is toegevoegd aan je favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenen te zien, en hunne achterdocht, uit domheid geboren, voor slimheid houden.

Zij was ervan overtuigd, dat het tusschen Bertha en den jongen Verhas niet geheel en al uit was, en dat zij nog met elkaar in briefwisseling stonden, hetgeen er haar toe bracht haar neus tot zelfs in het geringste episteltje, aan Bertha gericht, te steken.

De dienstboden werden door haar met een achterdochtig oog gadegeslagen. Zij verdacht haar van oneerlijkheid, en daar Mevrouw de Last de sleutels van alle kasten van Bertha had overgenomen, hield zij een oogje op alles wat het huis in- en uitging.

Bertha moest voortdurend hooren, waarvan zij hare omgeving zoo al verdacht, en als het meisje dan ongeloovig het hoofd schudde, sloeg Mevrouw de Last de handen van verbazing in elkaar, en zeide: „Ja kind, als ik nog zoo jong en onervaren was als jij, zou ik ook zoo denken, maar goddank, ik heb wat meer van de wereld gezien, en ik ken de menschen."

Zij sprak ook dikwijls over Verhas, en uit vreeze van haar plaats te verliezen, als het tot een huwelijk kwam, zeide zij in bedekte woorden al het mogelijke kwaad van hem.

Bertha, die bijna niet meer aan hem dacht, zeide op zekeren dag tot Mevrouw de Last, dat er niets tusschen haar en Verhas bestond. Van dat oogenblik zweeg de oude dame over hem.

Daar Bertha's vermogen niet groot genoeg was

119

119