is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

760

ROMANTIEK

volkstaal (de naam is waarschijnlijk afgeleid van 't Fransche woord, dat beteekent: verhaal in het Romaansch, d. i. in de volkstaal, in tegenstelling met het Latijn, de taal der geleerden) en als verhaal voor het volk bleef hij nog lang ondergeschikt aan de poëzie, die het monopolie had van literaire kunst. Nog in de 17e eeuw stond de roman zoodanig aangeschreven, al was hij ook, in zijn verschillende openbaringen van Amadis-, schelmen-, herdersromans veelvuldig genoeg. Eerst in de 18e eeuw, mede door buitenlandschen invloed, kwam hij meer in aanzien (Wolff-Deken), maar zijn plaats in de literatuur verwierf hij eigenlijk pas in de 19e eeuw, toen hij als „historische" roman een der hoofdvormen werd van de Nederlandsche romantiek (Drost, v. Lennep, Mevr. Bosboom, Oltmans, Schimmel, Lod. Mulder). De erkenning van het •proza als kunstvorm (Jacob Geel) werkte daartoe mede. Toen, vooral in de productie van Jac. v. Lennep, openbaarde zich ook de eigenschap, die karakteristiek is voor den roman: het fantasieelement. En in de nieuwere literatuur, na 1880 dus, is hij een van de voornaamste kunstvormen geworden. In de moderne letterkunde neemt de roman zelfs de eerste plaats in.

Deze positie dankt hij aan zijn karakter, dat geheel aansluit bij de nieuwere opvattingen van literaire kunst. Doordat hij groote, tegenwoordig zelfs schier onbeperkte, vrijheid laat aan de fantasie, biedt hij den schrijvers de mogelijkheid, zich geheel naar den individualiteits-eisch der nieuwere kunst uit te leven en zijn geschiktheid voor beschrijving en analyse geeft aan de moderne behoefte tot expressie en zielkundige ontleding alle ruimte. Bij het vermeerderd streven naar woordkunst liet bovendien zijn ongebondenheid van vorm den woordkunstenaars vrij spel (Querido). Zoo werd meer en meer de roman de alle-behoeften-vervullende kunstvorm van den nieuweren tijd. En met'dien groei in artistieke waardij steeg ook zijn Invloed, zoo, dat de roman geworden is de leider, de profeet, de trooster van het moderne geslacht. Want door zijn literaire qualiteiten, zijn rijkdom van woordklank en stijlkleur, zijn vaak verrassende fijnheid van visie en conceptie, oefende hij groote bekoring op ieder, die gevoelig is voor literair schoon. En door zijn inhoud veroverde hij gaandeweg de harten der menschen: immers, door zijn vezelfijne ontleding van de menschenziel deed en doet hij zien al de invloeden van het moderne leven op den modernen mensch; in de uitbeelding van het zoeken en worstelen, het begeeren en idealiseeren van anderen, gaf en geeft hij gestalte aan wat er leeft in het hart der lezers en vooral, door zijn fascineerend vermogen bracht en brengt hij in een ongekende wereld, waar droomen werkelijkheden zijn en nooit aanschouwde verhoudingen eigen omgeving van den lezer worden. De moderne roman heeft den mensch tot subject en tot object; hij doet zien in de wijdte en in de diepte, hij handelt over het gewone en het nooit-vermoede. Ddarom is hij de groote veroveraar van het moderne denken, en ligt de moderne mensch gevangen onder zijn greep. Maar daarom ook is de moderne romanin-'t-algemeen een gevaar, wanneer men hem

ziet in het licht der christelijke levensovertuiging.

Naar de ontwikkeling der nieuwere literatuur onderscheiden we verschillende phasen in de moderne romankunst. De richting van het naturalisme, die ontstond onder Franschen invloed (Zola) gaf het aanzijn aan den naturalistischen roman (Van Deyssel, Van Looy, Couperus, Ary Prins, Netscher, Frans Coenen). Bij den „dood" van het naturalisme ontwikkelden zich de realisme-roman (Querido, Heyermans, De Meester), die soms ontaardde tot realistische roman, en de symbolische roman (Van Eeden, Metz—Koning). Vooral de realisme-roman, die zich richt opuitbeelding der werkelijkheid en die de verhoudingen der realiteit teekent in de ontleding van haar invloed op den mensch, is zeer veelvuldig. Ina Boudier—Bakker, Aug. de Wit, Herm. . Robbers, C. en M. Scharten—Antink, Top Naeff, Carry van Bruggen, Annie Salomons, A. van Goch—Kaulbach, Eigenhuis, Herman de Man, Attie Nieboer e.a., schrijvers allen van realismeromans, schiepen ieder voor zich een min of meer eigen genre. Het toenemend individualisme maakt gaandeweg den modernen roman tot een geheel persoonlijke uiting (J. W. de Boer, Julia Frank), zoodat classificatie naar literaire richting steeds minder mogelijk wordt en men naar den inhoud onderscheiden moet. Naar deze verdeeling zijn de nieuwste romans in hoofzaak van vier soorten: huwelijks-, emancipatie-, opvoedingsen religieuze probleemromans. [ 45.

Romantiek (De). Onder den eenigszins vagen term van „romantiek" worden gewoonlijk samengevat de nieuwe geestesstroomingen, die zich in het begin der 19e eeuw allerwege openbaren. In de literatuur, die dat geestesleven spiegelt, is de romantiek de richting van het midden der 19e eeuw, maar de beweging alszoodanig dateert reeds van veel vroeger tijd, uit de latere jaren der 18e eeuw. Dan begint zich over geheel het terrein van het geestelijk en maatschappelijk leven reactie te vertoonen. Het classicisme, dat in zijn modelleering naar Franschen snit de geheele 18e eeuw heeft beheerscht (Fransch-classicisme) is in formalisme en conventie-navolging ontaard; het nationalisme met zijn verstandsdwingelandij, heeft alle gevoelsleven gefnuikt; het verlicht-despotisme, dat in het staatkundige toepassing heette van verlichte denkbeelden, is op een mislukking uitgeloopen; het maatschappelijk leven toont, bij toetsing van de verhoudingen aan wat gepredikt is over de rechten van den mensch, de grootste misstanden. Dat alles wekt behoefte aan verandering en de reactionaire gevoelens die dan gaan opwaken noemt men „romantische" gevoelens. Uiteraard is dat romantische dus zeer gecompliceerd. Maar het element dat bij alle verscheidenheid drijfkracht is van elke uiting, is de begeerte naar vrijheid, naar het tegenovergestelde van wat bestaat. Tegenover de verstandelijkheid van het rationalisme stelt men het gevoel, tegenover de critiek-dwang der rede het ongebondene der vrije gedachte, tegenover het oppervlakkig-tevredene van de verlichte levensbeschouwing den donkeren, tragischen schaduwkant van het leven, tegenover den nuchteren werkelijkheidszin het fantastische,