is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSEUDO-CLEMENTINEN - PSEUDO-ISIDORISCHE DECRETALEN

637

geacht de vraag of zij van Joodschen dan wel van Christelijken oorsprong zijn.

Zfl zijn ontstaan in de laatste eeuwen van het Joodsche volksbestaan, en vrucht van de beroeringen, die deze tijden kenmerkten. Zij bedoelen verheerlijking van het Jodendom en de wet, vermaning aan de Joden tot trouw aan Qods wet; in tijden van inzinking en verval geven zij uiting aan de sterk-gespannen Messiaansche apocalyptische verwachtingen.

Daarbij wordt gebruik gemaakt van den naam van één of ander groot man uit den Oud-Testamentischen openbaringstijd, Mozes, Henoch, Jesaja enz.; in den vorm van aan zulk-één geschonken openbaring, als profetie, wordt de historie van eigen tijd beschreven.

De pseudepigrafen zijn zeer verschillend van karakter en vorm.

Er zijn dichterlijke pseudepigrafen, als de Psalmen van Salomo, een bundel van 18 liederen, waarschijnlijk uit den tijd van 63—45 v. Chr, vol van haat tegen de onderdrukkers van het volk, van vermaning tot trouw, van Messiaansche verwachting.

Profetische pseudepigrafen zijn talrijk: het boek Henoch (Aethiopische en Slavische Henoch), van vrij grooten omvang; het doet zich voor als ervaringen, profetieën, openbaringen aan Henoch in het laatst van zijn aardsche leven geschonken; het is uit bestanddeelen van verschillende hand samengesteld, uit de 2e en le eeuw voor Chr.

De hemelvaart van Mozes, een geschrift, waarin Mozes vóór zijn dood aan Jozua het beloop van Israëls geschiedenis heet geopenbaard te hebben. Waarschijnlijk te dateeren begin van onze jaartelling, 44/45.

De Apocalypse van Baruch, Syrisch en Grieksch, uit den eersten Christelijken tijd: als profetie van Baruch, Jeremia's tijdgenoot, wordt een overzicht van de geschiedenis gegeven, en het Messiaansche rijk in uitzicht gesteld.

De z.g.n. 4 Ezra, een apocalyptisch Joodsch geschrift, ontstaan naar aanleiding van den val van Jeruzalem in 70 n. Chr., in de oude kerk meermalen gebruikt en aangenaaid als een „profetie van Ezra".

Testamenten der 12 patriarchen, een JoodschChristelijk geschrift, in den vorm van vermaningen en afscheidswoorden der aartsvaders kort vóór hun dood.

Onder de historische pseudepigrafen verdient vermelding het boek der Jubileën of de z.g.n. Kleine Genesis, uit pl.m. 200—160 v. Chr., zich voordoende als aan Mozes geschonken openbaringen tijdens de 40 dagen van zijn vertoeven op den Sinaï.

Verder nog verscheiden andere, als het martelaarschap van Jesaja enz.

In Duitsche vertaling zijn de pseudepigrafen uitgegeven door Kautzsch, Apokryphen und Pseudepigrafen des Alten Testaments, de NieuwTestamentische apocriefen door Hennecke, Neutestamentliche Apokryphen. [ 27.

Pseudo-Clementïnen is de naam van een verzameling van geschriften, die zich voordoen als afkomstig van Clemens van Rome en diens leven beschrijven. Zij bestaan uit de z.g.n. Recognitiones, die niet meer in het oorspronke¬

lijke, het Grieksch, bekend zijn, maar in een Latijnsche vertaling en een Syrische bewerking; verder uit 20 homilieën, waaraan twee brieven voorafgaan, van Petrus en van Clemens aan Jacobus, eindelijk 2 uittreksels, waarin de inhoud der homilieën wordt samengevat, en verhaald wordt van Clemens' werkzaamheid te Rome en zijn marteldood.

Clemens wordt in de pseudo-Clementinen voorgesteld als op reis met Petrus in het Oosten, als getuige van Petrus' strijd met Simon Magus en door Petrus onderricht.

Ten grondslag aan het geheel ligt een geschrift, dat afkomstig is uit de kringen der Elkesaïeten, doch ten deele van deze sekte afweek; de schrijver beveelt een religie aan, die Jodendom, Christendom en Grieksche filosofie in een hoogere eenheid tracht te omvatten.

Hij tracht zijn leeringen te dekken met den naam en het gezag van Petrus en met beroep op Jacobus.

Polemiek tegen het Paulinisme en de leer van de vrijheid van de wet is er in dit JoodschChristelijk geschrift, dat in de eerste tientallen jaren van de 2e eeuw te Caesarea zal ontstaan zijn, en later is uitgebreid en omgewerkt tot de „pseudo-Clementinen", die men kan noemen een soort religieuzen roman, met Clemens van Rome als hoofdfi guur, en in zijn tegenwoordigen vorm afkomstig uit de tweede helft der derde eeuw. [ 27.

Pseudo-Isldorlsche decretalen. Paus Nicolaas I (858—867) was een zeer krachtige figuur. Hij is de grootste paus geweest van het tijdperk, dat ligt tusschen Gregorius I en Gregorius VII. Nicolaas was een man met een scherpen blik, een koenen geest en eenonbuigzamen wil. Hij wilde den invloed van den pauselijken stoel versterken. Daartoe maakte hij gebruik van de Pseudo-Isidorische decretalen. Onder den naam van den door duizenden geeerden bisschop van Sevilla Isidorus (f 637) was in de 9e eeuw een geschrift in het licht gegeven, dat deels echte en deels onechte decretalen bevatte. De onechte decretalen zijn niet verzonnen, maar ze zijn met het oog op de uitbreiding van de pauselijke macht uit de toenmalige theologische en kerkrechterlijke litteratuur met groote behendigheid samengesteld. De hoofdinhoud dezer decretalen was de volgende: boven het Imperium staat het sacerdottum d. w. z. boven de macht van den vorst staat de macht van den priester. De priesterlijke macht heeft haar culminatiepunt in den Roomschen stoel. De bisschoppen staan in betrekking tot den paus als de apostelen stonden tot Petrus. De metropolitaan is slechts de eerste onder zijns gelijken „primus inter pares". Tusschen den paus en de bisschoppen staan de patriarchen, dat zijn die metropolitanen, die zich bevinden in de door de apostelen en'hun opvolgers aangewezen plaatsen of in plaatsen, die later gekozen zijn in landen, waar de kerk zich heeft uitgebreid. Provinciale synoden mogen slechts gehouden worden met toestemming van den paus. De besluiten van zulke synoden behoeven de bekrachtiging van den paus. Alle klachten tegen bisschoppen behooren onmiddellijk ter kennis van den paus gebracht te worden. Geen geeste-