is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mannen zagen stil voor zich uit, en juffrouw Miet, die zulke liedjes niet kon verdragen, was tot schreiens toe geroerd; hare oogen waren vochtig en een dikke traan rolde langs haar wang. Spinoza was aan het laatste couplet genaderd, en zong:

„Maar een onweer ging aan 't woeden, „Op 't uur van middernacht, „En de reus der noordenwinden „Trok de boomen uit met kracht."

Eensklaps hield hij op, en zag met open mond verschrikt naar de deur, waarbij eene kleine, magere vrouw, gewikkeld in een paarsen schoudermantel stond. Zonder door iemand te zijn opgemerkt, was zij binnengekomen. Gedurende eenige oogenblikken zag zij met hare brutale, donkere oogen strak rond, waarop zij naar Spinoza ging, en hem met eene schelle stem toe duwde: „Zoo, smeerkanus, ik dacht wel, dat ik je hier zou vinden. Ja, ja, (zij lachte kwaadaardig) zoo motten de gewonnen centers er maar worden doorgelapt, en vrouw en kinders kunnen alleen thuis zitten. Nou (Spinoza wilde iets zeggen) houd je maar koestem, of anders zei ik ereis op een andere wijze een schotje voor steken. Je'gaat nou serbiet mee, en gauw wat, of je komt anders van nacht de deur niet in."

De reus haalde de schouders op, lachte even onnoozel, en ging gedwee met zijn vrouw mee, die hem vrij gevoelig bij den arm vast hield.

Nauwelijks was de deur achter hen dicht, of allen barstten in een luid gelach uit.

ut

x8