is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga je van je renten leven?" vroeg Poot.

„Nee, zoover heb ik 't nog niet gebracht, maar ik denk er over naar Amerika te gaan, als ik wat centen heb; daar kan je nog geld verdienen. Vraag 't maar aan Jan Trouwborst; die z'n broer rijdt er nu met de vier."

Hein Poot schudde het hoofd van verbazing. „Jongens, jongens, die mot ze hebben!"

Daar Pumme er niet aan dacht te betalen, voelde Hein Poot in al zijn zakken of hij nog niet ergens een paar losse dubbeltjes had; maar helaas neen, en hij was wel genoodzaakt het zakje met geld te voorschijn te halen.

Onder tafel maakte hij het open, maar zoo in het geniep kon hij het niet doen, of Pumme hoorde iets rammelen, en zich over de tafel heenbuigend, zag hij het doffe zilver.

„Verdomme, jij hebt ze ook van tien en van twaalf. Hoe kom jij daar aan? Een erfenis gehad?" Zijn dom, slaperig gelaat werd wakker, en hij zag begeerig naar den schat.

„Neen, dat is niet van mij, 't hoort an m'n baas," zeide Poot.

„Nou, neem een ander in de maling, maar mij niet; ik weet wel, dat je wat centen hebt opgepot. Daar kan wel een slokkie op overschieten; zoo'n kale jakhals ben je toch ook niet!"

Om zijn fatsoen te houden, het Poot nog twee glaasjes komen, en terwijl hij, door den drank vertrouwelijk geworden, vertelde, dat hij ging trouwen en dat deze twee honderd gulden dienen moesten om de meubelen te koopen, kwam de magere hond

73