is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had een lang gesprek met zijne moeder, en gaf als zijne meening te kennen, dat zijne zuster een vrijer had.

„Maar wie dan?" vroeg de moeder. Hij somde de namen van alle jongens van het dorp op: met Piet was zij eens uit geweest; Henk woonde naast hen, en zag haar dikwijls; over Dor is had zij wel eens gesproken; maar steeds schudde de moeder het hoofd. „Nee het was niet mogelijk!"

Een der laatsten, dien haar zoon noemde, was Willem, de zoon van den timmerman, met wien Keetje de laatste maal kermis had gehouden; van hem kon echter in het geheel geen sprake zijn, want hij was vóór zes weken naar Amerika gegaan.

Ten einde raad, besloten zij Keetje het vuur aan de schenen te leggen.

Door den honger gedwongen, kwam zij den volgenden middag tegen etenstijd beneden. Zij zag bleek, en had roode oograndjes, alsof zij had gehuild. Met bevreesden blik, als een hond, die slaag verwacht, zag zij de kamer rond, en hield hare handen, verkleumd en paarsachtig blauw van de koude, die op den zolder heerschte, angstig tegen haren boezem gedrukt.

Daar de twee meiden en de knecht ook in de keuken waren, zeide Jan noch zijne moeder iets, Zoolang het middagmaal duurde, en het gerinkel der borden en het gesmak der monden werd alleen afgewisseld door praatjes over de beesten en het weder. Nauwelijks waren de ondergeschikten echter opgestaan, om weder met werken aan te

51