is toegevoegd aan je favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wakker. — Zij haalden hunne pijpen te voorschijn, en de vliegen en wespen, die de lucht met hun gegons vulden, vermeden hun nabijheid, vanwege den verpestenden, scherpen tabaksstank.

Het tweetal wisselde weinig woorden, want de warmte drukte loodzwaar op hen neder, en zij keken droomerig over de velden, welke onder een sterke, strakblauwe lucht lagen, waarin enkele witte wolken, zoo blank als sneeuw, langzaam voortdreven.

Uit de vlakte verhieven zich een paar boomgroepen van een donker groen, op enkele plekken reeds gebruind, en in de verte zag men de roode daken van het dorp, met hunne zwarte schoorsteenen, waaruit de rook spiraalsgewijze naar boven steeg.

Het blauwe torenspitsje, op welks top het haantje als een groote diamant flonkerde, schoot uit de huizenmassa rechtstandig omhoog.

De twee hooiers dommelden in; hunne hoofden vielen achterover, en de pijpen ontglipten aan hunne lippen.

Alles sliep, en het zachte gesuis van den lauwen zuidenwind werd slechts verbroken door de krekels, welke uit het verdorde gras hun scherpen, zagenden kreet opzonden.

De slagen van de torenklok deden, als iederen dag, Jaap Oliehoek ontwaken. Hij bromde eenige woorden in zichzelf, en stompte de anderen aan. „Koman jongens, het uurtje is voorbij." „Wie komt daar an?" zeide Frans, die zich de hooi vezels van het lijf veegde; en hij schoof zijn a6

36