is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PELAGIUS EN HET PELAGIANISME

544

ln zijn vaderland en hij kwam in het begin van de 5e eeuw naar Rome, waar hij schreef tegen de leer der erfzonde en 14 boeken met verklaringen van de brieven van Paulus. Hij was een streng asceet, die zich verre had weten te houden van de verleiding der wereld en van in-het-oog-loopende zonden. Zijn levensgeschiedenis is een gansch andere geweest dan die van Augustinus. Van een diep-gaande en bange worsteling tegen de zonde wist hij niet. Uat heeft grooten invloed uitgeoefend op Pelagius beschouwing over de leer van zonde en genade.

Leer. De leer van Pelagius kan in een kort summier aldus samengevat worden. De mensch in sterfelijk door God geschapen. Niet de tijdeUjke maar de eeuwige dood is de straf der zonde. De val van Adam heeft aan het wezen van de menschelijke natuur niets veranderd. Die val heeft ook voor Adams nakomelingen geen nadeelige gevolgen gehad. Erfzonde is er met. Ieder mensch wordt nog geboren, zooals uoa den eersten mensch schiep, d. i. zonder zonde

en zonder aeuga. ue menstii «^''"XX" wil, om de zonde of de deugd te kiezen. De algemeenheid der zonde berust op de macht der verleiding, op het kwade voorbeeld en op de kracht der gewoonte. Er kunnen echter wel zondelooze menschen zijn. De genade Qods helpt den mensch bij het bereiken van zijn bestemming, maar zij is niet absoluut noodzakelijk. De genade bestond daarin, dat Ood den mensch verlicht door de openbaring, hem de zonden vergeeft, hem sterkt tot betrachting van de deugd en hem de belofte schenkt van het eeuwige leven De genade Gods is voor alle menschen, maar de mensch moet zich de genade door het streven naar deugd waardig maken. Christus is tnensch geworden, om door Zijn leer en voorbeeld den mensch aan te moedigen op den weg

der deugd, evenals wij in neiHjnuigci.u^.zijn van Adam, zoo zijn wij in het betrachten der deugd navolgers van Christus.

Dit platte, oppervlakkige stelsel moest bestrijding vinden bij een man als Augustinus.

Geschiedenis. In Rome won Pelagius Coelestius voor zijn leer. Deze sprak zich nog beslister uit tegen de leer der erfzonde dan Pelagius ooit gedaan had. Ondanks hun dwalingen, die zeer groot waren, waren beide mannen in Rome zeer gezien. Dat vond zijn oorzaak daarin, dat beiden zeer strenge asceten waren. ln4U gingen beiden naar Carthago en vandaar reisde Pelagius naar Palestina, maar Coelestius bleef in Carthago en trachtte daar presbyter te worden. Paulinus, een diaken uit Milaan, die juist in Carthago tegenwoordig was, klaagde Coelestius aan en op een provinciale synode te Carthago (411) werd Coelestius veroordeeld. Pelagius, die intusschen m Palestina aangekomen was, sloot zich daar bij Origenes aan, maar Hieronymus stelde zich tegen Pelagius en evenzoo Orosius, een jonge presbyter uit Spanje. Laatstgenoemdeklaagde Pelagius aan, maar een synode te Jeruzalem (415) onder voorzitterschap van Johannes en evenzoo de synode te Diospolis (415), onder voorzitterschap van Euloglus van Cesarea, sprak Pelagius vrjj. Dat vond zijn oorzaak eensdeels daarin, dat ae Oostersche kerk synergistische dwalingen aan¬

hing en dus niet gevoelde, dat Pelagius leer tegen de Heilige Schrift lijnrecht indruischte, maar anderdeels wist Pelagius onder schoonklinkende woorden het gevaarlijke van zijn leer voor de bisschoppen te bedekken.

Maar nu begon Augustinus zich te laten hooren Hij schreef, dat de Oosterschen zich door Pelagius hadden laten bedriegen. Nu vatten de Carthagers den strijd weder op. Twee synoden in het Westen n.1. die van Milaan en Carthago (416) veroordeelden bij vernieuwing Pelagius en zonden hun besluiten naar Rome, waar Innocentius I bisschop was. Deze keurde de besluiten goed. Pelagius zond nu een geloofsbelijdenis naai Rome en Coelestius ging er persoonlijk heen, maar lnnocentius stierf, voordat Coelestius te Rome aangekomen was. De opvolger van lnnocentius, Zosimus, liet zich voor Pelagius leer winnen en sprak hem vrij; maar keizer Honorius vaardigde een edict uit tegen de Peia-

^„„liikoriHH «mak een svnode te

Carthago (416) nog eens de veroordeeling van Pelagius en Coelestius uit (418). Nu koos ook Zosimus tegen hen partij. „ , . . . üfcfe Die de veroordeeling van Pelagius niet wilden onderteekenen (en dat waren 18 bisschoppen) werden afgezet. Daardoor was het Pelagianisme in het Westen gebroken in zijn kracht. De aanhangers van Pelagius trokken nu naar het Oosten en wonnen Nestorius, den patriarch van Constantinopel, voor hun zienswijze, maar dit verhaastte den val van Nestorius. Afar/as Mercator een geleerde leek en vriend van Augustinus, greep Pelagius in strijdschriften aan en wist te bewerken, dat op het derde oecumenische concilie te Efeze (431) Pelagius tegelijk met Nestorius veroordeeld werd. Augustinus had gezegepraald; maar het Pelagianisme bleef voortleven. Het is een leer, die zich aansluit bij de begeerten van

den natuurlijken mensen en umuuu nooit uit. . ... „„ „, ln Gallië vond de leer van Augustinus nog al tegenstand bij de monniken, omdat deze de leer van de onverdienstelijkheid der goede werken gevaarlijk achtten voor de ascese. Ze wilden wei toegeven dat de genade Qods onmisbaar was, maar tegelijkertijd wilden ze den vrijen wil van den mensch handhaven. De genade Gods en de vrije wil des menschen moesten elkander ontmoeten. Aan het hoofd van hen, die dit beweerden, stond Johannes Cassianus(f432), een eerlW» i i ... rhmsnstnmiis. Een van ziin leer¬

lingen n.1. Vincentius Lerinensis leerde, dat catholiek is wat steeds en overal en door allen geloofd wordt. Naar dezen maatstaf gemeten was Augustinus' leer niet catholiek. Zij, die de leer van Cassianus aanhingen, werden Massillianen ot Semi-Pelagianen genoemd. Hun leer kwam in het kort hierop neer: tusschen de algemeene , zondigheid en de zonde van Adam bestaat wel samenhang. De zedelijke kracht van den mensch is door de zonde wel verzwakt maar niet gedood Daarom moet de goddelijke genade den mensch te hulp komen. .

Volgens Augustinus was de mensch door oe zonde dood, volgens Pelagius nog gezond, volgens de Semi-Pelagianen krank.

De leer van het Semi-Pelagianisme werd lang-