is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT VROEGER WERK: EPILOOG

I

Laetus exitus tristem saepe reditum parit.

IK rees bij 't kraaien van de haan En ben tot de avond toe gegaan, Toen zonk de zon, toen rees de maan.

Ik zag omhoog, en in haar schijn Leek al mijn hoop verglansd te zijn: Daar hing zij, roerloos-teer en rein ...

En vér: ik dacht de lange tijd Van pijn en leegte en eenzaamheid, Die 't hart van al zijn vreugde scheidt.

Toen keerde ik wéér, en ging, maar mat Gleed voor mij heen op 't bleeke pad Mijn schaduw naar de luide stad ...

Het was zoo brandend diep, dit leed,

Te zien hoe, wijl 'k in 't maanlicht schreed,

Mijn schaduw traag langs de aarde gleed.

6