is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken Bertha en Mevrouw de Last per spoor naar Arnhem. Zij namen slechts één meid, Ant, mede, die reeds jaren bij de familie gediend had.

De reis was eerst heel voorspoedig, maar bij Zutphen werd Mevrouw de Last onrustig. Zij miste haar gouden flacon, een souvenir, waaraan zij gehecht was. Alle valiezen, hoedendoozen, en zelfs de groote handkoffer werden geopend: nergens was de flacon. Mevrouw beschuldigde reeds den timmermansknecht, die den koffer naar de spoor had gebracht, toen zij iets hards in haar mantel voelde: het kostbare souvenir was in de voering geschoten.

Van Zutphen ging de reis in een geelgeverfde diligence naar Bolde, waar men des avonds tegen acht uur aankwam. Daar men in het huis niet kon overnachten, gingen de dames naar het logement „De Posthoorn", en sliepen in ouderwets gemeubelde kamers vol bruine meubels door ouderdom verzwart.

Den anderen ochtend begonnen zij reeds vroeg aan het uitpakken der kisten, welke op karren van Zutphen waren gekomen. Gelukkig was er niets gebroken dan een paar wijnglazen van een stel, dat toch reeds geschonden was.

Ook was de poot van een der mahoniehouten tafels geschramd; maar dit zou niemand kunnen zien, want het kleed kwam er over heen. Het dorp beviel dadelijk aan Bertha, en zij maakte lange wandelingen door de korenvelden en eikenbosschen, waarvan zij dood vermoeid tehuis kwam. Haar bleek

gezichtje werd door de zon gebruind, en zij haa zich nog nooit zoo opgewekt en vroolijk gevoeld.

121