is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RITTELMEYER — RITTER

747

een hoogere openbaring ondenkbaar is. Aanzijn Persoon is de vergeving der zonden gebonden. De Godheid van Christus is een waardeeringsoordeel, waarin de gemeente vertolkt, dat Christus wegens hetgeen Hij voor ons heil heeft gedaan en geleden onze Heer is en dat Hij Goddelijke eer waardig is, omdat Hij de kracht bezit ons heil te bevorderen. — De leer der erfzonde moet verworpen. Als zij met de werkelijkheid overeenkwam, zouden we niet verantwoordelijk zijn voor onze zondige daden, aangezien we ze dan moeten doen. — Deleden van de Christelijke gemeente weten, dat ze geroepen zijn het Koninkrijk Gods op aarde te realiseeren maar bij de vervulling dezer roeping treedt de zonde in en daarmee het besef van scheiding van God. Deze smartelijke ervaring wordt vervangen door de verzekerdheid der schuldvergeving, welke God schenkt als we Hem onze zonden belijden en Hem om vergeving smeeken. De zondevergeving valt dan ook saam met de rechtvaardiging. De rechtvaardiging en de verzoening openbaren zich in den vrede bij God. Maar de verzoening verschilt hierin van de rechtvaardiging, dat in verzoening (niei God maar de mensch moet verzoend) de gedachte ligt, dat de mensch door het voorbeeld van Christus na te volgen medewerkt aan zijn herstelling in de gemeenschap met God. Kwalitatief zijn de leden der gemeente nu reeds volmaakt, omdat ze getrouw begeeren te zijn in de vervulling hunner roeping het Godsrijk te realiseeren. Kwantitatief zijn ze echter op aarde nog onvolmaakt. Hiernamaals valt deze onvolmaaktheid weg. Eenmaal zal het Godsrijk voltooid en de aarde het tooneel der Christusregeering zijn. Het ongeloovig deel der menschheid zal verdoemd worden maar we weten niet of dat beteekent algeheele vernietiging of eeuwig lijden. Uit dit overzicht blijkt wel, hoever Ritschl. van Luther afweek. [25.

RJttelmeyer (Fr.), Duitsch theoloog, geboren 1872 te Dillingen, werd in 1895 „Stadtvicar"te Würzburg, in 1902 predikant te Nürnberg. Hij publiceerde onderscheidene geschriften, o.m. over Nietzsche, Tolstoi, Buddha, Jezus. In 1909 begon hij uit te geven het tijdschrift Christentum u. Gegenwart. Hij werd medearbeider van den anthroposoof Rud. Steiner (zie het art.) ; hij schreef overhem: Vom LebenswerkRudolfSteiners. Etne Hoffnung neuer Kultur (1921; 1922a). Sedert de oprichting er van, in 1922, is hij de ziel (de „Erzoberlenker", aartsopperbestuurder, gelijk R.G.G.2 I Sp. 1526 hem eigenaardig noemt) van de dusgenaamde Christengemeinschaft, vereenigingen van menschen die een zeer onderscheiden beroep uitoefenen in 't maatschappelijk leven, en in een 25 steden tegelijkertijd hunne werkzaamheden aanvingen. Officiéél maken de leden zich niet los van de kerk. Maar inderdaad staan ze er door het houden van gelijktijdige godsdienstoefeningen en vele andere handelingen, lijnrecht tegenover, zoodat we in deze Gemeinschaft met een sectarische organisatie te doen hebben (met Stuttgart tot centraalpunt). De wereldbeschouwing dezer lieden is de anthroposophische; men verwerpt vrijwel alle oude „vormen" waarin het Christen¬

dom zich tot nog toe openbaarde en beproeft aan het Christendom te geven een nieuwen „levenden" inhoud; men zoekt het, in scherpe critiek op de historische theologie en religie, en in sterke reaciie daartegen, met een bijeengaren van trekken uit de onderscheidene stelsels van secten, theologen en philosophen, in het aannemen van een metaphysisch-kosmisch aarde- en wereldproces. Indien deze Gemeinschaft „christelijker" schijnt dan de anthroposophie als zoodanig ligt dit alleen hieraan dat oude termen worden bijgehouden, die evenwel hier een anderen inhoud ontvangen (kosmische philosophie: de aarde het lichaam van Christus: „Christus aller Erde" enz.; identificeering van Christus en Helios, de zon; naturaliseering der religie, nomisme). De preek moet volgens Rittelmeyer niet alleen stichten maar ook boeien; den hoorder möet suggestief de Christusgeest worden ingegoten. En daartoe nu acht hij noodig dat het woord van de preek onderstreept wordt door en gemateraliseerd wordt in de daad van den cultus, die zich nauw moet aansluiten bij de natuur. Uit de natuur dringt men door in den geest. Wanneer hij dan ook zijn „Christengemeinschaft" een genootschap voor „Tatchristentum" noemt, dan doelt hij veel meer op het cultische dan op de zedelijke daad (vertaling meer doe- dan daadchristendom, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 26 Maart 1926 O. Bl. A, vgl. ib. 9 Januari 1926 A. Bl. C). in zijn cultus zijn de zeven sacramenten in eere hersteld. De Kerkelijke Pers vreest een teruggevoerd worden tot Rome. Rittelmeyer heeft er echter een eigene opvatting over: de weg tot de onverbrekelijke vereeniging met God (monistisch gedacht als Natuur-Geest) wordt in de sacramenten aanschouwelijk voorgesteld. Vgl.: F. Rittelmeyer u. E. Bock: Zur religiösen Erneuerung, 1922 enz. [ 41.

Bitter. I. Karl Ritter(lTl9—1859), sinds 1820 professor te Berlijn, tijdgenoot en vriend van Alexander von Humboldt, is een van de grootste aardrijkskundigen geweest. Zeer omvangrijk zijn de werken van dezen geograaf; het voornaamste \swe\:DieErdkundeim Verhültnisz zur Natur und Geschichte des Menschen (een werk in 19deelen; vele daarvan meer dan 1000 bladzijden dikl).

De verdiensten van Karl Ritter zijn geweest:

1. Het werk van Karl Ritter moet beschouwd worden in de lijst van zijn tijd. Dan komt duidelijk uit, hoe hij de geografie heeft losgemaakt uit de encyclopaedische verzameling van toevallige bijzonderheden.

2. Methodisch heeft Karl Ritter de verdienste van nauwkeurig aangeven der bewijsplaatsen uit de bronnen; de verwerking der gegevens uit tallooze geschriften; de zorgvuldige critiek op de bronnen.

Evenwel voeren rhetorische bespiegelingen hem soms tot niet-bewijsbare uitspraken. Deze komen meer voor in filosofische beschouwingen dan in zijn Erdkunde.

3. Buiten dien staat Ritter's werk boven compilatie, door de filosofische behandeling, door te wijzen op de oorzakelijke betrekking tusschen mensch en bodem. In verband daarmee tracht hij de historische feiten te verklaren uit geografische omstandigheden.