is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PREEK -

door de Romeinen in 212 voor Chr. en de rol door den wiskundige Archimedes daarbij gespeeld, of op grond van 4 : 13 en 10:16, waarin men een verwijzing meent te vinden naar de troonsbestijging van den vijfjarigen Egyptischen koning Ptolemaeus V in 204 voor Chr., tot zelfs de tweede eeuw voor Chr. Intusschen is het allerminst zeker dat deze plaatsen inderdaad betrekking hebben op die gebeurtenissen welke men daarmede in verband brengen wil; en bovendien is zóó late dateering niet overeen te brengen met het feit dat de Oud-Testamentische Kanon toch zeker aan het begin van de derde eeuw voor Chr. reeds voltooid was (zie het artikel Oude Testament); en wat met name het boek Prediker zelf aangaat, is met genoegzame zekerheid bewezen dat Jezus Sirach het reeds gekend heeft.

Velen meenen ook de eenheid van het boek in twijfel te moeten trekken. De een houdt het voor een verzameling losse spreuken, een ander meent dat de bladen van het oorspronkelijke handschrift door elkaar zijn geraakt, nog weer anderen denken aan herhaalde omwerking door verschillende handen. Echter moet zeker aan de eenheid worden vastgehouden, al is het niet zoo gemakkelijk die eenheid in den gedacntengang aan te wijzen. Mogelijk is de oplossing te zoeken in de door een enkelen verklaarder aangewezen richting, dat de Prediker telkens onderscheidene problemen opwerpt, en dan een teekening geeft van zijne worsteling om tot oplossing van die problemen te komen. [ 10.

Preek of predicatie komt van het Latijnsche woord praedicatio, hetwelk overeenkomt met het Grieksche woord kèrussein. Hierin ligt naar de oorspronkelijke beteekenis opgesloten, dat het woord door een heraut gebracht wordt in den naam van zijn koning, en dat de boodschap geen geheim is, maar publiek tot het volk wordt gebracht. Om deze reden is het een geschikt woord voor de bediening des Woords in de gemeente van Christus. De prediker brengt het Woord van zijn Vorst, als zijn ambtsdrager, naar zijn opdracht. En daarbij is het Evangelie geen geheimleer, slechts aan een engeh kring van ingewijden bekend, maar een bazuinstoot, die heinde en ver weerklinkt. Omdat in het woord preek het ambtelijk karakter van de bediening des Woords zoo treffelijk uitkomt, moeten we er prijs op stellen het te gebruiken, zijn oorspronkelijke beteekenis weer in het geheugen terugroepen, en onze nomenclatuur niet laten bepalen door hen, die van de waarheid zijn vervreemd en smalend of ironisch, met een sterk negatief sentiment van een „preek" spreken. Het in sommige kringen veel gebruikte woord „leerrede" verkiezen wij niet.

De stof voor de preek moet de dienaar des Woords halen uit de Heilige Schrift. Alle prediking is naar de juiste omschrijving van de Gereformeerden der zeventiende eeuw een eenvoudige populaire verklaring en toepassing van het in de Heilige Schrift geopenbaarde Woord Gods tot de gemeente des Heeren. Dan alleen krijgt de gemeente geestelijke spijs, wordt haar leven gevoed en zal ze groeien. De prediker preeke nooit zichzelf, en putte zijn stof evenmin uit Ene. IV

PRESBYTER 609

het religieuze leven der gemeente. De ervaringen der geloovigen kunnen wel door hem gebruikt worden om de stof van Gods Woord op een goede wijze toe te passen, maar bron der prediking is de geloofservaring niet.

De hoofdinhoud van elke preek moet zijn wat de hoofdinhoud is van heel de Schrift: de raad Gods tot onze zaligheid in Jezus Christus. De prediker komt met een Woord Gods, hij treedt op in naam van den hoogsten Zender, en brengt het Woord, dat een Woord zijns Gods is, voor arme zondaren. Het is een woord van vergeving, van verzoening der zonden door Jezus Christus. De inhoud van de prediking is Evangelie. De preek moet dus, wat haar stof betreft, theologisch en Christocentrischz\\n. Een preek zonder Christus is geen preek.

Over de indeeling der preekstoffen en de formeele behandeling (thema, verdeeling, lichaam van de preek, inleiding en slot, constructie, voordracht, enz.) worden gegevens verstrekt door de homiletiek, de theorie van de bediening des Woords. (Zie Dr T. Hoekstra, Qereformeerde Homiletiek, Wageningen, 1926.) [ 14.

Pregizer (c. g.), (1751—1824) predikant te Tübingen, Grafenberg en Haiterbach. Stelde in zijn prediking de rechtvaardiging alleen uit het geloof zeer eenzijdig op den voorgrond. Wanneer iemand gelooven mag, dat de genade der rechtvaardiging hem bij den doop geschonken en door het heilige avondmaal bevestigd is, moet hij altijd vroolijk zijn: noch zijn zonden noch zijn wederwaardigheden mogen zijn vreugde storen. De noodzakelijkheid der heiliging werd wel dooi Pregizer erkend, maar toch meer op den achtergrond gesteld. Hij kreeg vele aanhangers, vooral in Haiterbacb, waar hij vijf conventikels leidde. Deze aanhangers gingen verder dan hij, verklaarden de heiliging voor onnoodig, en leidden vaak een ergerlijk leven. Na den dood van Pregizer breidde de kring zich in Württemberg belangrijk uit. De Pregizerianen scheidden zich niet formeel van de staatskerk af, maar bezochten de godsdienstoefeningen zelden of nooit. Zij leerden een duizendjarig rijk, de wederherstelling aller dingen enz. [20.

Prelaat, van het Latijnsche: praelatus, titel van geestelijken in de Roomsch-Catholieke kerk, die een bepaald rechtsgebied hebben, waarover zij gesteld zijn, en die deelnemen aan de hoogste kerkregeering, zooals aartsbisschoppen, bisschoppen; ook in sommige Protestantsche landen naam van geestelijken die aan het hoofd van gesaeculariseerde kloosters staan. [ 28.

Presbyter of ouderling. Paulus stelde op zijn reizen overal presbyters aan. Het ontstaan van dit ambt denken wij ons aldus. In de eerste gemeente te Jeruzalem bleven enkele gewoonten, die vroeger onder de Joden geheerscht hadden, bestaan. Zoo o.a. de onderscheiding van ouderen (jtgeafivtsgot) en jongeren (vscózsqoi) Hand. 5:6,10. De ouderen waren zulken, die niet alleen door hun leeftijd boven anderen stonden, maar die Jezus nog gezien en gesproken hadden. Zij bekleedden geen bijzonder ambt, maar genoten een bijzondere plaats door hun kennis en godsvrucht. Uit deze ouderen werden nu door de gemeente mannen gekozen, die opzicht moesten oefenen

39