is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

612

PRESSENSÉ — PRIEM

Sinds 1564 traden deze bezwaarden meer beslist op. Zij noemden zich Puriteinen (Puritans). Hun streven vond gaandeweg meer bijval. Sinds 1567 verlieten velen de staatskerk en vergaderden in particuliere huizen. Ze werden daarom ook Dissenters (Afgescheidenen) genoemd. De eerste gesepareerde gemeente werd in 1572 gesticht door den prediker Field te Wandsworth bij Londen. Deze gemeente wenschte een kerkregeering naar de beginselen van Calvijn. John Knox had in Schotland het presbyteriale Stelsel al ingevoerd aan de hand van zijn Book of discipline. Dit stelsel hield het volgende in : de kerk is daar, waar geloovigen gevonden worden. Deze geloovigen zijn verplicht door instelling der ambten te komen tot institueering van de kerk. Bij Rome en ten deele bij de Lutherschen gold het beginsel: wanneer er een priester is, die het offer kan brengen, of, zooals de Lutherschen zeiden: wanneer er een predikant is, die het Woord en de Sacramenten kan bedienen, dan is er een kerk. Daartegenover stelden de Gereformeerden : eerst moeten er geloovigen zijn. Dan kunnen de ambten ingesteld worden en eerder niet Het presbyteriale stelsel kenmerkte zich door vier zaken. 1°. Het uitgaan van de plaatselijke kerk. 2°. Den eisch, dat deze plaatselijke kerken zich confederatief verbinden in classen, synoden (provinciaal of generaal). 3°. Het op den voorgrond treden van het leeken-element, waardoor de hiërarchie de doodsteek werd gegeven. 4°. De handhaving van de kerkelijke tucht, onafhankelijk van den Staat.

Op grond daarvan ontwikkelde zich nu het geheele presbyteriale systeem. De geloovigen vormen tezamen een koninklijk priesterdom. Zij hebben recht óp de regeering der kerk toe te zien. Deze regeering geschiedt door het pres-> byterium of den kerkeraad. Deze is de eenige besturende macht in de kerk. Een hooger be-i stuur wordt niet erkend. Wel zijn er meerdere vergaderingen, die alleen die zaken mogen afdoen, welke in de mindere niet afgedaan konden worden. De uitspraken van die vergaderingen binden alleen, als en inzoover zij genomen zijn naar het Woord van God. Er is wel eengeesfettjk gezag van classis, provinciale en generale synoden, maar de overheid heeft geen gezag over de kerk. Zij heeft een lus circum sacra, maar geen ius in sacra.

Een van de voorvechters van dit presbyteriale systeem was Thomas Cartwrlght, professor in Cambridge. De aanhangers van dit stelsel werden steeds meer in getal. Na de revolutie onder Karei I hadden de Presbyterianen een oogenblik kans om de macht in handen te krijgen door de zoogenaamde Westminster synode (1643—1647) maar ze werden overvleugeld door de Independenten onder Cromwell (1648). Deze Independenten, waarvan de stichter was Robert Brown, die in 1581 naar Holland ging, leerden 1° dat men niet moet uitgaan van de plaatselijke kerk, maar van congregaties (vandaar ook de naam Congregattonausme) van welke er vele op één plaats konden bestaan; 2° het bestuur der kerk berustte niet bij den kerkeraad, maar bij alle geloovigen tezaam; 3° er bestond geen onderscheid tusschen leer- en regeerouderllngen; 4° er

mochten wel conferenties zijn van de gemeenten, maar geen meerdere vergaderingen met geestelijk gezag; 5°. er bestond geen recht om een confessie, catechismus of liturgisch formulier op te stellen tot verdediging van de waarheid. De Heilige Schrift gold bij hen alleen voor symbool. Dat was de leer der volkssouveretnttett op het terrein der kerk.

Na de restauratie onder de Stuarts (1660) kreeg de bisschoppelijke kerk weder alle macht in handen en de Presbyterianen werden vervolgd. Dit duurde, totdat de acte van tolerantie (1689) verademing bracht. Men ontving vrijheid van godsdienst maar met beperkende bepalingen. Eerst in de 19e eeuw kon er gesproken worden van een presbyteriale kerk.

In ruimeren zin zijn er Presbyterianen overal, waar de kerkregeering der Gereformeerden tot openbaring kwam. (Hongarije, Frankrijk, Nederland, Duitschland, Zwitserland, Afrika). Maar in engeren zin spreekt men van Presbyterianen in Engeland, Ierland, Schotland, Wales, Australië en Noord-Amerika. (Men zie de afzonderlijke artikelen over die landen). [ 24.

Pressensé (Edmond de), 1824, Parijs; f 1891, Parijs. Predikant en politicus, leerling van Vinet, oprichter van de Revue chrétlenne, waarin hij vooral den afstand tusschen de oude orthodoxie en de nieuwere begrippen poogt te overbruggen. Als député en naderhand als sénateur laat hij zich kennen als overtuigd republikein. Hij laat een zeer omvangrijk werk na. Zie Henri Cordey: Edmond de Pressensé et son temps (Parijs, 1915). Zijn vrouw, Mme de Pressensé is de schrijfster van talrijke, eenvoudige maar frissche jongens- en meisjesboeken, waarvan La Maison blanche en Deux ans au Lycée de voornaamste zijn. [ 50.

Preyer (Thierry William), geboren 1841 te Manchester, studeerde in Bonn, Heidelberg, Weenen en Parijs in de physiologie; 1865 privaatdocent in Bonn; 1869—1888 hoogleeraar in de physiologie in Jena; dan privaat-docent in Berlijn tot 1893; overleden 1897 te Wiesbaden. Werken o.a.: Die Blutkrystalle (1871); een tweedeelig werk: Die Blausaure (1870); Ueber die Grenzen der Tonwahrnehmung (1877); Specielle Physiologie des Embryo (1884); Die Erkl&rung des Gedachtenlebens (1886). Bekend werd Preyer vooral door zijn kinderpsychologische studie: Die Seele des Kindes (6e druk 1905). Na zijn dood verscheen: Unser Kuiser und die Schulreform (1900). [ 51.

Priem. In Ex. 21 : 6 en Deut. 15: 17 lezen wij van de handeling die er plaats greep als een slaaf verklaarde dat hij zijn heer en vrouw en kinderen lief had en dus niet als vrij man wilde heengaan. Dan moest dit te kennen gegeven worden aan de goden, de bewindslieden, en de heer, wiens hij blijven wilde, moest hem dan het oor doorboren met een priem, waardoor werd te kennen gegeven dat hij voorgoed aan het huis van zijn heer verbonden blijft en gevoegd wordt bij diens bezit.

De baaiprofeten riepen op Elia's spottend spreken met luider stem tot den baal, en zij sneden zich naar hun gebruik met messen en priemen om van de godheid verhooring af te dwingen. [ 8.