waarschijnlijk Is het afgeleid van een woord uit de taal der Tidoreezen „papoeha" = slaaf (in verband met de slaventochten). . .

Waar de Papoea's vandaan komen, wat hun afstamming is, valt niet te zeggen. Het meest

komen ze overeen met de Melanesiërs, doch zij vormen als het ware een afzonderlijk type, dat men vindt.van de kust tot bij de dwergstammen in het binnenland. Zélve doen zij allerlei verhalen over hun afstamming. Die van de Zuidkust zeggen af te stammen van den klapper of sagoeboom, casuaris of kraanvogel, visch of varken, in deze volgorde trapsgewijs afdalend in de samenleving, zoodat die van den klapper als 't ware den adel vormen. Huwelijken in die groepen zelve zijn verboden. Dezé merkwaardige indeeling in groepen en het geloof aan afstamming en verwantschap met bepaalde planten en dieren is een duidelijk voorbeeld van totemisme.

Wat hun uiterlijk voorkomen betreft zijn de Papoea's door elkander genomen goed gebouwd en van middelbare grootte Zij hebben regelmatige trékken, eenigszins uitpuilende jukbeenderen, dikke lippen met vooruitstekende kin, goed gevulde wenkbrauwen, donkerbruine oogen en witte tanden, de wangen veelal ingevallen. Hun ledematen zijn in den regel wèl ontwikkeld, met groote handen en vaak kleine voeten. Het

lichaam is sterK oenaaro. en veien uidgcn uaaiu

en knevel, ue nuiasKieur verscnux van gcciuiuiu tot donkerbruin en komt in enkele streken het

zwart nabij, ofschoon menigmaal onKenDaar aoor

Uat W^hMHaron pn hpcmprpn VAn het ÜCtiaam

(waarbij dan nog komt de litteekentatoeage of

scarincatie en ae prut- oi xieunaioeage;. z.cci

karakteristiek IS net womge xroesnaar uai uuw velen hoog boven het hoofd opgewerkt, zich als een ragebol vertoont. Hun neuzen, baarden en gelaatsuitdrukking geven hun iets Semietisch. In verband daarmee heeft W. I. Perry in zijn boek The Children of the Sun de meening verdedigd, dat hier reeds in de oudheid Fenicische nederzettingen waren, waardoor het Semietische element te verklaren zou zijn. Deze theorie is zeer fantastisch.

Ef zijn op Nieuw-Guinee en de bijliggende eilanden verschillende Papoea-stammen; we noemen slechts de Arfakkers in den „Vogelkop" de Pësëchëms, een dwergstam bij de Lorentzrivier, de Marindanem of Kaja Kaja's aan de Zuidkust, de Noemforen in het gebied van de Humboldtbaai.

Men zie over hen verder de artt: Koppensnellen, Kotvar, Leeftijdsklassen.

In het Zuiden heeft de Roomsen-Katholieke zending gewerkt met name onder de Marindanem; (het Apostolisch Vicariaat van de Molukken en Nieuw-Guinee); in Noord-Nieuw-Guinee heeft de Utrechtsche Zendingsvereeniging met vrucht gearbeid ; daar is na vijftig-jarigen arbeid eindelijk het licht doorgebroken. [ 39.

Papyrus is de naam van een plant (Cyperus Papyrus) behoorend tot de familie der grassen. De plant werd eens op groote schaal gekweekt in de Nijldelta, groeit thans nog in Nubië, Abessynië en gekweekt op Sicilië. De plant leverde aan de ouden schrijfmateriaal. Daartoe werd het stengelmerg genomen en in reepen gesneden. Deze reepen werden naast elkander geplaatst, een andere tij werd er kruiselings over heen gelegd. De twee lagen werden dan aan elkander gekleefd en geperst en het schrijfmateriaal was gereed. Men had het in bladen of inrollen