is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

708

REIZEN

meest op kerkhistorisch gebied. Van 1892 tot 1899 gaf hij met Dr S. D. van Veen de Acta der particuliere en provinciale Synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572—1620, in het licht. In 1893 verscheen zijn Geschiedenis van de Hervorming en de Hervormde kerk der Nederlanden. De verdeeling is geleidelijk, de voorstelling klaar, de aanteekeningen zijn bevattelijk en beknopt. Dit handboek spreekt echter krenkend over de Afscheiding en de Doleantie. Na Reitsma's dood verscheen een derde druk, 1916, aanvankelijk bewerkt door Dr L. A. van Langeraad, na diens dood voortgezet door Prof. j. Lindeboom. [ 30.

Reizen. De lust tot het reizen wortelt in onze aangeboren neigingen. En wel in die neiging, welke den mensch drijft, om te willen zien het land achter onzen horizont, te aanschouwen de velden aan de andere zijde van den gezichtseinder. Deze zucht uit zich reeds bij de kinderen. Levendig teekent ons Frederik van Eeden dit verlangen van den Kleinen Johannes. „Daar was een groot water, een vijver, waar witte waterleliën dreven en het riet lange fluisterende gesprekken hield met den wind. Aan de overzijde lagen de duinen. Hij dacht.... wat daar wel achter zou zijn en hoe heerlijk het zou zijn, daarheen te vliegen. Als de zon juist was ondergegaan, stapelden de wolken dan zoo opéén, dat ze den ingang van een grot schenen te vormen en in de diepte van die grot schitterde het dan van zachtrood licht. Dat was wat Johannes verlangde. Kon ik daarheen vliegen! dacht hij dan. Wat zou daarachter wel zijn? Zou ik daar eenmaal, eenmaal kunnen komen ?"

Dat verlangen is ook levendig bij natuurvolken. Zoo wordt dit door Pater Vertenten beschreven van de Marindanem, een volk in ZuidNieuw Guinee. Bij deze stammen worden gehouden de gevreesde sneltochten. „De jongeren, die nog nooit meegingen vooral, branden van verlangen om mee te gaan, benijden hen, die mee mogen. En zij, die reeds op sneltocht togen, verlangen al even hard die plaatsen weer te zien."

Deze aangeboren neiging is een gemeengoed van alle volken, zij het dan ook in verschillenden graad. Wanneer zij het begeervermogen overheerscht, wordt zij een zucht ten kwade; dan voert zij tot de onrust van den bohémien; dan leidt zij tot ongebreidelde zwerfzucht van lagere jagersvolken.

Maar — anderzijds is deze neiging van groote beteekenis voor de ontwikkeling der menschheid. Zij is mede oorzaak van de verspreiding van het menschdom over den aardbodem; zij heeft telkens nieuwe verschieten geopend. Die neiging deed de conquistadores trekken naar de nieuwe wereld; die zucht is een sterke kracht geweest in de ontdekkingstochten.

De inlevende zucht, welke ons doet verlangen naar de velden buiten onzen horizont, is aanvankelijk onbewust en niet op een bepaald object gericht; maar zij wordt tot een begeerte, als zij door een min of meer duidelijke voorstelling in een bepaalde richting wordt geleid. Zoo heeft reeds van de eerste eeuwen af bij de Christenen geleefd het verlangen te bezoeken de oorden met gewijde herinneringen in het Heilige Land.

Het verlangen naar het hemelsche Jeruzalem openbaarde zich in de begeerte om het oude Jeruzalem te aanschouwen. Scharen van pelgrims togen naar het Heilige Land en nog heden zijn de geschriften dier bedevaartsgangers belangrijk (overzichtelijk in A. Baumstarck, Abendldndische Paldsttnapllger des ersten Jahrtausends und ihre Berichte). Merkwaardig is, dat men er vaak reisde in gezelschappen. Zoo is een oorkonde bekend van de stad Triest in 1525 waarbij aan de pelgrimscharen, die per schip reisden bijzondere faciliteiten werden verleend. (Werner Sombart, Der moderne Kapitallsmus 11, bl. 256).

Het reizen kon eerst meer algemeen worden, toen de communicatie-middelen verbeterden. De geringe toegankelijkheid der Alpenlanden verhinderde de Romeinen te genieten van de schoonheid dier bergen. De beroemde natuurkenner Alexander von Humboldt wijst daarop, als hij ons meedeelt: „Van de altijd durende sneeuw der Alpen, wanneer zij zich des avonds of des morgens vroeg met een rooden tint vertoont, van de schoonheid van het blauwe gletscherijs, van de grootsche natuur van het Zwitsersche landschap is geen beschrijving tot ons gekomen; en toch gingen onafgebroken staatsmannen, legerhoofden, en in hun gevolg geletterden, door Helvetië naar fiallië. Alle deze reizenden weten

slechts over de onbegaanbare en afschuwelijke I bergen te klagen." Eeuwenlang bleef de toestand der wegen slecht; men kan zich daaruit over- tl tuigen in tal van verhandelingen, die leeren „hoe I men vroeger reisde". Zelfs in de nieuwe ge- I schiedenis bleef de toestand droevig. Duidelijk 1 worden de moeilijkheden van het reizen, de ] slechte staat der wegen, de gebrekkige middelen ] van vervoer in den tijd van den Engelschen I koning Karei II geteekend door Macauley.

Ondanks de gebrekkige toestand der communi- 1 catie-middelen was het reizen geliefd. Het be- I hoorde bijv. tot de goede opvoeding van de I Hollanders in de 17e eeuw een reis naar Italië I te maken, zooals bijv. P. C. Hooft deed. Maar de reizen in vroeger dagen verschillen van den ] tegenwoorden tijd in verschillende opzichten. Ten eerste werd minder snel gereisd; men moest j er den tijd voor over hebben. Een reis van den bekenden predikant Trommius door Europa nam eenige jaren in beslag. Maar de reis won er door aan gemoedelijkheid en vergde meer moed en durf dan thans. Leerrijk zijn in dezen de reislessen van Jacob Cats.

Ook beperkte zich de reis tot kleinere gebieden, tenminste voor den gemiddelden reiziger. Nog in 1808 beroemt Jacob Geel in zijn Nut van het Reizen er zich op, dat hij tot aan Saksen toe is geweest I Wie tot den Harz kwam, kon voor bereisd doorgaan!

Evenwel, de techniek van het verkeer, de verbetering van de wegen, de ongekende snelheid der vervoermiddelen maakt het reizen mogelijk I door meerdere personen en over grootere gebieden. Nederlandsche Reisvereenigingen vervoeren de groepen niet alleen over Europa, van Noorwegen tot Italië, maar ook buiten ons werelddeel in Amerika, Afrika, Azië. Nuttig werk in onze kringen heeft de Nederlandsche 1 Christelijke Reisvereeniging (zie aldaar) verricht.