is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen van vijftien jaar, met lange armen en een bleek, bloedeloos gezicht, bezoedeld met kolenzwart.

„Zeven-en-zestig uur a vijf cents maakt drie gulden vijf-en-dertig, ziehier." „Dankte meneer."

„Je behoeft Maandag niet terug te komen, we hebben geen werk meer voor je."

De jongen bleef eenige oogenblikken onbewegelijk voor het loket staan, en vergat het geld op te nemen, voor zijn geest vertoonde zich de dreigende gestalte van zijn vader, „een ouwen lap", die hem zeker half dood zou ranselen, als hij hoorde dat hij niets meer verdiende.

De hand van den jongen, zoo vereelt en hard als die van een ouden man, rustte op het plankje, en de benauwde warmte uit het kantoor sloeg hem verstikkend in het bleeke, vuile gezicht. Eindelijk zeide hij: „Maar ...."

„Nee Van Eijs, 't spijt ons, wij kunnen je niet langer houden, de volgende week zullen er nog meer weg moeten."

Het loket werd gesloten, en de jongen stond in de sombere, natte duisternis.

HL

AAN DE ZEE.

Toen Mijnheer en Mevrouw waren uitgereden, liet de kindermeid Betsy alleen, en ging een praatje maken met de meid van de naastbij gelegen villa.

143