is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog woester snuift de ram en daar

Verstuift heel 't sprookje uit elkaar.

De wind heeft allebei de beelden doen verbleeken,

Nu zie ik teere veeren op een weeke blauwe deken.

Maar kan het zijn! De zonneschijn

Komt spelend langs de wolkjes heengestreken, En wat daar straks nog vederen geleken Zijn geesten, die vertwijfelend hun armen uit gaan

steken.

En of met menschenoogen zij verwijtend naar mij

keken,

Zoo voel ik schaamte als vloeiend vuur mijn aderen

doorleken.

Ik buig het hoofd en zie de aard.

O mensch, wat is uw rede waard,

Wanneer ge haar slechts wilt gebruiken

Om langzaam-aan uw levensvreugd te fnuiken?

Daar groeit en bloeit een bloempje langs den grond, De bijen zoemen vergenoegd er rond En puren, met de vlinders, van den honing. Het bloemke is blij en fier, het voelt zich koning Van 't plekje waarop eens het zaadje heeft gerust Dat door de warme zon tot leven werd gekust.

103