is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REFORMATIE — REFORMJODENDOM

697

bewustzijn om, komen in ons lichaam niet alleen bewegingen, maar ook de afscheiding van vele klieren tot stand. Als er een vuiltje in ons oog komt, dan begint dit te tranen, de traanklier begint te werken om het vreemde voorwerp weg te spoelen.

Ook de afscheiding van allerlei verteringssappen in ons spijsverteringsstelsel komtreflectoor tot stand, zoo bv. van het speeksel en het maagsap; deze reflexen zijn echter wel zeer nuttig, maar dienen niet ter beveiliging. Als we voedsel in den mond nemen, begint direct de speekselafscheiding; zelfs begint dan ook al de afscheiding van het maagsap. En hoe aangenamer de smaakzenuwen in onzen mond geprikkeld worden, des te sterker heeft die afscheiding plaats. Alle reflexen wijzen dus op een zeer doelmatige organisatie in ons lichaam. [ 38.

Reformatie (De). In de tweede helft van 1836 begon het tijdschrift De Reformatie te vaschijnen. Volgens besluit van de eerste Synode der Afgescheidene Gemeenten waren de predikanten Scholte, De Cock en Brummelkamp als commissie van redactie benoemd. De praktijk kwam echter hierop neer, dat men van den aanvang af alles aan Scholte overliet. In plaats van een tijdschrift der Christelijke Gereformeerde Kerk, werd het almeer een tijdschrift voor die Kerk. De redactie werd gevormd door H. P. Scholte, Mr A. M. C. van Hall en J. A. Wormser. Van dit tijdschrift verschenen: 1° 8 deelen (1837—1840, vier jaargangen) bij H. Höveker te Amsterdam; 2° 8 deelen Vervolg (1841—1845, dat is December 1844 vier jaargangen); 3° 3 deelen 3e Serie (1845—1847, jaarlijks een deel; de onder 2° en 3° genoemde bij Hoogkamer <£ Co. te Amsterdam. De ondertitel luidde toen: „tijdschrift ter bevordering van Gods Koningrijk ia Nederland". Welke opstellen Van Hall geleverd heeft, is moeilijk meer na te gaan. Van Wormser zijn in de jaargangen 1837—1840 aan te wijzen 39 opstellen, behalve verscheidene boekbeoordeelingen en kleine berichten, namelijk die van de vervolgingen in Amsterdam. De overige stukken, voorzoover ze niet onderteekend en dus van leden der Redactie afkomstig zijn, werden waarschijnlijk alle door Scholte geleverd. Onder de weinige stukken, die Scholte onderteekend in het tijdschrift plaatste, zijn er twee, die hem door niet weinigen zeer euvel geduid werden, n.1. twee artikelen over het z.g. ambtsgewaad der predikanten. De Synode van 1840 sprak officiëel haar afkeuring uit over den geest en de strekking van het tijdschrift; een afkeuring, waarop door ouderling C. G. de Moen weer critiek werd geleverd. Voor de historie der Afscheiding blijft De Reformatie een der voornaamste bronnen. [ 30.

Reformjodendom, ook wel liberaal Jodendom genoemd, is eene richting onder de Joden, die is opgekomen in de 18e eeuw in WestEuropa, onder invloed van de in het Jodendom indringende naturalistische en deïstische begrippen der niet-Joodsche cultuur, en bevorderd is door de emancipatie der Joden in de 18e en 19e eeuw.

Mozes Mendelssohn vooral is het geweest, die de toenadering van het Jodendom tot de cul¬

tuur tot stand bracht en daardoor de reformbeweging onder de Joden voorbereidde.

Het Reformjodendom is meer als eene deformatie, dan als een reformatie van het traditioneele Jodendom te beschouwen.

Het Reformjodendom heeft bewust gebroken met het historische Jodendom.

Israël werd verklaard voor den knecht des Heeren, die aan 't eind der tijden tot den Messias der volken zou worden.

De Messias is, op Reformstandpunt, feitelijk Israël zelf.

Israël had eene zending te vervullen onder de volken, n.1. de verkondiging van het monotheïsme. Het nationale van Israël's godsdienst en volk werd door de Reformjoden op den achtergrond gedrongen.

Men geloofde, door assimilatie aan de volken, met welke men door de emancipatie gelijke rechten kreeg, en onder welke men zijne zending verrichtte, eindelijk den Messiaanschen tijd te zullen verwerven.

De verbanning van Israël werd niet als een straf beschouwd, maar juist als een middel, om zijn geestelijke krachten te ontplooien.

Onder de Reformjoden zijn nog twee richtingen op te merken; de radicale, gepropageerd door Samuël Holdheim (1806—1860) en de opportunistische, waarvan Abraham Geiger (1810— 1874) de voornaamste woordvoerder was.

Volgens de radicale richting moest de Jood alle specifiek-Joodsche Thora-wetten laten varen en opgaan in de volksgemeenschap, waartoe hij toevallig geografisch behoort.

De opportunistische richting gaat niet zoo ver. Zij wil de historie van Israël haar rechten laten behouden, voorzoover het historisch-gewordene althans nog leeft in de volksziel.

In de leer staan de Reformjoden ver af van de orthodoxe Joden. Wel erkennen zij den „eenigeenen God", maar of deze de Schepper, dan wel de Oorzaak der materieele wereld is, wordt in 't midden gelaten.

Van Openbaring willen zij niet weten. Evolutie is hun wachtwoord, 't Wonder wordt geloochend. De bijzondere roeping door God van Abraham wordt niet erkend. De besnijdenis achten zij niet noodzakelijk. Zij stellen de Profeten vóór de Wet, doordat zij critisch staan tegenover de Schrift.

In een persoonlijken Messias gelooven zij niet, maar het ideaal van 't Jodendom is de Messiasidee. Vandaar, dat de gebeden om de komst van den Messias uit 't gebedenboek geschrapt zijn.

De leer der onsterfelijkheid aanvaarden zij, maar 't geloof in de lichamelijke opstanding geven zij prijs.

In de praktijk van den eeredienst heeft het Reformjodendom allerlei overgenomen van de Christelijke kerken. In de Reform-synagogen worden de Wet en de Profeten niet in 't Hebreeuwsch, maar in de landstaal gelezen.

De gebeden worden uitgesproken in de landstaal. De strenge afscheiding van mannen en vrouwen in de synagogen werd opgeheven.

Bij den synagoge-dienst werden gemengd koor en orgel ingevoerd.

Ook werden plechtige confirmatie van meisjes