is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gende klank eener bezwering. — Geen wonder dus, dat na een tijd van enkel epigonisme, deze uitingswijze, zoowel die der Celbrieven als die der eerste verzen, op de jonge Vlaamsche poëzie een grooten invloed verkreeg, door haar wisseling van eenvoudigste uitspraak en synthetische beelden, door de trillende openhartigheid, en dat er een navolging moest ontstaan, die noodwendigerwijze in de zwakste anarchie moest eindigen. — Waar Wies Moens zelve iedere richtsnoer verwierp, als 't ware verzen schreef waar hij proza meende te schrijven en omgekeerd, — daar was het onvermijdelijk gevolg, dat vele Vlaamsche jongeren begonnen te meenen, dat enkel geestdrift en beeldspraak voor de poëzie volstonden. i— Ook Wies Moens zelf heeft de gespannenheid zijner eerste oogenblikken later wel uiterlijk nagevolgd. Aan de zwakte van het gansche modernisme, die wij noemden: het anticipieëren op een verre toekomst, het tot-program-maken van den uitzonderingsstaat der ziel, aan deze zwakte is ook hij niet ontkomen. De snelheid der waarneming die in de Celbrieven en enkele der eerste verzen zoo levend was, verkoelt tot een eentonige optelsom van beelden, de bezwerende korte klank die de Boodschap beheerschte, valt uiteen in redeloos afgebeten spreken. Eerst in zijn laatste periode, in 1922, doet hij een poging zich zelf te hernemen, en ditmaal in een waarheid die kleiner en betrekkelijker is: die van het goede dagelijksche leven. — De schoone spontaneïteit ontplooit zich opnieuw, en zijn vers wint thans aan breedte en stroom, wat het aan bezwerende drang verliest: het wordt een gulle dankzegging, van schoone beelden drachtig en met accenten van diépe menschehjke innigheid, aan het leven dat zich tot een rustige harmonie voor hem verzachtte, aan de vrouw die hem met de warmte der huwelijksliefde omvangt, aan al wat den mensch persoonlijk het leven waard maakt om te leven. Moge hij voor deze eenvoudige harmonie den eenvoudigen en edelen vorm vinden. Totnogtoe is de poëzie van Wies Moens, ondanks de historische beteekenis die haar ook nu reeds toekomt, een eigenaardig grensgeval gebleven tusschen vers en proza, — of tusschen de directe melodie en

XXXX