is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkhof, hetwelk met hunne lichamen gevoed werd, onder het gras rustten. Dit gesprek bracht bij Jans moeder weder andere oude menschen in het geheugen, heden welke sedert jaar en dag waren vergaan, en wier beeld nog slechts aan enkelen heel flauw voor den geest stond. Van Loon herinnerde zich sommigen als knaap te hebben gezien, maar Jan, wien deze vergane wezens onbekend waren en geen belang inboezemden, beet zich van woede en ongeduld de nagels af. Hij trachtte het gesprek op iets anders te brengen, hetwelk voor hem van meer belang was; maar zijne moeder was niet uit dezen stroom der heugenissen te halen, en Jan moest geduldig wachten tot de stof was uitgeput.

Dit was eerst na een uur het geval, en Van Loon moest toen weg, want hij had nog eenige boodschappen in de stad te doen. De boer stak het bezabbelde eindje sigaar aan, dat bij op den rand van de tafel had gelegd, en ging met Jan naar de tilbury.

Nadat Van Loon er zich met moeite ingeheschen en de teugels in de hand genomen had, zeide hij tot Jan: „Ik heb je zuster niet gezien."

„Nee, ze leit plat te bed van de kiespijn," antwoordde de ander.

„Ha zool" zeide Van Loon, en hij legde de zweep over het paard, dat ongeduldig op het beschuimde gebit knabbelde, en reed vlug weg. Den geheelen dag bleef Keetje boven, en Jan, die eenige malen, alsof hij een prooi zocht, over den zolder had geloopen, zag steeds een gesloten deur.

50

50