is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f342

PAUSKEUZE - PAX VOBISCUM

talen om den paus te vrijwaren tegen de macht der metropolitanen binnen de kerk en de macht der keizere bulten de kerk.

De Cluniacensers werden de strijders voor de wereldlijke macht van den paus. Uit hun midden kwam Hildebrand, paus Gregorius VII, op het gebied der kerkregeering de grootste man uit de Middeleeuwen (L. v. Ranke).

Na hem volgden Innocentius III en öonijacüts VIII als strijders voor de pauselijke macht. De laatste schreef in den bul Unam sanctam: oportet gladlum esse sub giadto et temporalem auctoritatem spirituali «iWc< potestati' a. w. z. het behoort, dat het wereldlijke zwaard onderworpen zij aan het geestelijke en dat de werfldWke macht onderworpen zij aan de geestelijke. De bul zei zelfs, dat het geloof aan de volstrekte macht van den paus voor alle menschen noodzakelijk was tot zaligheid.

Zoo is de macht van den paus in Romes kerk steeds hooger geklommen en dit geheele pauselijke systeem heeft zijn sluitsteen verkregen, toen onder invloed der Ultramontanen en jezuieten in 1870 het dogma der onfeilbaarheid werd aangenomen. Dit dogma houdt hetvolgendein: dat de paus in zijn ambt als herder en leeraar aller Christenen, krachtens zijn allerhoogste autoriteit (wanneer hij dus spreekt ex cathedra)

een door ae geneeie itern uu« je sj..j-r," en zedeleer verkondigt door den goddelijken bijstand, die in den heiligen Petrus aan hem is toegezegd, en met die onfeilbaarheid werkzaam ts, waarmede de goddelijke Verlosser gewild heeft dat zijn kerk in het verkondigen der geloofs- en zedeleer voorzien zou zijn. Dat was de uiterste consequentie van het pauselijke systeem. De paus is nu voor de Roomschen het onfeilbare zichtbare opperhoofd der kerk. [ 24.

Pauskeuze. De verkiezing van een nieuwen paus is in de Roomsche kerk tot in de kleinste bijzonderheden geregeld. Het-tegenwoordig geldende recht boudt het volgende in. Tien dagen na den dood van den paus worden gebruikt om het conclave in orde te brengen. Gedurende d en tüd worden de kardinalen opgesloten meestal in een paleis, waarin kapellen en cellen zijn voor de kardinalen en de conclavisten; onder wie ook ceremoniemeesters, biechtvaders, artsen, chirurgen, apothekers, timmerlieden, metselaars, barbiers en anderen zich bevinden. Op den 11 den dae gaan de kardinalen naar het conclave, dat 's avonds van binnen en van buiten gesloten wordt, en dat streng wordt bewaakt. Het eten, dat binnengebracht wordt, wordt tevoren onderzocht Recht om aan de verkiezing deel te nemen hebben alle aanwezige kardinalen, die de wijding van een diaken ontvangen hebben. Verkiesbaar zijn alle mannelijke Christenen, zelfs leeken. Sinds Urbanus VI (1378-1389) zijn echter alleen kardinalen verkozen. Wanneer bij de stemming eeen 2/s der stemmen door iemand verkregen wordt, dan moet er langs den weg van accessus weder gestemd worden. De stembrief jes worden telkens verbrand. Den candidaat, die eindelijk verkozen wordt, wordt plechtig gevraagd, of hjj de benoeming aanneemt. Als hij verklaart die aan te nemen heeft hij alle rechten van een paus. Tegelijkertijd zegt hij, hoe hij als paus

wil heeten (zie art. Naamsverandering). Daarna wordt de verkozene met pauselijk gewaad bekleed en hij ontvangt in de kapel de eerste adoratie der kardinalen. De afzondering wordt opgeheven en de eerste kardinaal-diaken verkondigt aan het volk van het balkon van het paleis: annuncio vobls gaudlum magnum,papam habemus, d. w. z. ik verkondig u groote blijdschap, wij hebben een paus. 's Middags volgt eerst in de Sixtijnsche kapel en daarna in de St. Pieter de tweede en derde (openlijke) adoratie der kardinalen. Wanneer de verkozene de bisschopswijding nog niet heeft ontvangen, dan moet hij de hem nog ontbrekende ordines uit de hand van een der kardinaal-bisschoppen deelachtig worden. De bisschoppelijke wijding ontvangt hij gewoonlijk op een Zondag of feestdag vóór de kroning door den deken van het college der kardinalen. Op een anderen dag geschiedt dan de kroning in de St. Pieter en weder op een anderen dag de inbezitname van het lateraan (il possesso). [ 24.

Pauw (pavo cristatus), een uit Zuid-Azië en onze Oost afkomstige boschvogel, behoort tot de orde der hoenders (gallinae of rasores), tot de familie der fazanten (phasianidae) en wordt hier als huisdier gehouden. Het mannetje is vooral bekend door den schitterenden metaalglans en de fraai gekleurde oogvlekken van

den staart (JOD 3» : io;. minaer aangenaam ra zijn geluid. Aan ieder der pooten zit een spoor. In het begin van de lente legt het wijfje ongeveer 10 eieren; de broedtijd duurt 1 maand. De jongen komen ziende en bevederd uit het ei (nestvlieders). Reeds door de vloten van Salomo werden pauwen naar Palestina gebracht (1 Kon. 10 : 22; 2 Kron. 9 : 21). [ 31.

Pavillon, bisschop van Alet in de Pyreneeën geboren te Parijs in 1597, gevoelde zich geroepen om armen het Evangelie te prediken. Hij werd door Vincentius da Paulo aangesteld als voorzitter van de Zaterdagavondbijeenkomst van de geestelijken in St. Lazara te Parijs. Richelleu benoemde hem tot bisschop van Alet. Hij arbeidde veel in zijn geestelijk arme diocese. Hij deelde vele kleine geschriften uit onder het volk, welke hij nuttiger hield dan medailles, rozenkransen en beelden. Hij bevorderde het onderwijs aan geestelijken en adellijke meisjes. Hij leefde zelf zeer eenvoudig (zijn kok zei hem den dienst op, omdat hij In het huis van Pavillon zijn arbeid verleerde). Hij kwam op tegen onrechtmatige belastingen. Maar hij is vooral bekend, omdat hij zich verzette tegen de veroordeeling van vijf uitspraken uit Jansenius Augustinus. Bisschop Stephanus Frans Caulet stond aan zijn zijde. Pavillon werd verbannen en een ander in zijn plaats gesteld. Hij stierf in 1677. [ 24.

Pax vobïscum, (et cum spiritu tuo) d. w. z. vrede zij met u, is een liturgische vorm in de Roomsche kerk. Hij berust op het schriftwoord Joh. 20 : 19. Met die woorden begroette de bisschop de gemeente en deze beantwoordde dien groet met een wedergroet. Gedurende de godsdienstoefening wordt die groet vóór de langere gebeden telkens herhaald. In de Roomsche kerk heet dat de salutatio. ln de liturgie der Evangelische kerk in Duitschland komt die begroeting ook voor. [ 24.