is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PATRIARCHEN — PATRIMONIUM

535

en zou het eerst ontstaan zijn na eeuwenlange ontwikkeling uit lagere vormen van samenleving. De cultuur-historische school in de volkenkunde heeft echter de Bijbelsche waarheid over den hoogen ouderdom van het patriarchaat duidelijk aangetoond.

Het patriarchaat komt bij verschillende volken voor. Er zijn drie cultuurkringen waar het patriarchaat het leven beheerscht. (Men spreekt van een cultuurkring, als een groote groep van menschen in hun cultuurleven een gelijksoortig beeld vertoonen.) Die drie cultuurkringen zijn: 1. De exogaam-vaderrechtelljke cultuurkring, bekend bij volken in de Zuidzee, Nieuw-Guinee, Battaks, West-Soedan; typisch zijn hier totemisme, exogamie (trouwen met iemand buiten den stam), lage positie der vrouw. 2. De vrij-vaderrechteUjke cultuurkring, waar exogamie ontbreekt; ze komt voor in Polynesië, Voor-Indië. 3. De grootfamilie-patriarchale cultuurkring bij de nomadenvolken in Azië. [ 39.

Patriarchen. Het woord patriarch is van Griekschen oorsprong (patriarchès) en beteekent „hoofd van een patria of familie". Vandaar dan ook, dat het in de Grieksche vertaling van het Oude Testament in 1 Kron. 24 : 31, 2 Kron. 19 : 8 en 26 : 12 gebruikt wordt ter vertaling van het Hebreeuwsche rösjaböth = familiehoofd. In het Nieuwe Testament echter wordt de uitdrukking patriarchès slechts gebruikt tot aanduiding öf van Abraham (Hebr. 7:4) öf van de twaalf zonen van Jakob (Hand. 7 : 8v.) öf van David (Hand. 2 : 29). Sindsdien is het woord nog meer beperkt en wordt het uitsluitend gebruikt ter aanduiding van Abraham, Izak en Jakob, wat trouwens in overeenstemming is met 4 Macc. 7 : 19 (vlg. echter 4 Macc. 16 : 25). Patriarch heet in Nederlandsche vertaling „aartsvader", waarbij „aarts" vervorming is van het Grieksche archès of archi, gelijk trouwens ook in „aartsbisschop", „aartsengel" enz. het geval is.

De oude Christelijke kerk echter heeft ook hare patriarchen gehad. Eerst werd daarmede sinds de 4de eeuw iedere bisschop aangeduid. Later echter werd de titel beperkt tot de bisschoppen van Alexandrië, Antiochië, Constantinopel en Jeruzalem. In het Westen werd de vorming van patriarchaten verhinderd door Rome's aanzien en aanspraken. Dat hier de bisschoppen van Venetië, Lissabon en Goa den titel van patriarch hebben, is zinledige vorm. Alleen de Grieksch-Catholieke kerk heeft dit instituut gehandhaafd. [ 3.

Patriciërs, afkomstig van het Latijnsche woord pater, noemde men in het oude Rome aanvankelijk de eigenlijke burgers, die tezamen het Romeinsche volk uitmaakten. Zij waren verdeeld in 3 stammen de Ramnes, Titiestn Luceres. Behalve deze patriciërs en hun slaven kende men in Rome alleen clientes, hoorigen, die onder de patriciërs gesteld waren en tot dienstbetoon verplicht waren. Hierbij kwamen sinds Servius Tullius de burgers der onderworpen steden, die den naam van Plebejers droegen. Deze werden wel in het Romeinsche burgerrecht opgenomen, maar zij mochten geen eereambten bekleeden en ze hadden geen stemrecht. Langzamerhand, na een strijd van 2 eeuwen, verwierven

deze Plebejers dezelfde rechten als de Patriciërs. Constantijn de groote voerde den naam patriciërs in als een persoonlijke titel, die een waardigheid beteekende, welke op die der consuls volgde. In dien zin is die naam ook door Duitsche vorsten gedragen en door Karei den Groote voor den keizersnaam geplaatst. [ 24.

Patrlck, apostel en schutspatroon van Ierland. Volgens een biografie van hem zeiven was hij de zoon van een te Bannavem in Schotland wonenden diaken. Toen hij 16 jaar oud was, werd hij door Iersche zeeroovers naar Ierland gevoerd en hij hoedde daar 6 jaar de kudde van een hoofdman. Hij vluchtte vandaar, maar had geen rust. Hij begeerde het Evangelie te brengen aan hen, die hem zoo lang in slavernij hadden gehouden. Omdat hij zeer goed met de taal en de zeden van de Ieren bekend was, kon hij het volk zoo gemakkelijk benaderen. In het vrije veld predikte hij over het lijden van Christus. De Druïden wilden eerst niet naar hem hooren, maar Patrick hield vol en overwon. Hij doopte duizenden en stichtte kerken en kloosters. Volgens Iersche annalen is hij gestorven in 493 in den ouderdom van 120 jaren. Men stelt algemeen vast, dat hij geboren is in 373 en zijn sterfjaar schijnt tusschen 457 en 464 gezocht te moeten worden. Sommige schrijvers zeggen, dat hij van paus Coelestinus I een opdracht ontving tot prediken, maar dat is onbewijsbaar. Hij begon zijn zendingswerk in 432. Het is vreemd, dat de geschiedschrijvers van de 7e en 8e eeuw niets omtrent hem melden. Ook Beda Venerabilis noemt zijn naam niet. Morris, The life of St. Patrick, 1888. [ 24.

Patrimonlnm. Het Nederlandsch Werkliedenverbond, dat den naam Patrimonium of „vaderlijk erfdeel" tot den zijne koos, is de oudste Christelijk sociale organisatie in ons land.

Toen, naar aanleiding van den onderwijsstrijd, gebleken was, dat voor de Christenwerklieden in de neutrale organisatie geen plaats was, namen Beeremans, Kater en Witmond het initiatief om tot vereeniging onder eigen banier te geraken.

Op 3 Januari 1876 vond de bekende vergadering der negen mannen — patroons en werklieden — plaats ten huize van Beeremans op de Lindengracht te Amsterdam.

Op 16 Juni 1876 volgde de oprichting van de vereeniging Patrimonium, en de koninklijke goedkeuring harer statuten kwam af op 19 Maart 1877.

De grondslag van het verbond, dat thans zijn vertakkingen over het geheele land uitgebreid heeft, was daarmee gelegd.

Om „het vaderlijk erfdeel", het erfdeel der heilige beginselen, werd de strijd ingezet, in de vaste overtuiging „dat alleen Gods Woord en de traditiën onzes volks de betrouwbare grondslagen eener Christelijke maatschappij uitmaken".

In den arbeid van het Centraal Bureau, van de Gewestelijke organisaties en plaatselijke afdeelingen tracht Patrimonium de kennis der beginselen te verbreiden, om op dien grondslag de belangen der maatschappij in haar geheel en die der werklieden in het bijzonder te bevorderen.

Uitgave van een Bondsorgaan, het houden