is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAREN lang had hij het zware werk in het kille pakhuis verricht, zonderdat zijne gezondheid er door scheen te lijden; maar opeens kreeg hij een geduchten stoot, waarvan hij nooit meer opkwam.

Op een kouden, regenachtigen dag moest Jan Zomer een fustje brandewijn op den steekwagen naar een herbergier brengen, die een half uur gaans buiten de stad woonde.

Bij zijne terugkomst waren zijn kleeren doorweekt, en ofschoon hij een groot glas jenever dronk, kon hij de kou niet uit zijn lijf verdrijven. Twee dagen later had hij het op de borst, en moest te huis blijven. Geruimen tijd lag hij plat te bed. Eene goedhartige buurvrouw hielp hem in zijn ziekte, want Zomer was weduwnaar en woonde alleen. Vrouw Baanvinger had echter ook haar huishouden, zoodat zij zich niet veel met den zieke kon bemoeien.

De bosdokter, die zag hoe ellendig de man het had, raadde hem aan naar het ziekenhuis te gaan, maar jan Zomer weigerde hardnekkig, omdat een mensch daar maar honger leed.

Eindelijk timmerde hij weer wat bij, en vrouw Baanvinger zeide, dat hij weer opnieuw jong werd; maar toen Jan Zomer weder in zooverre hersteld

81

Uit het leven. 6

81