is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

778 ROSEQOER

Bijzonder karakteristiek is een gebed, dat naar de beginwoorden Abinoe Malkenoe (onze Vader, onze Koning) wordt genoemd, en waarin o. m. gebeden wordt om een gelukkig jaar, redding van vijanden, bewaring voor oorlog, ziekte en hongersnood, genezing van kranken, vergeving van zonden, inschrijving in :t boek des levens, het verschijnen van den Messias, en 't begin van den heilstijd.

Uit de wet wordt gelezen Num. 29:1—6, dat over de Nieuwjaarsofferande handelt, en uit de Profeten Jer. 31 : 2—30, dat de belofte der uiteindelijke verlossing Israëls bevat.

Dan leest men ook nog Schriftgedeelten, in verband met allerlei zaken, die men aan den lsten Tischri vastkoppelt. Deze dag toch zou de geboortedag van Izak en Samuël, en de dag der offerande van Izak zijn. Daarom leest- men Gen. 21 en 22 en 1 Sam. 1 : 1—2 : 10. —

Bij de rechte viering van den Nieuwjaarsdag behoort ook nog op den len dag de z.g.n. „Taschlik".

Mannen, vrouwen en kinderen gaan naar een water buiten de woonplaats, liefst stroomend water, waarin visschen zijn. Men spreekt hier eenige Schriftwoorden uit, inzonderheid Micha 7 : 19, dat met 't woord „Taschlik" (Gij werpt of Gij zult werpen) aan de geheele ceremonie haar naam gegeven heeft.

Tijdens 't uitspreken schudt men zijn kleêren, alsof men iets daaruit in 't water zou werpen.

't Is moeilijk aan te nemen, dat men op deze, wijze zijn zonden zou willen afschudden.

Zeer waarschijnlijk hangt dit gebruik samen met 't oude bijgeloof, dat men zich op deze wijze zou kunnen ontdoen van de onreine geesten, die zich gaarne aan den mensch vasthechten, om hem naar ziel en lichaam te schaden. [ 49.

Rosegger (Peter), in zijn vroegere werken P. K., Petri Kettenfeier, genoemd, was een Oostenrijksch schrijver, geboren 31 Juli 1843 te Alpl (Opperstiermarken), overleden 1918. In zijn jeugd kleermaker, werd hij in 1865 in de gelegenheid gesteld de handelsacademie te Graz te bezoeken,' waar hij studeerde tot 1869. Hij vestigde zich daarna te Graz, en gaf sints 1876 het maandschrift Der Heimgarten uit; hij ging om met Robert Hamerling, die grooten invloed op hem oefende. Hij schreef vele gedichten en prozastukken. Deze laatste zijn over 't algemeen korte vertellingen, kleine schetsen waarin hij meester was. De beste van zijn romans zijn: Jacob der Letste en : Der Waldschulmeister. [ 28.

Rosetta (Steen van). Onder „Steen van Rosetta" verstaan we den tafel van zwart graniet, dien de Fransche officier Bouchard in Augustus 1799 vond, toen deze in het oude fort van Rasjied, nu fort Julius, op 7.5 K.M. ten Noord-Westen van Rosette aan den Westelijken Nijlmond door zijn soldaten grondwerken ter bevestiging zijner positie liet verrichten.

De steen, die onmiddellijk de aandacht trok van de geleerden, die den jongen Bonaparte naar Egypte hadden begeleid, was beschreven met drie inschriften. Het bovenste was in het lang bekende maar destijds nog altijd niet ontcijferde hiërogliefen-schrift. Het middelste in een korter cursief-schrift, dat evenmin leesbaar

— ROSETTI

was. Het derde eindelijk was in Grieksch schrift. Dit inschrift, dat bijna ongeschonden was en uit 54 regels bestond, deelde ons mede hoe de Egyptische priesterschap in den jare 196 v. Chr. besloten had om den jeugdigen koning Ptolemeus V Epifanes (205—181 v. Chr.) te danken voor de vele weldaden, het land en vooral den tempels bewezen, en te bevelen om aan hem en zijn beelden, welke naast die der hoofdgodheid in alle tempels van den eersten, tweeden en derden rang moesten worden opgericht, allerlei goddelijke eer te bewijzen.

Onmiddellijk begreep men, dat de beide andere inschriften ongeveer eenzelfden tekst moesten inhouden en dat men hier den sleutel in handen gekregen had voor de ontcijfering van het Egyptische schrift

Reeds in 1802 begonnen Selvestre de Socy en Akerblad met de bestudeering van het middelste inschrift van 32 regels, dat men eerst „Syrisch" hield. Eerst aan de krachtsinspanning van den genialen Franschman Frangois Champollion hebben we het te danken, dat we sinds» 1822 weten, dat we hier staan voor het demotische schrift d.i. het Egyptische volksschrift van den laatsten tijd, dat van de 8ste tot de 4de eeuw v. Chr. zijn wordingsperiode heeft doorgemaakt en eenerzijds meer rekening hield met de eischen van het dagelijksche leven en anderzijds met de voortschrijdende verwording der Egyptische taal, zoodat het dan ook steeds meer de schriftvorm werd van het dèmos, het volk.

Ook het bovenste inschrift, waarvan echter slechts 14 regels tot ons zijn gekomen, werd door Champollion in studie genomen, die bij zijn vroegtijdigen dood in 1832 reeds in staat was een volledige Egyptische spraakkunst en woordenlijst in handschrift na te laten. Zoo is de steen van Rosetta van onschatbare waarde geworden voor de hervinding der Egyptische taal en schriftvormen.

De steen is in 1861 na de Capitulatie van' Alexandrië met alle Egyptische oudheden, welke door de Franschen verzameld waren, naar het Britsche Museum te Londen gevoerd. [ 3.

Rosetti (Dante Gabriël), een Engelsch schilder en dichter, zoon van Gabriele Rosetti, een politiek banneling, werd den 12 Mei 1828 te Londen geboren, en is overleden 9 April 1882 te Birchington bij Margate. Hij was met zijn medestudenten aan het King's College Holman Hunt, John Everett Mitlats en anderen een van de stichters van den Bond der Praeraphaelieten (zie aldaar). Toch week hij in vele opzichten van de stelregels van deze broederschap af, omdat hij daarvoor te poëtisch was aangelegd. Zijn kunst is nauw verwant aan die van de Venen» aansche meesters van de XVIe eeuw, aan die van Giorgione en Titiaan. De onderwerpen voor zijn schilderijen ontleende hij voornamelijk aan de werken van Dante, maar ook aan de ridderromans, de minnezangen uit de middeleeuwen en aan oude Engelsche balladen. Ook heeft hij de werken van verschillende Engelsche dichters, zooals Tennyson, verlucht

In 1860 huwde hij met zijn model Elisabeth E. Stddal, die hem menigmaal tot type heeft gediend van een door smarten aangegrepen