is toegevoegd aan je favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering, en hij schopte kwaadaardig naar de poes, die haar pels tegen zijn been kwam schuren. „Aan geld is er geen gebrek; reken maar eens, bij heeft een eigen boerderij, en zestig beesten op stal."

„Nee, 't kan niet!" herhaalde Keetje, en toen haar moeder om opheldering aandrong, en opmerkte, dat zij toch geen vrijer had, werd zij zoo rood als de kam van een haan, en vluchtte de kamer uit.

„Wat zou ze toch hebben?" zeide Jan tegen zijne moeder.

„Ik weet 't niet, maar ze doet in den laatsten tijd zoo raar, dat 't net is, alsof ze der hoofd verloren heeft; maar we zeilen er die kuren wel uit krijgen," antwoordde de moeder, en zij slofte weg.

Des avonds, toen Jan in zijne nauwe bedstede lag, dacht hij er over na, wat zijne zuster toch kon hebben. Zeker een vrijer; maar wie dan? Dat moest hij eens te weten komen. In alle geval moest ze dien jongen dan maar laten loopen, want zoo'n man als Van Loon vindt je niet veel. Nadat hij dit had overlegd, draaide Jan zich om, en trok de dekens over zich heen, teneinde in slaap te vallen; zijn geest was echter zoo vervuld van de huwelijksplannen, dat hij geruimen tijd naast zich het gestamp der paarden in den stal hoorde.

Den volgenden ochtend kwam Van Loon in zijne geelgeverfde tilbary, waarvoor een zwart paard stond.

Het weder was opgeklaard; de sneeuw op boomen en huizen glinsterde onder de bleeke zonne-

47

47