Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

INHOUD.

Bldz.

L VAN DE DIENSTEN.

Art. 2 Aantal diensten 6—10

1. De geschiedenis van het doctorenambt. Calvijn en 6 het convent te Wezel, 1568, noemden vier ambten. Later doctoren en professoren in de Theologie vereenzelvigd.

2. Schrift en belijdenis over het aantal ambten. De 7 Schrift kent maar drie ambten, Ef. 4:11. Ook de confessie. Doctorenambt moet uit de K. O. geschrapt.

3. De beteekenis van het woord doctor. Als kerkelijk 8 ambt in engeren zin; als professoraat in de theologie;

en als wetenschappelijke graad.

4. Enkele hulpdiensten. Voetius over de hulpdiensten; 9 1 Cor. 12:28 over behulpsels; bevoegdheid der kerken

om ze in te stellen.

Art. 3 Noodzakelijkheid der wettelijke roeping . . 10—15

1. Waarom ze noodig bleek. Wegens indringers, loo- 10 pers en scheurmakers; synodale bepalingen tegen hen.

2. Wat de bepaling inhoudt. Wettelijke roeping noo- 11 dig; beroep en ambt; apostolaat; elk ambt begrensd.

3. Voor ine ze geldt. Voor doctoren, professoren in de 12 theologie, ouderlingen en diakenen. Doop van een privaat persoon of een ouderling; of een ouderling

een huwelijk mag bevestigen; helpers als proponenten, oefenaars, krankenbezoekers, catechiseermeesters, voorlezers, enz.

4. De straf bij overtreding. Vermaning en bestraffing; 14 geldt de scheurmakers zelf en hun aanhangers; mei voorzichtigheid.

Art. 4 De beroeping dergenen, die te voren in den dienst niet geweest zijn . . . 15-24

Voor stads- en landskerken gelijk. De vocatio of 15 roeping omvat vier deelen:

1. De verkiezing, a. Vroeger na vasten- en bededag; 16 vasten later vervallen; b. zij geschiedt door kerkeraad en diakenen; geen volkskeuze of vrije verkiezing; met medewerking der gemeente; op de Schrift gegrond; c. naar een plaatselijk reglement; geen stemrecht aan vrouwelijke leden, doopleden en gecen-

Sluiten