is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BALLADE VAN DEN ONBEKENDEN SOLDAAT

Voor Eline

TK, die stond bij Thermopylae,

1— Hoeveel honderden velde mijn hand,

Perzensatrapen stortten in zee,

Vloten vlamde mijn adem in brand —

Waarom moet ik bij zon en maan

Wakend in zware rusting staan;

Waarom kan ik bij avondval

Mij niet bergen binnen het aardedal?

Zwaardhouwen hieuwen mijn lichaam zwart,

Enkel de lippen zijn lenterood,

't Duistere voorhoofd een groet van den nacht ♦

Doch nimmer neemt mij de Dood.

Want als ik eindlijk het aardedek

Over de wonde schouders trek,

— Diep is de groef van de riem van het schild

Dat de hand voor het laatst in den dag heeft getild

Als de lendenen slapen willen voorgoed,

En de drift vergaat van het luidzingend bloed,

Als de ooren vergeten der zeeën gezoem,

En het lichaam verdroomtien die droom is een bloem,

Dan rukken de stormende horden weer aan,

Voor wier voeten de felste bloemen vergaan.

Maar tamboer, trommelt gij uw trommel wel?

Beraatlen üw knoken het trommelvel?

Tamboer, trommel! en wendt u met om:

Andere vuisten roeren de trom!

Achter u hij, die uw pols omsloot,

En uw trommel trommelt de Dood.

239